Basisschool kiezen

Ouders bepalen zelf naar welke school hun kind gaat. In Nederland zijn ruim 6800 basisscholen.

Vrijheid van onderwijs

De vrijheid van onderwijs is vastgelegd in externe link: artikel 23 van de Grondwet. Schoolbesturen mogen zelf bepalen op welke manier en volgens welke levensovertuiging of onderwijskundige opvattingen ze lesgeven. Dit betekent dat er, naast openbare scholen, ook bijzondere scholen zijn in Nederland. Het betekent ook dat ouders kunnen kiezen op welke school zij hun kinderen aanmelden.

De overheid stelt wel voorwaarden aan het onderwijs. Zo zijn vakken als taal en rekenen verplicht. De belangrijkste dingen die kinderen moeten kennen en kunnen om actief te kunnen deelnemen aan de samenleving, zijn vastgelegd in zogeheten kerndoelen primair onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs ziet erop toe dat de kwaliteit van het onderwijs goed is en dat scholen hun leerlingen datgene leren wat in de kerndoelen is vastgelegd.

Medezeggenschapsraad

De medezeggenschap in het primair en voortgezet onderwijs is geregeld in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Elke basisschool heeft een medezeggenschapsraad (MR). In de medezeggenschap zitten personeelsleden van de school en ouders. De medezeggenschapsraad overlegt met de directie en het bestuur over belangrijke schoolzaken. De schooldirectie – die meestal optreedt namens het schoolbestuur – is daarbij verplicht om de medezeggenschapsraad goed te informeren.

De MR spreekt bijvoorbeeld over:

  • de verdeling van het geld;
  • de schooltijden;
  • planning van vakanties en vrije dagen;
  • de lesmethodes;
  • de ouderbijdrage;
  • de verbetering van het onderwijs;
  • de manier waarop ouders kunnen meehelpen bij het onderwijs en andere activiteiten.

Klachtencommissie

Elke school moet een klachtencommissie hebben, of zijn aangesloten bij een landelijke klachtencommissie. Ouders wenden zich pas tot een klachtencommissie zij hun probleem of klacht hebben besproken met de school en het schoolbestuur en als zij er samen niet zijn gekomen. In de schoolgids staat bij welke commissie ouders een klacht kunnen melden en wat er daarna gebeurt.

Selectie van een basisschool

Het is belangrijk dat ouders een basisschool kiezen die bij hen en hun kind past. Sommige basisscholen hebben een verlengde schooldag of besteden bijvoorbeeld veel aandacht aan techniek of cultuur. Ook moeten ouders kijken naar de kwaliteit van het onderwijs op de school. De keuze voor een basisschool wordt makkelijker als ouders scholen met elkaar vergelijkt. Dat kan op verschillende manieren:

  • bij de scholen kijken en praten met de directeur van de school;
  • naar een informatieavond gaan;
  • meekijken in de les (dit is bij sommige scholen mogelijk);
  • informeren bij ouders in de buurt;
  • vergelijken van de onderzoeksresultaten op de site van de externe link: Onderwijsinspectie. Daar ziet men of een school het vertrouwen heeft van de inspectie.

Ook heeft elke school een schoolgids en een schoolplan. Daar staat veel informatie in. Niet alleen over het soort school, maar bijvoorbeeld ook over de doelstellingen en de resultaten van de school. Verder kan men de Onderwijsgids voor Primair Onderwijs raadplegen. Deze gids wordt uitgegeven door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Achterin de gids staat een lijst met vragen die helpen bij het kiezen en het vergelijken van scholen.

Toelating tot de basisschool

Basisscholen kunnen een kind weigeren als u de godsdienstige of levensbeschouwelijke richting van de school niet erkent, maar ook omdat ze 'vol' zitten. Een kind wordt dan niet afgewezen, maar later toegelaten. Als een openbare basisschool vol is, moet de gemeente aangeven op welke openbare basisschool wel plaats is. Ook als een kind nog niet zindelijk is, kan een school weigeren het kind toe te laten. In een aantal gemeenten kan men alleen een school kiezen op basis van de indeling in schoolwijken.

Als een kind wordt geweigerd, is het schoolbestuur verplicht schriftelijk aan de ouders uit te leggen waarom dit gebeurt. Ouders kunnen dan binnen 6 weken schriftelijk bezwaar maken. Vervolgens moet het schoolbestuur binnen 4 weken een nieuwe beslissing nemen, nadat de ouders zijn gehoord.

Persoonsgebonden nummer (onderwijsnummer, PGN)

Het persoonsgebonden nummer (PGN), ook wel onderwijsnummer genoemd, is een uniek nummer voor iedere leerling die in Nederland door de overheid betaald onderwijs volgt. Het persoonsgebonden nummer is hetzelfde nummer als het burgerservicenummer (BSN, dit is het vroegere sofinummer). U ontvangt dit nummer na inschrijving van uw kind in de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Scholen zijn verplicht het persoonsgebonden nummer te gebruiken in hun administratie.

Wettelijk is vastgelegd waarvoor de overheid de gegevens die aan het onderwijsnummer worden gekoppeld mag gebruiken. De Wet bescherming persoonsgegevens geldt ook voor de informatie die de school over uw kind verzamelt. Voor de scholen is het persoonsgebonden nummer handig: ze hoeven minder vaak gegevens door te geven, waardoor de administratieve last afneemt. Bovendien kan de overheid beter controleren of de scholen het overheidsgeld ontvangen waar ze recht op hebben.

Voor meer informatie kunt u terecht bij de school van uw kind, of op externe link: website over Basisregister Onderwijs (BRON).

Leerlingenvervoer

Een kind kan onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van (speciaal) vervoer om naar school te gaan. Per schooltype kunnen andere vervoersregelingen gelden. In plaats van vervoer kan de gemeente ook een tegemoetkoming in de vervoerskosten toekennen. Iedere gemeente heeft dus een eigen regeling voor vervoerskosten.

Kilometergrens

Om gebruik te kunnen maken van het leerlingenvervoer moet de school op een minimale afstand van 6 kilometer van uw woning liggen. De gemeente stelt de kilometergrens vast. Per schoolsoort kan een andere grens gelden. Als de afstand van huis tot school kleiner is dan 6 kilometer, dan kan een kind meestal geen gebruik maken van het vervoer.

De kilometergrens geldt niet voor leerlingen in het regulier en speciaal onderwijs die vanwege een handicap geen of niet zelfstandig gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. Zij hebben ook binnen de kilometergrens recht op vervoer.

Meer informatie over leerlingenvervoer op de website van de externe link: Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).