Extra maatregelen om Nederland veiliger te maken
Minister Opstelten en staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie komen met aanvullende maatregelen die rechters in staat stellen verdachten zowel tijdens het vooronderzoek als bij een veroordeling verplichtingen op te leggen. Hiermee willen zij recidive verder terugdringen en slachtoffers beter beschermen. Dit staat in een brief die vandaag naar de Eerste en Tweede Kamer is gestuurd. Door snel en effectief in te grijpen willen de bewindslieden de veiligheid in de samenleving verder vergroten.
Het initiatief volgt op een inventariserend onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waaruit blijkt dat de overheid met aanpassing van het strafrecht slagvaardiger kan optreden. Dit kan binnen de grenzen van het EVRM en sluit aan bij soortgelijke voorzieningen zoals Engeland en Wales, Duitsland, Frankrijk en Noorwegen die kennen. Bij de nieuwe maatregelen, die nog in deze kabinetsperiode worden gerealiseerd, ligt de nadruk op de belangen van slachtoffers en recidivebestrijding.
Zo willen Opstelten en Teeven dat de rechter straks de verdachte tijdens het vooronderzoek verplichtende maatregelen kan opleggen die recidive voorkomen en gedragsverandering bevorderen. Bijvoorbeeld verplichte begeleiding of zorg of een verbod op bepaalde activiteiten of een gebiedsverbod. Dit steunt de aanpak van criminele jeugdgroepen en overlast in wijken van buurtbewoners of multi-probleem gezinnen die kleine delicten plegen.
Nu kan de rechter voorafgaand aan berechting geen verplichtingen opleggen aan verdachten bij relatief lichte delicten, waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten. De bewindslieden vinden dat de rechter die mogelijkheid moet krijgen om slachtoffers te vrijwaren van de vrees voor herhaling of anderszins recidive te beperken. Niet-naleving van de maatregel kan reden zijn voor hechtenis.
Daarnaast komt er een nadere regeling in de wet van de voorwaarden waaronder de voorlopige hechtenis wordt geschorst met het oog op gedragsverandering en vroegtijdig reclasseringstoezicht. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de verplichting deel te nemen aan een programma dat de kans op recidive vermindert, een contactverbod, gebiedsverbod of een meldplicht.
Opstelten en Teeven hebben geld en capaciteit vrijgemaakt om al in 2012 het aantal voorwaardelijke sancties met 6 procent te laten stijgen, inclusief schorsingen van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden en een verdubbeling van het aantal elektronische toezichten als onderdeel van deze voorwaarden. Naast elektronisch toezicht willen zij het gebruik van de borgsom als bijzondere voorwaarde stimuleren. In het voorjaar komt hiervoor een proefproject.
Verder komt er een algemene vrijheidsbeperkende maatregel als zelfstandige sanctie. Zo’n maatregel kan de woonplaats van een ex-gedetineerde betreffen, een reisverbod naar bepaalde bestemmingen na veroordeling wegens delicten in verband met drugstoerisme of kindersekstoerisme, een verbod op bepaalde sociale activiteiten zoals vrijwilligerswerk met kinderen, maar ook andere maat¬regelen om vroegere slachtoffers te beschermen of recidive van strafbare feiten te voorkomen.
Tot slot zullen Opstelten en Teeven in het lopende actieprogramma “Sneller recht doen, sneller straffen” niet alleen werken aan versnelde afdoening van strafzaken in eerste aanleg, maar ook in hoger beroep. Het is belangrijk dat de behandeling in hoger beroep daadwerkelijk begint kort na de uitspraak in eerste aanleg. Met aanpassing van werkwijzen kan onnodige vertraging worden voorkomen en het instellen van hoger beroep louter om uitstel te verkrijgen worden ontmoedigd. Daarmee komen ze tegemoet aan de belangen van het slachtoffer.
Ook kondigen de bewindslieden een onderzoek aan naar de praktijk van het hoger beroep in strafzaken. Als de resultaten daarvan en van het actieprogramma “Sneller recht doen, sneller straffen” dat toelaten, overwegen ze een ruimere regeling van de dadelijke tenuitvoerlegging van rechterlijke vonnissen.