Vraag en antwoord
Wat is speciaal onderwijs?
Speciaal onderwijs is onderwijs voor kinderen met een handicap, chronische ziekte of stoornis. Deze kinderen krijgen in het speciaal onderwijs meer aandacht en zorg dan in het reguliere onderwijs.
Speciaal basisonderwijs
Scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) zijn basisscholen bedoeld voor:
- moeilijk lerende kinderen;
- kinderen met opvoedingsmoeilijkheden;
- alle andere kinderen die speciale zorg en aandacht nodig hebben.
Sbo scholen en reguliere basisscholen hebben dezelfde kerndoelen. Kerndoelen zijn streefdoelen voor de kennis en vaardigheden van een leerling aan het eind van de basisschool. Een leerling op een sbo krijgt eventueel meer tijd om het kerndoel te bereiken. Scholen voor speciaal basisonderwijs hebben een uitloopmogelijkheid voor leerlingen tot 14 jaar.
Scholen voor speciaal basisonderwijs werken vaak samen met reguliere
basisscholen via projecten Weer Samen Naar School (WSNS). De bedoeling van WSNS
is om leerlingen zoveel mogelijk op de reguliere school te houden.
Scholen voor speciaal basisonderwijs vallen onder de
Wet op het primair
onderwijs (wpo).
Speciaal onderwijs (so) en voortgezet speciaal onderwijs (vso)
Voor leerlingen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicap
en leerlingen met psychiatrische of gedragsproblemen is het basisonderwijs of
sbo niet geschikt. Deze groep leerlingen gaat naar het speciaal onderwijs (so).
Leerlingen in het speciaal onderwijs gaan meestal na hun 12e naar het voortgezet
speciaal onderwijs. Hier kunnen ze blijven tot maximaal hun 20e verjaardag. Het
speciaal onderwijs is geregeld in de
Wet op de expertisecentra (WEC).
Clusters speciaal onderwijs
Binnen het so en vso zijn er 10 soorten scholen. Deze scholen zijn weer onderverdeeld in 4 clusters:
- cluster 1: scholen voor blinde of slechtziende kinderen (visueel gehandicapte kinderen), mogelijk in combinatie met een andere handicap;
- cluster 2: scholen voor dove kinderen, slechthorende kinderen, kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden en kinderen met communicatieve problemen zoals bepaalde vormen van autisme, eventueel in combinatie met een andere handicap;
- cluster 3: scholen voor kinderen met lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen, zeer moeilijk lerende kinderen en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, kinderen met epilepsie en meervoudig gehandicapte kinderen die zeer moeilijk leren, in combinatie met een andere handicap;
- cluster 4: scholen voor kinderen met ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen en voor kinderen verbonden aan pedologische instituten (PI). Pedologische instituten doen onderzoek naar kinderen met ingewikkelde leerproblemen, gedragsproblemen of emotionele problemen. De kinderen krijgen ook behandeling en begeleiding van het instituut.
Meer informatie over speciaal onderwijs
Algemene informatie over het speciaal onderwijs vindt u op de websites van
Kennisnet, het
Landelijk informatiecentrum voor ouders 5010 en de pagina
over Passend onderwijs.
Meer specifieke informatie over het onderwijs en de scholen in de clusters vindt u bij:
- cluster 1: Bartiméus en Visio;
- cluster 2: de belangenvereniging Siméa;
- cluster 3: op de website van de Landelijke Vereniging Cluster 3;
- cluster 4: de belangenvereniging LVC4.