Assurantiebelasting en overdrachtsbelasting betalen

De hoogte van assurantiebelasting en overdrachtsbelasting hangt af van het soort verzekering (assurantie) of van de onroerende zaak (overdrachtsbelasting). Niet alle verzekeringen worden belast met assurantiebelasting. Wie eigenaar wordt van een onroerende zaak, betaalt meestal overdrachtsbelasting.

Assurantiebelasting niet over alle verzekeringen

Alle externe link: verzekeringen worden belast, behalve:

  • een levensverzekering;
  • een ongevallenverzekering, invaliditeitsverzekering en arbeidsongeschiktheidsverzekering;
  • een ziekteverzekering en ziektekostenverzekering;
  • een werkloosheidsverzekering;
  • verzekeringen van zeeschepen (behalve pleziervaartuigen) en luchtvaartuigen (behalve privévliegtuigen);
  • transportverzekeringen;
  • herverzekeringen;
  • exportkredietverzekeringen.

Hoogte assurantiebelasting

De assurantiebelasting wordt geheven over de premie van de verzekering. Het tarief is sinds 1 maart 2011 9,7%. Vanaf 2015 wordt het tarief 9,5%. De Belastingdienst int deze belasting. Op de site van de Belastingdienst staat meer informatie over externe link: het betalen van de assurantiebelasting.

Overdrachtsbelasting op onroerende zaken

Wie externe link: juridisch of economisch eigenaar wordt van een onroerende zaak in Nederland, betaalt overdrachtsbelasting. Meestal maakt een notaris bij de overdracht een akte op, brengt de overdrachtsbelasting in rekening en draagt die af aan de Belastingdienst. U betaalt overdrachtsbelasting als u eigenaar wordt van:

  • onroerende zaken (bijvoorbeeld een woning of een stuk grond);
  • de rechten op onroerende zaken (bijvoorbeeld externe link: opstalrecht of externe link: erfpachtrecht);
  • aandelen in een nv, bv of maatschap waarvan de bezittingen voor het grootste deel uit onroerende zaken bestaan (ook onroerende zaaklichamen genoemd).

Uitgezonderd van overdrachtsbelasting

Er hoeft niet altijd overdrachtsbelasting betaald te worden. In bepaalde situaties wordt deze belasting niet geheven of geldt er een vrijstelling:

  • Wie bijvoorbeeld door een huwelijk of scheiding eigenaar wordt van een woning, hoeft geen overdrachtsbelasting te betalen. De Belastingdienst noemt meer externe link: uitzonderingen van overdrachtsbelasting.
  • Daarnaast kan in een aantal gevallen externe link: vrijstelling van overdrachtsbelasting worden gekregen. Bijvoorbeeld bij bedrijfsoverdracht of verplaatsing van een landbouwbedrijf.
  • Bij aankoop van een onroerende zaak die minder dan 6 maanden geleden door de vorige eigenaar is gekocht, hoeft de aankoper slechts overdrachtsbelasting te betalen over de waardestijging van de onroerende zaak, mits de vorige eigenaar ook overdrachtsbelasting heeft betaald.

Hoogte overdrachtsbelasting

De heffing van overdrachtsbelasting gaat over de waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak of over de tegenprestatie (als die hoger is dan de waarde). Bijvoorbeeld wanneer iemand meer voor een huis betaalt dan het officieel waard is.

Het kabinet wil een impuls aan de woningmarkt geven en heeft daarom van 15 juni 2011 tot 1 juli 2012 de overdrachtsbelasting verlaagd van 6% naar 2%.

Meer informatie over de externe link: tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting en over externe link: het betalen van de overdrachtsbelasting staat op de website van de Belastingdienst.

Permanente verlaging overdrachtsbelasting op woningen

Om de doorstroming op de woningmarkt te verbeteren, wordt het overdrachtsbelastingtarief voor woningen permanent verlaagd tot 2%. Hierdoor moet er meer mobiliteit op de woningmarkt komen. Ook hebben starters op de woningmarkt voordeel van deze maatregel.

Dit is een van de maatregelen uit het Begrotingsakkoord 2013 om de overheidsfinanciën op orde te brengen. De 5 fracties in de Tweede Kamer (VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie) en het demissionaire kabinet hebben daarover in april 2012 overeenstemming bereikt. Het akkoord beperkt het begrotingstekort in 2013 tot 3% van het bruto binnenlands product (bbp). De maatregelen uit het begrotingsakkoord staan in de Voorjaarsnota 2012, het financiële overzicht van het lopende begrotingsjaar.

Verantwoordelijk ministerie