Vraag en antwoord

Wat regelt de Pensioenwet?

De Pensioenwet regelt de taken en verantwoordelijkheden van pensioenfondsen, werkgevers en werknemers. Zo moeten pensioenfondsen voldoende geld in kas hebben om de pensioenen uit te keren, met een financiële buffer voor onzekerheden. Om dat te waarborgen, worden strenge eisen gesteld aan de financiële reserves van pensioenfondsen.

Pensioen voor alle werknemers

Als een bedrijf een pensioenregeling heeft, moeten sinds 1 januari 2008 alle werknemers van 21 jaar en ouder daaraan kunnen deelnemen.

Afkoop pensioenafspraken

Afkoop van pensioenaanspraken is in principe niet toegestaan. U kunt alleen kleine aanspraken onder € 438,44 op ouderdomspensioen en partnerpensioen afkopen. Dit bedrag geldt per 1 januari 2012. 

Voorlichting over uw pensioen

Werkgevers en pensioenfondsen zijn verplicht u te informeren over uw pensioen:

  • Als u gaat deelnemen aan een pensioenregeling moet u van de pensioenuitvoerder een startbrief krijgen. Hierin staat onder andere een beschrijving van de inhoud van de pensioenregeling.
  • Minstens 1 keer per jaar wordt u geïnformeerd over uw opgebouwde pensioenaanspraken en over de eventuele aanpassing van uw pensioen aan de inflatie (indexering).
  • De pensioenuitvoerder moet u informeren over de opgebouwde pensioenaanspraken bij beëindiging van uw dienstverband.
  • Als u niet langer pensioen opbouwt in een pensioenfonds, informeert het fonds 1 keer in de 5 jaar over uw opgebouwde pensioenaanspraken.

Mijn pensioenoverzicht

In het pensioenregister kunnen alle deelnemers aan collectieve pensioenregelingen een externe link: overzicht krijgen van de pensioenrechten die ze in totaal hebben opgebouwd. In het overzicht staat ook de opgebouwde AOW. Iedereen met een burgerservicenummer en DigiD kan zijn of haar gegevens inzien.

Pensioen en wachttijd

Een eventuele wachttijd voor ouderdomspensioen mag maximaal 2 maanden duren. Dit is een periode na uw indiensttreding bij een werkgever, waarin u nog geen pensioen opbouwt. Als u via een uitzendbureau werkt, mag deze wachttijd maximaal 6 maanden zijn. Wachttijden zijn niet toegestaan voor het nabestaandenpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen.

Toezicht op de pensioenwet

Het toezicht op een correcte uitvoering van de Pensioenwet is in handen van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De AFM let erop of de voorlichting voldoet aan de wettelijke eisen en DNB kijkt vooral naar de financiële situatie van de pensioenfondsen.