Dit onderwerp bevat 5 rubrieken.
Onderlinge overlegprocedure
Hoewel Nederland talloze belastingverdragen heeft afgesloten, kan het toch nog gebeuren dat belastingplichtigen in strijd met het verdrag dubbel belast worden. Daarom bevatten alle verdragen een bepaling op basis waarvan Nederland met een ander land kan overleggen om tot een gezamenlijke oplossing te komen: de onderlinge overlegprocedure. Belastingplichtigen moeten hiervoor zelf een verzoek indienen.
Voorbeelden onderlinge overlegprocedures
Belastingplichtigen die zich in één van onderstaande situaties bevinden, doen er verstandig aan om een onderlinge overlegprocedure aan te vragen.
- Belastingplichtigen die een tijd in het buitenland hebben gewerkt en waarbij beide landen belasting heffen.
- Belastingplichtigen die pensioen uit het buitenland ontvangen dat door beide landen wordt belast.
- Belastingplichtigen die door beide landen als inwoner worden beschouwd waardoor beide landen over het wereldinkomen belasting heffen.
- Kwalificatieverschillen van een rechtspersoon of van gegenereerd inkomen.
Dit is het geval als Nederland de vorm van een rechtspersoon of inkomen anders ziet dan het andere land, bijvoorbeeld een bv versus een maatschap of dividend versus rente.
- De vraag of er sprake is van een buitenlandse vaste inrichting (bedrijfsruimte die als zelfstandige onderneming functioneert) waaraan winst kan worden toegerekend.
Als het om een vaste inrichting gaat, moet Nederland volgens de belastingverdragen vrijstelling verlenen en heft het buitenland belasting. Gaat het niet om een vaste inrichting, dan is het andersom.
Verrekenprijzen en onderlinge overlegprocedure
Ondernemingen met vestigingen in verschillende EU-lidstaten moeten aan elkaar dezelfde prijzen doorrekenen als aan een onafhankelijke partij (verrekenprijzen). Dit om ongewenste winstverschuiving te voorkomen.
Door de verrekenprijzen kan er een dubbele belastingheffing ontstaan. Bijvoorbeeld doordat zowel de Nederlandse als de buitenlandse belastingdienst de prijs voor geleverde diensten corrigeren. In dit soort gevallen is het ook mogelijk om een onderlinge overlegprocedure op te starten. Dit kan op grond van het EU-arbitrageverdrag.
Besluit onderlinge overlegprocedures
Het verloop van de procedure bij een geschil is vastgelegd in het
Besluit onderlinge overlegprocedures. Hierin staat hoe, wanneer en bij wie belastingplichtigen een verzoek kunnen indienen. De directie Internationale Fiscale Zaken (IFZ) van het ministerie van Financiën is namens de minister van Financiën bevoegd om de onderlinge overlegprocedures af te handelen.
Verschillende overlegprocedures
Er zijn 2 soorten overlegprocedures.
- Reguliere overlegprocedure
Het is pas mogelijk om met de reguliere overlegprocedure te starten als de aanslag onherroepelijk vaststaat. In dat geval zijn alle mogelijkheden voor bezwaar of beroep volledig benut of niet langer mogelijk.
Wel moet de belastingplichtige het verzoek binnen 3 jaar indienen. De tijd gaat lopen zodra duidelijk is dat de belastingheffing niet in overeenstemming is met het verdrag (dit is na de eerste kennisgeving). Via deze procedure kan er veel tijd voorbij gaan voordat de procedure van start gaat.
- Vervroegde overlegprocedure
IFZ biedt de mogelijkheid om een verzoek in te dienen voor een vervroegde overlegprocedure. In dat geval wordt de onderlinge overlegprocedure opgestart nog voordat de nationale gerechtelijke procedures (zoals bezwaar en beroep) zijn doorlopen. Hierdoor is de dubbele belastingheffing meestal in een veel eerder stadium op te lossen.
Bij deze procedure moet de belastingplichtige het verzoek indienen voordat de belastinginspecteur uitspraak doet op het bezwaarschrift.
