Nationaal antennebeleid
De overheid wil draadloze communicatie stimuleren. Dat doet ze door te zorgen voor voldoende plekken voor antenne-installaties. Wel moet bij de plaatsing van antennes rekening gehouden worden met het leefmilieu, de volksgezondheid en de veiligheid. Eind 2011 waren er in Nederland ruim 24.400 GSM- en UMTS-installaties.
Het nationaal antennebeleid richt zich op het:
- plaatsen van antennes binnen de kaders van de wet- en regelgeving op het gebied van volksgezondheid, veiligheid, milieu, bouw en ruimtelijke ordening;
- verstrekken van voldoende, begrijpelijke en eenduidige informatie aan het publiek over het antennebeleid en gezondheid;
- stimuleren van samenwerking rond de plaatsing van antennes, onderlinge communicatie en informatievoorziening naar de samenleving over plaatsingen door operators;
- uitwisselen van informatie met onder meer de operators en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over actuele ontwikkelingen rond antennes en plaatsing van antennes in de praktijk.
Verschillende ministeries zijn betrokken bij het nationale antennebeleid:
- Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) ondersteunt de aanleg van mobiele netwerken en is verantwoordelijk voor het toezicht op de veiligheidsaspecten van gebruikte apparatuur voor deze netwerken.
- Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) houdt zich bezig met de gezondheidsaspecten en met de regels voor de plaatsing van de antennes en masten.
- Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) houdt zich bezig met de arbeidsomstandigheden van mensen die met en rond antennes werken. Denk hierbij aan dakwerkers of glazenwassers.
Documenten en publicaties