Vraag en antwoord

Wat zijn de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen?

Om de prestaties van leerlingen op het gebied van taal en rekenen te verbeteren, zijn richtlijnen ontwikkeld. In deze richtlijnen staat omschreven wat leerlingen moeten kunnen en kennen op bepaalde momenten in hun schoolcarrière. Deze richtlijnen zijn de zogenaamde referentieniveaus. Alle richtlijnen samen vormen het referentiekader voor taal en rekenen. Een kind moet aan het eind van de basisschool bijvoorbeeld weten wat bij rekenen de noemer en deler van een breuk is. Of: aan het eind van het voortgezet onderwijs kan een leerling een gesproken tekst begrijpelijk samenvatten.

Invoering referentiekader taal en rekenen

Het referentiekader vormt sinds augustus 2010 de basis voor het taalonderwijs en rekenonderwijs van basisonderwijs (bo) tot middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Alleen scholen met zeer moeilijk lerende of meervoudig gehandicapte leerlingen gebruiken geen referentieniveaus.

Niveaus referentiekader taal en rekenen

Bij zowel taal als rekenen zijn er 4 basisniveaus (F-niveaus) binnen het referentiekader. Deze niveaus zijn gekoppeld aan de volgende 4 momenten in de schoolloopbaan van elke leerling:

  • niveau 1F: einde van de basisschool;
  • niveau 2F: einde van het vmbo (basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg) en einde mbo-2 en mbo-3;
  • niveau 3F: einde van de havo en einde mbo-4;
  • niveau 4F: einde van het vwo.

Om als volwassene goed te kunnen functioneren in de maatschappij is het nodig dat in ieder geval niveau 2F wordt gehaald.

Naast F-niveaus zijn er ook streefniveaus (S-niveaus) vastgesteld. Na het behalen van een F-niveau kan het volgende niveau gezien worden als een S-niveau. Dus 2F is 1S, 3F is 2S en 4F is 3S.

Referentieniveaus Nederlandse taal

Voor taal zijn er 4 F-niveaus beschreven. De niveaus geven een opklimmende moeilijkheidsgraad in basiskennis en basisvaardigheden aan. De 4 niveaus zijn:

  • mondelinge taalvaardigheid;
  • leesvaardigheid;
  • schrijfvaardigheid;
  • taalbeschouwing en taalverzorging.

Referentieniveaus rekenen

De F-niveaus richten zich op basiskennis en basisinzichten en op een toepassingsgerichte benadering van rekenen. Voor rekenen zijn er 4 niveaus beschreven:

  • getallen;
  • verhoudingen;
  • meten en meetkunde;
  • verbanden.

Voordelen referentieniveaus taal en rekenen

Referentieniveaus bieden belangrijke voordelen:

  • Referentieniveaus kunnen zorgen voor efficiëntere en effectievere onderwijsprogramma’s. De referentieniveaus omschrijven duidelijk wat leerlingen precies moeten kennen en kunnen als het gaat om de basiskennis en basisvaardigheden.
  • Met de referentieniveaus kunnen betere doelen worden gesteld en kunnen leerprestaties van leerlingen worden gemeten en eventueel bijgestuurd.
  • Door de referentieniveaus sluiten de programma’s van de verschillende schooltypen beter op elkaar aan.
  • Bij de overstap tussen scholen kunnen de referentieniveaus helpen om het niveau van de leerling vast te stellen. De referentieniveaus helpen bijvoorbeeld bij het bepalen of en waar extra hulp nodig is.

Meer informatie referentieniveaus taal en rekenen

Uitgebreide informatie over de referentieniveaus vindt u in de publicatie ‘Referentiekader taal en rekenen’ en op de website externe link: Taalenrekenen.nl.