Toespraak minister Van Middelkoop tijdens zijn bezoek aan de troepen in Afghanistan
Na de politieke ophef rondom de verlenging van de missie in Uruzgan, heeft minister Van Middelkoop (Defensie) op 9 maart 2010 de Nederlandse troepen persoonlijk gezegd dat de waardering voor hun inzet en prestaties onverminderd groot is.
Let op: Alleen gesproken woord geldt!
Mannen en vrouwen van Task Force Uruzgan,
Het is goed om hier te zijn. Alweer voor de zevende, achtste keer. Ook deze keer word ik graag bijgepraat. Over hoe jullie hier aan de slag zijn, over jullie ervaringen. Op mijn beurt wil ik jullie graag bijpraten over wat er de afgelopen weken op het Binnenhof is gebeurd. En wat mijn inzet is geweest.
Mochten jullie na afloop nog vragen hebben, dan praat ik graag met jullie
door.
Ik kan mij goed voorstellen dat jullie hier staan met een dubbel gevoel.
Aan de ene kant trots. Op wat jullie doen. Op wat jullie hier bereiken. Op de resultaten die goed zijn. Aan de andere kant met tal van vragen. Jullie hebben keihard gewerkt. Ver weg van huis en haard. Voor Nederland. In opdracht van de Nederlandse politiek.
Dan valt het kabinet over Binnenhof-gedoe. Ik ben daar mede verantwoordelijk voor. En stoppen we om die reden in Afghanistan. Dat is frustrerend. Dat vinden jullie. Dat vind ik.
Ik had nog graag minimaal een jaar doorgegaan. Met een lichtere missie. Daarvoor heb ik de afgelopen weken alles uit de kast gehaald. Samen met de CDS, generaal Peter van Uhm, en de gehele militaire top.
Jullie weten dat ik over zo'n missie niet alleen mag beslissen. Daar moeten
alle ministers in het kabinet akkoord mee gaan.
We hebben geknokt in het Torentje. En gezegd: als we nu weggaan, is het alsof we
tegen de brandweer zeggen: het is 5 uur, ga maar naar huis. Terwijl het vuur nog
brandt. Terwijl de mannen nog verder willen.
Met die boodschap ben ik steeds naar het kabinet gegaan. Tot het laatst heb ik geprobeerd om er uit te komen. Ik ben die vrijdagnacht met een compromisvoorstel gekomen dat acceptabel was. Voor ons als Defensie. Voor Nederland.
En hier sta ik dan. Als jullie minister. Het is me niet gelukt. Het is me
niet gelukt om dat voor elkaar te krijgen. Ik sta hier écht met de ziekte in m'n
lijf.
Maar laat één ding duidelijk zijn: Het probleem ligt niet in Afghanistan, bij de
militairen. Het probleem ligt op het Binnenhof, bij de politici. Het kabinet is
gevallen om gebrek aan vertrouwen. Niet om jullie prestaties in Afghanistan.
Integendeel. Nederland heeft wereldwijd veel lof geoogst. Lof voor de manier
waarop jullie in Afghanistan jullie werk hebben gedaan.
Niet de minsten hebben de Nederlandse militairen geprezen. Minister Clinton van Buitenlandse Zaken, secretaris-generaal Rasmussen van de NAVO. Ze hebben niet voor niets het Uruzgan-model bestudeerd en overgenomen. Ze vroegen ons niet voor niets om te blijven. Onze uitvoering is helemaal in lijn met wat generaal McCrystal wil. Dat geldt voor heel Afghanistan. Dat geldt natuurlijk zeker hier, op Tarin Kowt.
Dankzij het werk van jullie allemaal kan driekwart van de bevolking van
Uruzgan nu leven in relatieve veiligheid.
Afghanistan bouwt weer aan zijn ontwikkeling. Aan scholen, wegen, landbouw en
veeteelt. Aan basisgezondheidszorg. Mannen, vrouwen en kinderen kunnen naar een
basic health centre. Dat was er voorheen gewoonweg niet.
Hier in Tarin Kowt worden prestaties geleverd waar Nederland trots op kan
zijn. Waar Nederland trots op is. Dat blijkt keer op keer. Zelfs politici met
bedenkingen bij onze missie hier, kwamen stuk voor stuk diep onder de indruk
terug.
Dat zegt veel over jullie inzet. Over jullie resultaten.
Jullie hebben hier een belangrijk hoofdstuk geschreven in de Nederlandse
krijgsgeschiedenis.
Mannen en vrouwen van Task Force Uruzgan,
We hebben nu twee opties. Het hoofd in de schoot leggen. En zien hoe onze
zwaarbevochten resultaten verdampen als een regenbui in de woestijn. Of
doorgaan. Tot de laatste dag. Zodat niets verloren gaat van onze kennis en
inspanningen. Zodat we alle sterke punten van het Uruzgan-model kunnen
overdragen aan onze opvolgers. Zodat jullie werk wordt voortgezet.
Dat willen wij.
Dat willen de Afghanen.
Tot dat moment blijven we in Uruzgan. Een volgend kabinet moet bezien of er
nog nieuwe taken kunnen worden opgepakt.
Graag hadden we het zelf helemaal afgemaakt. Dat is jammer. Dat is moeilijk.
Dat neemt niet weg dat het werk van al die rotaties, van die bijna 20.000
militairen zin had. Dat jullie werk zin heeft.
Dat jullie werk zin zal houden.
Het Uruzgan-model heeft wortel geschoten. Laten we de boom water geven tot het laatst!
Dank jullie wel. Hou jullie taai en ik wens jullie nog een goede missie.