Verzoek indienen
Dien een verzoek voor het opstarten van een onderlinge overlegprocedure schriftelijk in. Het verzoek moet de volgende gegevens bevatten:
- Naam, adres en fiscale gegevens van:
- de belastingplichtige die het verzoek indient;
- andere betrokken partijen;
- betrokken belastingautoriteiten.
- Informatie over de relevante feiten en omstandigheden (zoals informatie over de verhouding tussen de belastingplichtige en de andere partijen);
- Noem het andere land of de andere landen die belasting heffen;
- Geef aan op basis waarvan het verzoek wordt ingediend: belastingverdrag of EU-arbitrageverdrag;
- Onderbouw waarom er mogelijk sprake is van dubbele belasting. Bij een verzoek op grond van het EU-arbitrageverdrag aangeven waarom niet aan de beginselen van artikel 4 is voldaan;
- Geef aan om welk belastingtijdvak het gaat.
- Afschriften van belastingaanslagen, verslag van een eventueel onderzoek van de belastingdienst of andere maatregelen waarvan de dubbele belastingheffing het gevolg zou kunnen zijn.
- Voeg informatie over eventuele in het buitenland lopende bezwaar- of gerechtelijke procedures toe;
- Zeg toe dat zo snel mogelijk aan alle redelijke verzoeken van IFZ wordt voldaan en dat alle stukken ter beschikking worden gesteld.
- Geef aan of het een verzoek is voor een reguliere onderlinge overlegprocedure of voor vervroegde onderlinge overlegprocedure.
- Bij een vervroegde onderlinge overlegprocedure moet ook een kopie van de brief aan de belastinginspecteur zitten met het verzoek om te wachten met de uitspraak op het bezwaarschrift. Geef in deze brief duidelijk aan dat het gaat om de duur van de onderlinge overlegprocedure en een eventueel daarop volgende arbitrageprocedure.
Bekijk ook de voorbeeldbrief voor het indienen van een verzoek.
Stuur het verzoek naar:
Ministerie van Financiën
Directie Internationale Fiscale Zaken
Postbus 20201
2500 EE Den Haag
Onder vermelding van 'Onderlinge overlegprocedures'
Beoordelen verzoek
Binnen 2 maanden na ontvangst van het verzoek, krijgt de belastingplichtige bericht over de verdere behandeling van het verzoek. IFZ kan het verzoek gegrond of ongegrond verklaren.
- Gegrond verklaren
Bij kwesties die binnen Nederland zelf kunnen worden opgelost, overlegt IFZ rechtstreeks met de belastinginspecteur. IFZ start geen onderlinge procedure. In de andere gevallen start IFZ een onderlinge procedure met het betreffende land om tot een oplossing te komen. IFZ streeft ernaar om onderlinge overlegprocedures binnen 2 jaar af te ronden.
Behandeling verzoek
Als de dubbele belastingheffing door Nederland wordt veroorzaakt, kan de belastingplichtige verzoeken om uitstel van betaling. De Belastingdienst verleent dit over de verschuldigde belasting dat verband houdt met de dubbele belastingheffing. Bij een verzoek om een vervroegde overlegprocedure verleent de Belastingdienst automatisch uitstel van betaling.
Daarnaast is het wettelijk mogelijk om heffings- en invorderingsrente op te nemen in een compromis. Dit staat in het besluit van 29 september 2008, IFZ2008/248M.
Geen overeenstemming
Hoewel het in de praktijk niet vaak voorkomt, is het mogelijk dat beide landen niet tot een oplossing komen voor de dubbele belastingheffing. In een aantal gevallen kunnen belastingplichtigen arbitrage toepassen. Meer informatie hierover staat in het besluit van 29 september 2008, IFZ2008/248M. Bij vervroegde overlegprocedures kunnen de belastingplichtigen de openstaande gerechtelijke procedures (zoals bezwaar en beroep) nog doorlopen.
- Ongegrond verklaren
Het IFZ verklaart het verzoek ongegrond als het:
- niet aannemelijk is dat er sprake is van dubbele belasting of dat er is gehandeld in strijd met een bepaling van een belastingverdrag of het EU-arbitrageverdrag;
- verzoek te laat is ingediend waardoor het niet langer aannemelijk is dat de onderlinge overlegprocedure nog succesvol is op te starten.
Documenten en publicaties
Belastingen internationaal: blijf op de hoogte