Vraag en antwoord

Welke rechten heeft de Tweede Kamer?

De Tweede Kamer heeft een aantal rechten om de taken als controleur en wetgever goed te kunnen uitvoeren. Dit zijn het budgetrecht, het vragenrecht, het recht van interpellatie, de mogelijkheid om moties in te dienen, het enquêterecht, het recht van amendement en het recht van initiatief.

Budgetrecht

De Kamer heeft het recht om wijzigingen rond de Rijksbegroting goed of af te keuren. Dit heet ook wel budgetrecht. De Kamer kan hierdoor samen met de regering bepalen hoe hoog de uitgaven van de overheid zijn en waaraan het geld wordt besteed. De regering laat op Prinsjesdag weten waaraan ze het overheidsgeld wil besteden of waarop ze wil bezuinigen. Dit doet ze in de Rijksbegroting en in de Miljoenennota, de toelichting op de begroting. Beide stukken worden bij de Tweede Kamer ingediend.

Vragenrecht

Ieder Kamerlid mag aan een minister of staatssecretaris vragen stellen. Kamerleden kunnen ook mondeling en schriftelijk vragen stellen. De voorzitter moet de vragen dan eerst goedkeuren. De minister is verplicht op vragen van Kamerleden in te gaan.

Recht van interpellatie

Bij een interpellatie wordt een minister of een staatssecretaris op het matje geroepen door de Kamer. Hij moet uitleg geven over een bepaalde zaak. Een interpellatie is eigenlijk een ingelast vragenuurtje over een spoedeisend onderwerp. Het is geen debat, maar een Kamerlid vraagt en de bewindspersoon antwoordt. Voor een interpellatie is toestemming van de Kamervoorzitter nodig.

Moties

Soms zijn Kamerleden het niet eens met de plannen van een minister of een staatssecretaris, of vinden ze dat de regering op een bepaald gebied actie moet ondernemen. Ze kunnen dit de regering en de Kamer laten weten via een motie. Als een motie door de Kamer wordt aangenomen, moet de regering daar rekening mee houden maar de regering is niet verplicht een motie uit te voeren.

Motie van wantrouwen

Er bestaan wel moties waar de regering eigenlijk niet omheen kan, bijvoorbeeld een motie van wantrouwen. Bij een motie van wantrouwen is het vertrouwen van de Tweede Kamer in een minister, een staatssecretaris of het hele kabinet tot het nulpunt gedaald. Bewindspersonen kunnen dan niets anders doen dan aftreden.

Recht van enquête

De Tweede Kamer heeft het recht tot het uitvoeren van een parlementaire enquête. Als zij vindt dat een bepaalde zaak tot op de bodem moet worden onderzocht, mag ze daar een onderzoek naar instellen. De commissie van Kamerleden die de enquête uitvoert, kan getuigen verplichten te verschijnen en hen onder ede horen.

Recht van amendement

De Tweede Kamer kan veranderingen aanbrengen in wetsvoorstellen. Ze maakt dan gebruik van haar recht van amendement. Een minister kan tegen een amendement zijn. Hij kan dan het amendement onaanvaardbaar verklaren. Houdt de meerderheid van de Kamer niettemin vast aan haar amendement, dan kunnen 3 dingen gebeuren:

  • De minister vraagt de voorzitter de vergadering te schorsen voor nader beraad in het kabinet en kan daarna eventueel het wetsvoorstel intrekken.
  • De minister dreigt met aftreden (dit komt zelden voor).
  • Het is mogelijk dat de Kamer het hele wetsvoorstel verwerpt. Ook dat kan leiden tot het aftreden van een minister of zelfs van het kabinet (omdat wetsvoorstellen worden ingediend namens de regering).

Recht van initiatief

Tweede Kamerleden hebben het recht op eigen initiatief een wetsvoorstel te maken en dat in de Tweede (en Eerste) Kamer te verdedigen. Dat wordt een initiatiefwetsvoorstel genoemd. Kamerleden kunnen niet zoals ministers steunen op allerlei deskundigen op een ministerie. Daarom zullen Kamerleden de regering eerder om een wetsvoorstel vragen dan dat ze er zelf een maken.

Verantwoordelijk ministerie

Zie ook