Opinie-artikel SDE+

Ingezonden stuk Financieele Dagblad - woensdag 6 juli 2011

Nederland wordt voorzien van energie door een evenwichtige mix uit verschillende bronnen. Dat verzekert de betrouwbare aanvoer van energie, zadelt mensen en bedrijven niet op met onnodig hoge energiekosten, en stelt de energiebedrijven in staat internationaal te concurreren. Maar die mix gaat veranderen: Nederland moet minder afhankelijk worden van olie, kolen en gas en geleidelijk overschakelen op hernieuwbare energie. Dat kan van alles zijn: zon, wind, biomassa, water. In 2020 moet 14 procent van onze energieproductie uit hernieuwbare bronnen komen; nu is dat nog 4 procent.

Dat gaat niet vanzelf. Hernieuwbare energie is nu nog duurder dan fossiele energie. Het kan nog niet op eigen benen staan. Dit rechtvaardigt in een overgangsperiode steun van de overheid. In het verleden is de productie van allerlei soorten hernieuwbare energie gesubsidieerd, zonder te kijken hoeveel energie dit per uitgegeven euro opleverde.

Zo is er voor zonnepanelen vorig jaar 92 miljoen euro subsidie toegekend. Windmolens op land kunnen met dezelfde subsidie echter zes keer zoveel duurzame energie produceren.

Daarom heb ik gekozen voor een andere aanpak. Er is dit jaar 1,5 miljard euro beschikbaar voor de stimulering van duurzame energie via de SDE+ regeling. De subsidie wordt net als bij een veiling bij opbod toegekend. De veilingklok begint te lopen bij negen cent subsidie per kilowattuur hernieuwbare energie. Hoe langer de klok loopt, hoe hoger de subsidie; maar ook hoe groter de kans dat alle beschikbare subsidie is toegekend en de aanvrager achter het net vist.

Deze manier van stimulering prikkelt hernieuwbare energieproducenten zo goedkoop mogelijk in te schrijven op subsidies. Bovendien is er één budget waaruit producenten van alle vormen van hernieuwbare energie kunnen putten. Dus niet de overheid maar de markt bepaalt of wind, water, zon of biomassa de beste oplossing is voor onze toekomstige energievoorziening. De concurrentie zorgt ervoor dat de overgang naar steeds meer duurzame energie op de meest efficiënte wijze gebeurt. Anders gezegd: met deze aanpak wekken we per euro belastinggeld veel meer groene energie op.

De nieuwe stimuleringsregeling werd afgelopen vrijdag opengesteld. De belangstelling blijkt overweldigend. Er zijn binnen een dag zoveel hernieuwbare energieprojecten ingediend die willen meedingen voor het laagste subsidiebedrag, dat de regeling vrijwel helemaal zal worden gebruikt.

Daarmee stellen we de opwekking zeker van een hoeveelheid duurzame energie die voldoende is voor het verbruik van 120 duizend huishoudens. Dat is goed nieuws, zeker als je bedenkt dat we onder de oude stimuleringsregeling ruim twee keer zo veel subsidie hadden moeten uitgeven voor dezelfde projecten.

Ook op een ander punt was ik buitengewoon plezierig verrast. Bij de introductie van de nieuwe stimuleringsregeling was er kritiek dat relatief dure technologieën, zoals zonne-energie, door het lage startbedrag van de subsidie buiten de boot zouden vallen. Alleen technologieën met een lagere kostprijs, zoals het stoken van biomassa of windmolens op land, zouden profiteren. Die vrees is niet uitgekomen.

Er zijn veel projecten voor zonne-installaties ingediend voor een kostprijs van 9 cent per kilowattuur (wat bij de elektriciteitsprijs van nu een subsidie van een kleine 4 cent betekent). De grotere concurrentie voor subsidies heeft er blijkbaar toe bijgedragen dat er meer investeringen worden gedaan door bedrijven of hernieuwbare energie efficiënter kan worden opgewekt dan voorheen. Dat is een opsteker voor de ontwikkeling van zonne-energie en voor de belastingbetaler.

Daarmee zijn we er in Nederland nog lang niet. Niet elke technologie zal zich zo snel ontwikkelen. De grote uitdaging blijft om hernieuwbare energie door onderzoek en ontwikkeling goedkoper te maken. Op de langere duur zijn productiesubsidies geen oplossing. Ik heb gevraagd aan de topsectoren van de Nederlandse economie - en daar hoort ook de energiesector bij - wat ondernemers, onderzoekers en de overheid samen kunnen doen om de innovatie te versnellen

Daarom kunnen de kosten voor onderzoek straks voor een groot deel worden afgetrokken van de belastingen. Kleinere bedrijven met vernieuwende ideeën voor diensten of producten op energiegebieden die door banken vaak te risicovol worden gevonden, kunnen komend jaar voor krediet bij het Innovatiefonds terecht.

Ik blijf dus werken aan praktische en efficiënte manieren om meer duurzame energie op te wekken. Niet voor niets moet er straks biomassa in kolencentrales worden bijgestookt en bekijk ik onder welke voorwaarden leveranciers verplicht kunnen worden een vast percentage van de energie op een duurzame manier op te wekken. Dan kan er in deze regeerperiode meer capaciteit voor de opwekking van groene energie in 2020 zeker worden gesteld dan door alle voorafgaande kabinetten samen.

Maxime Verhagen

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Zie ook