Vraag en antwoord
Wat is Prinsjesdag en wat is de Troonrede?
Elke derde dinsdag in september is het Prinsjesdag. Op Prinsjesdag maakt de regering haar plannen voor het komende kalenderjaar bekend. De koningin komt in de Gouden Koets naar het Binnenhof in Den Haag om de Troonrede voor te lezen. De Troonrede is een verkorte weergave van de plannen. Later op de dag biedt de minister van Financiën namens de regering het koffertje met de rijksbegroting en de Miljoenennota aan de voorzitter van de Tweede Kamer aan.
Troonrede
De minister-president schrijft een voorlopige tekst op basis van bijdragen van de ministers. De minister-president bespreekt de tekst met de Koningin. Tijdens de laatste ministerraad voor Prinsjesdag wordt de Troonrede definitief vastgesteld door de ministerraad.
Met het voorlezen van de Troonrede opent de koningin het nieuwe werkjaar van het parlement. De Troonrede bevat de belangrijkste beleidslijnen van het regeringsprogramma voor het komende kalenderjaar. De Troonrede heeft geen vaste volgorde en de lengte kan per jaar verschillen.
Prinsjesdag bijwonen
Elk jaar kan een beperkt aantal belangstellenden het uitspreken van de Troonrede in de Ridderzaal bijwonen. Wanneer u hier als belangstellende bij aanwezig wilt zijn, kunt u een schriftelijk verzoek indienen bij de griffier van de Eerste Kamer. Er is een wachtlijst van enkele jaren. Wanneer u langs de route van de Gouden Koets wilt gaan staan, hoeft u zich niet aan te melden.
Website Prinsjesdag
De website
prinsjesdag2011.nl biedt informatie
over Prinsjesdag 2011, de Troonrede, de Miljoenennota en de rijksbegroting voor
2012.
Geschiedenis Prinsjesdag
In de Grondwet is bepaald op welke dag Prinsjesdag valt. Oorspronkelijk viel
Prinsjesdag op de eerste maandag in november. Meer informatie over de
geschiedenis van Prinsjesdag vindt u ook op
prinsjesdag2011.nl.
Demissionair kabinet
De regering stelt ieder jaar een begroting op. Ook als het kabinet demissionair is, moet er een raming van de inkomsten en uitgaven voor het komende jaar worden opgesteld. Dit is vastgelegd in artikel 65 van de Grondwet. Een nieuw kabinet kan het beleid voor het volgende jaar nog veranderen.