Verwijderen van afval

Afvalstoffen die niet kunnen worden gerecycled, worden in afvalverbrandingsinstallaties verbrand om er energie mee op te wekken. Als het afval niet verbrand kan worden, wordt het afval gestort.

Afval verbranden

Afval dat niet kan worden gebruikt, het restafval, gaat meestal naar een stookinstallatie, ook wel afvalverbrandingsinstallatie (avi) genoemd. Het afval is zo brandstof voor elektriciteit en warmte. Zo rijden de trams in Amsterdam op vuilnis en de huizen van sommige woonwijken in de hoofdstad worden verwarmd met stadswarmte, opgewekt door verbrand afval. De 12 avi’s in Nederland produceerden in 2007 stroom voor 667.000 huishoudens.

Opwekken energie

Als een AVI een voldoende hoge energie opbrengst heeft, mag die installatie zich nuttige toepassing van afval noemen. Is de energie opbrengst (te) weinig, dan is het een installatie voor verwijderen. De Nederlandse AVI’s scoren erg goed op het gebied van energie en zijn dan ook bijna allemaal installaties voor nuttige toepassing.

Sommige materialen branden niet; die blijven achter in het as. Maar onbrandbaar wil niet zeggen onbruikbaar. Waardevolle metalen worden teruggewonnen, zoals aluminium, koper en ijzer, en verkocht aan recyclebedrijven. De steenachtige massa die overblijft (‘slakken’) wordt door wegenbouwbedrijven gebruikt als ophoogmateriaal. Bij de aanleg van de Westrandweg (tweede Coentunnelweg) in Amsterdam Westpoort is 1 miljoen kuub zand bespaard door in plaats hiervan as van verbrand afval te gebruiken.

Afvalverbranding is aan strenge regels gebonden. Burgers mogen zelf geen huisvuil verbranden, dat mogen alleen installaties die daar vergunning voor hebben, zoals afvalverbrandingsinstallaties, elektriciteitscentrales en cementovens. De Rijksoverheid bepaalt onder meer hoe schoon de rook moet zijn van de avi’s. Deze en andere regels staan in het externe link: Besluit verbranden afvalstoffen (bva). Op de website van externe link: Agentschap NL staat een externe link: handleiding die avi’s en gemeenten en provincies onder meer helpt om vergunningen op te stellen, te bepalen welke soorten afval mogen worden verbrand en om het onderhoud van de installaties te regelen.

Afval storten

Afval dat niet kan worden gebruikt of verbrand, eindigt op een stortplaats. Meestal gaat het om bedrijfsafval, zoals zwaar verontreinigde grond en asbesthoudend puin. Om te voorkomen dat het afval alsnog de bodem of het grondwater verontreinigt, zorgt de beheerder van een stortplaats ervoor dat de grond wordt afgedicht met een dikke laag folie. Regenwater dat op de vuilnisbelt valt, wordt via buizen afgevoerd en gezuiverd. Is de stortplaats vol, dan wordt die met een bovenlaag veilig afgedekt, onder meer met folie en een dikke laag aarde, gras en andere beplanting. Sommige vuilstorten krijgen een tweede leven als golfbaan of recreatiegebied.

Omdat in Nederland steeds meer afval wordt gebruikt, is de hoeveelheid stortafval flink afgenomen. Werd er in 1992 nog ruim 13 miljard kilo gestort, in 2008 is dat afgenomen tot minder dan 4 miljard kilo, zo blijkt uit cijfers van externe link: Compendium voor de leefomgeving.

Afvalstoffenbelasting afgeschaft

Op 1 januari 2012 is de afvalstoffenbelasting afgeschaft. De afschaffing is een gevolg van het Belastingplan 2012. Dat plan bevat maatregelen die het belastingstelsel eenvoudiger, meer solide en fraudebestendiger moeten maken. De afvalstoffenbelasting was een belasting op het storten van afvalstoffen die door de exploitant van een stortplaats moest worden betaald. De exploitant bracht deze belasting in rekening bij de bedrijven die afval op de stortplaats aanleverden. De afvalstoffenbelasting is dus iets anders dan de afvalstoffenheffing voor particulieren, die door gemeenten wordt geïnd.

Met de afschaffing wil de overheid onder meer de administratieve lasten voor bedrijven verminderen. Door de afschaffing wordt storten van afval een stuk goedkoper. Om te voorkomen dat er daardoor meer gestort gaat worden, gaat in 2012 voor meer soorten afval een stortverbod gelden. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de asresten (bodemassen) van afvalverbrandingsinstallaties en voor alle grond.

Documenten en publicaties

Atsma zet in op duurzaam stortbeheer

Staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) gaat zich samen met provincies en de stortbranche inzetten voor duurzaam ...

Nieuwsbericht | 21-12-2011 | IenM

Verantwoordelijk ministerie