Vraag en antwoord

Wanneer heb ik recht op een halfwezenuitkering?

U krijgt een halfwezenuitkering als uw partner is overleden en u een kind heeft dat jonger is dan 18 jaar. Ook als u gescheiden bent van de overleden ouder of als u niet meer samenwoonde met hem of haar, heeft u recht op deze uitkering. De uitkering vervalt niet als u gaat trouwen of met een ander gaat samenwonen.

1 halfwezenuitkering per gezin

Er kan maar 1 halfwezenuitkering per gezin worden toegekend. Zolang minstens 1 van de kinderen in uw gezin jonger dan 18 is, ontvangt u de halfwezenuitkering.

Hoogte halfwezenuitkering

De halfwezenuitkering bedraagt 20% van het nettominimumloon. De bedragen van de halfwezenuitkering worden elk jaar op 1 januari en op 1 juli aangepast. 

Niet afhankelijk van inkomen

De halfwezenuitkering is niet afhankelijk van uw inkomsten. En ook niet van de inkomsten die uw kind uit bijvoorbeeld een bijbaantje of vakantiewerk heeft. De halfwezenuitkering wordt wel gekort als u een halfwezenuitkering uit een ander land ontvangt.

Verzorger zorgt voor kind van nabestaande

Wordt een kind in een ander huishouden verzorgd, dan krijgt de verzorger van het kind de halfwezenuitkering. Het gaat hierbij niet om tijdelijke verzorging, maar om verzorging voor langere tijd.

Beëindiging halfwezenuitkering

De halfwezenuitkering eindigt als:

  • uw jongste kind 18 jaar wordt;
  • uw kind gaat trouwen, samenwonen of geregistreerd partner wordt;
  • uw kind wordt geadopteerd of tot een ander huishouden gaat behoren;
  • uw kind langer dan een maand in detentie in een gevangenis of huis van bewaring verblijft;
  • uw kind komt te overlijden;
  • u 65 jaar wordt en een AOW-uitkering krijgt voor een eenoudergezin.

De halfwezenuitkering eindigt niet als u gaat trouwen of samenwonen.

Aanvraag halfwezenuitkering

U vraagt de halfwezenuitkering aan bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Zie ook