Innen van belasting

De Belastingdienst int namens de Rijksoverheid de belasting die belastingplichtigen verschuldigd zijn, zoals inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en motorrijtuigenbelasting.  

Overzicht rijksbelastingen

Via de vraag ‘Welke belastingen heft de Rijksoverheid?’ is een overzicht te vinden van alle rijksbelastingen. In de externe link: Algemene Wet Rijksbelastingen (AWR) zijn strafbare feiten op het gebied van rijksbelastingen omschreven. Ook is vastgelegd welke straffen daarvoor staan en hoe daartegen bezwaar of beroep is aan te tekenen.

Bevoegdheden Belastingdienst

Om de belasting te kunnen innen, heeft de Belastingdienst speciale bevoegdheden, zoals: 

  • De mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen
    Hierdoor kan de Belastingdienst executoriale maatregelen treffen om een geldsom bij de betrokken (rechts)persoon te incasseren zonder een gerechtelijk vonnis.
  • De mogelijkheid om een loonvordering te doen
    Na de betekening van een dwangbevel kan de Belastingdienst de werkgever of de uitkeringsinstantie van een belastingschuldige verplichten om een deel van het salaris of de uitkering aan de Belastingdienst af te dragen. Zodat daarmee de belastingschuld wordt voldaan.
  • Bodemrecht
    De Belastingdienst heeft het recht om voor de belastingschuld van A beslag te leggen op roerende zaken van B (zoals interieur) die zich bevinden op de bodem van A (in het bedrijf of de woning).
  • Fiscaal voorrecht
    Dit betekent dat de Belastingdienst voorrang heeft op alle goederen van de belastingschuldige. Als de schuldenaar meerdere schuldeisers heeft, hoeft de Belastingdienst alleen de pandhouder en hypotheekhouder voor te laten gaan. Dit betekent dat als het tot een executieverkoop komt, van de opbrengst eerst de hypotheekschuld en daarna belastingschuld wordt afbetaald. Behalve als de Belastingdienst ook het bodemrecht heeft toegepast. In dat geval is de Belastingdienst hoger bevoorrecht en gaat het ook voor op de pandhouder.

Dit is vastgelegd in de externe link: Invorderingswet 1990. Uiteraard hebben belastingplichtigen rechten. De overheid ziet erop toe dat de Belastingdienst deze naleeft. 

Invorderingsrente en heffingsrente

De Belastingdienst hanteert een invorderingsrente en een heffingsrente. Het percentage wordt elk kwartaal opnieuw vastgesteld.

Invorderingsrente

Als belastingschuldigen hun aanslag niet op tijd betalen, rekent de Belastingdienst invorderingsrente vanaf het moment dat de aanslag betaald had moeten zijn. Als deze belastingaanslag in een later stadium wordt verminderd, betaalt de Belastingdienst de invorderingsrente over het teveel betaalde bedrag terug.

Heffingsrente

De Belastingdienst kan naast invorderingsrente ook heffingsrente berekenen. Dit doet de Belastingdienst als:

  • er in eerste instantie te weinig belasting is geheven;
    Bijvoorbeeld als na de belastingaangifte een (voorlopige) aanslag wordt opgelegd met een te betalen bedrag. De Belastingdienst rekent de heffingsrente door aan de belastingplichtige om het geleden rentenadeel van de Belastingdienst te compenseren.
  • de belastingplichtige recht heeft op een teruggaaf die pas na afloop van het belastingjaar wordt verleend. De Belastingdienst vergoedt over dit bedrag heffingsrente om het geleden rentenadeel van de belastingplichtige te compenseren.

De heffingsrente voor de belastingaanslagen van inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting wordt sinds 1 januari 2010 berekend vanaf 1 januari volgend op het belastingjaar. In beginsel wordt over maximaal 3 maanden rente in rekening gebracht. Als het opleggen van de aanslag lang heeft geduurd door toedoen van de belastingplichtige zelf, kan er over meer dan 3 maanden rente in rekening worden gebracht. De 3-maandentermijn geldt ook niet wanneer rente wordt vergoed.

Overzicht invorderingsrente en heffingsrente

2,85

1 januari 2012

3,00

1 oktober 2011

2,75 1 juli 2011
2,50 1 april 2011
2,50 1 januari 2011
2,50 1 oktober 2010
2,50 1 juli 2010
2,50 1 april 2010
2,50 1 januari 2010
2,50 1 oktober 2009
2,75 1 juli 2009
3,50 1 april 2009
4,90 1 januari 2009
5,45 1 oktober 2008
5,15 1 juli 2008
4,75 1 april 2008
5,30 1 januari 2008
5,40 1 oktober 2007
5,25 1 juli 2007
5,00 1 april 2007
4,70 1 januari 2007
4,25 1 oktober 2006
4,00 1 juli 2006
3,75 1 april 2006
3,50 1 januari 2006

Verantwoordelijk ministerie