Geschiedenis
Het ministerie van Financiën is een van de oudste ministeries (samen met Buitenlandse/Binnenlandse Zaken, Justitie en Defensie). Het bestaat al sinds 1798, toen de regering het Uitvoerend bewind heette in de Bataafse Republiek.
Een korte geschiedenis van het ministerie van Financiën
In de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk van 1798 werden een aantal Agenten (ministers) ingesteld, waaronder een Agent van Financiën. Het ontstaan van het ministerie van Financiën viel samen met een belangrijke staatsontwikkeling in Nederland. Met de staatsregeling ontstond namelijk de eenheidsstaat en verdween de federatie van de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden. Op 17 mei 1799 ontving de eerste Agent van Financiën, Alexander Gogel, van het Wetgevend Lichaam zijn instructie. Onder zijn leiding werd het eerste nationale belastingstelsel ontworpen dat in 1806 werd ingevoerd. Met deze belastingwet wilde Alexander Gogel de belastingdruk in de verschillende provincies gelijk maken. Ook kwam er een centraal geleid ambtelijk apparaat om de belastingen te innen.
In de periode daarna volgden verschillende staatsregelingen elkaar op. In 1810 werd Nederland zelfs door Napoleon bij Frankrijk ingelijfd. De wisselingen van het staatsbestel tastten de continuïteit van een instituut voor het beheer van de staatsfinanciën niet aan. Ook de Prins van Oranje die na de nederlaag van Napoleon naar Nederland terugkeerde, stelde een departement in voor de nationale financiën. Dit werd op 1 januari 1814 in de Staatscourant bekend gemaakt:
In naam van ZIJNE HOOGHEID, den Heere
PRINSE VAN ORANJE
( … )
(...) gelet op de dringende noodzakelijkheid, om aan het bestuur der
financtien te geven een’ geregelden vorm, en, om uit het oogpunt der financtiële
eenheid, alle administratiën te concentreren en te brengen onder eene algemeene
beheering en surveillance, ten einde den ophef der belastingen te verzekeren,
daar door ’s lands kas te stijven en alle desorders, en fraudes te weren, heeft,
in afwachting van de voorzieningen, welke, bij de komst van Z. H. , op het stuk
van 's lands geldmiddelen zullen genomen worden, en onder inhesie der
proclematien van den 21sten dezer maand,
Goedgevonden en verstaan:
De heer Canneman, oud secretaris-generaal der finantiën van den staat, wordt
gerequireerd en gecommitteerd, om, als commissaris-generaal tot de zaken der
financtien, dadelijk op zich te nemen het bestuur en beheering van 's lands
geldmiddelen (...)
In de tweede helft van de negentiende eeuw komen langzaam veranderingen op gang. In de twintigste eeuw versnelt dit proces zich. Vooral op het gebied van de belastingen was dit duidelijk zichtbaar. In 1959 kwam de Algemene wet inzake rijksbelasting (AWR) tot stand. Deze wet regelt ondermeer de rechtsbescherming van burgers met betrekking tot bezwaar en beroep. Door de groeiende complexiteit van de Nederlandse samenleving werden veel belastingwetten herzien en gemoderniseerd. Na deze grote belastingoperaties moest nieuwe fiscale wetgeving ook een antwoord vinden op vraagstukken die ontstonden door de maatschappelijke veranderingen van bepaalde groepen in de samenleving. Bijvoorbeeld de fiscale positie van de gehuwde vrouwen, die na de emancipatie golf niet meer thuis bleven, maar op de arbeidsmarkt een betaald werk gingen zoeken.
Ook op het gebied van de rijksbegroting kwamen de veranderingen op gang in de tweede helft van de negentiende eeuw. De taken van de overheid namen toe. Na de grondwetswijziging van 1848 kreeg de minister van Financiën steeds meer een toezichthoudende rol op de uitgaven van de andere ministeries. Deze nieuwe rol was in 1906 al duidelijk zichtbaar toen de minister van Financiën op Prinsjesdag een
'N O T A betreffende den toestand van 's Lands financiën'
aan de Staten-Generaal aanbood. Deze nota is de geschiedenis ingegaan als de eerste Miljoenennota. In 1927 komt de eerste Comptabiliteitswet in Nederland tot stand. Met deze wet werd de toezichtsfunctie van de minister van Financiën op de begrotingshoofdstukken van alle ministeries wettelijk vastgelegd. Ín 1934 werd aan Artikel 26 van de Comptabiliteitswet nog een vierde lid toegevoegd:
' "Onverminderd het bepaalde in het eerste lid van dit artikel wordt aan het Departement van Financiën een centrale boekhouding voor den dienst van ’s Rijks Schatkist ingericht en bijgehouden volgens voorschriften, door Onzen Minister van Financiën gegeven." '
Documenten en publicaties
Oud-bewindslieden ministerie van Financiën
In dit overzicht staan de oud-bewindslieden van het ministerie van Financiën
Oud-ministers van Financiën
In dit overzicht staan de oud-ministers van Financiën
Oud-staatssecretarissen van Financiën
In dit overzicht staan de oud-staatssecretarissen van Financiën

