Onderwerp: Belastingtarieven

Dit onderwerp bevat 5 rubrieken.

Heffingskortingen

Bedragen heffingskortingen
 Heffingskorting

 Jonger dan AOW-leeftijd 

 AOW-leeftijd en ouder

 2013  2012  2013  2012

Algemene heffingskorting

€ 2.001

€ 2.033

€ 1.034

€ 934

Werkbonus

1.100

-

-

-

Maximale arbeidskorting lagere inkomens

1.723

1.611

890

740

Maximale arbeidskorting hogere inkomens

550

1.533

284

704

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

2.133

2.133

1.101

980

Alleenstaande-ouderkorting

947

947

489

435

Aanvullende alleenstaande-ouderkorting

1.319

1.319

681

606

Jonggehandicaptenkorting

708

708

Ouderenkorting


1.032

762

Ouderenkorting boven een inkomen van €35.450

150

Alleenstaande ouderenkorting

429

429

Doorwerkbonus

  • 62 jaar 1,5% (5%)
  • 63 jaar 6% (7%)
  • 64 jaar 8,5% (10%)
  • 65 jaar 2% (2%)
  • 66 jaar 2% (2%)
  • 67 (e.v.) jaar 1% (1%)

  • 719
  • 2.873
  • 4.070
  • x
  • x
  • x

  • x
  • x
  • x
  • 958
  • 958
  • 479

Levensloopverlofkorting (per jaar van deelname)

205

201

Ouderschapsverlofkorting (per verlofuur)

4,24

4,18

Korting groene beleggingen

0,7%*

0,7%*

0,7%* 0,7%*

Korting directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen

0,7%*

0,7%*

* van de vrijstelling in box 3

Algemene heffingskorting

Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. Partners hebben allebei recht op deze heffingskorting. Als één van de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder voorwaarden (een deel van) het bedrag rechtstreeks uitbetaald krijgen door de Belastingdienst. Voorwaarde voor uitbetaling is dat de partner van de belastingplichtige voldoende inkomen heeft en daarbij voldoende belasting betaalt. Deze uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner wordt afgebouwd in 15 jaar tijd met 6,67% per jaar. De afbouw is gestart in 2009. Dit betekent dat er in 2013 ten hoogste € 1.334 (66,67%) van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de minstverdienende partner.

De beperking van de uitbetaling geldt niet indien de belastingplichtige die zijn heffingskorting niet volledig gebruikt geboren is voor 1-1-1963. Voor deze groep blijft – mits ook aan de andere voorwaarden is voldaan – de uitbetaling voor 100% gehandhaafd. In 2011 gold deze uitzondering nog indien de belastingplichtige geboren is voor 1-1-1972 of indien er in het huishouden kinderen van 5 jaar of jonger aanwezig zijn. In 2012, 2013 en 2014 worden deze uitzonderingen stapsgewijs afgeschaft. Dit betekent dat in 2013 ten hoogste € 1.467 (73,33%) van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de minstverdiende partner als die tussen 1-1-1963 en 1-1-1972 geboren is of als er in het huishouden kinderen van 5 jaar of jonger aanwezig zijn.

Arbeidskorting

Een belastingplichtige heeft recht op arbeidskorting als hij één van de volgende inkomsten heeft: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Die inkomsten moeten met tegenwoordige arbeid worden genoten. Zie voor de nieuwe maximumbedragen van de arbeidskorting voor 2013 de overzichtstabel. De hoogte van arbeidskorting is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van de hiervoor bedoelde inkomsten uit tegenwoordige arbeid (het arbeidsinkomen) en het maximum van de arbeidskorting. 

Werkbonus

Een belastingplichtige heeft recht op de werkbonus als hij één van de volgende inkomsten heeft: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden (arbeidsinkomen)  en bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 64 jaar. Het maximum van de werkbonus bedraagt € 1.100 en wordt bereikt bij een inkomen vanaf 100% van het wettelijk minimumloon en loopt door tot 120% van het wettelijk minimumloon. Boven 120% van het wettelijk minimumloon wordt de werkbonus lineair afgebouwd tot nihil bij 175% van het wettelijk minimumloon.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt voor minstverdienende partners en alleenstaande ouders die de zorg hebben voor kinderen onder de 12 jaar. Het basisbedrag van deze heffingskorting is € 1.024 (€ 1.024) indien met werken een arbeidsinkomen van minimaal € 4.814 (€ 4.814) wordt verdiend of indien er recht bestaat op de zelfstandigenaftrek. Voor elke euro die meer wordt verdiend dan € 4.814 (€ 4.814) loopt de inkomensafhankelijke combinatiekorting met 4% (4%) op tot maximaal € 2.133 (€ 2.133). Dit maximale bedrag wordt bereikt bij een arbeidsinkomen van € 32.539 (€ 32.539).

Alleenstaande-ouderkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande-ouderkorting als hij in 2013 meer dan zes maanden:

  • geen partner heeft;
  • een huishouding voert met een kind dat hij/zij in belangrijke mate onderhoudt en dat op hetzelfde woonadres ingeschreven staat;
  • deze huishouding voert met alleen 1 kind of meer kinderen. Het jongste kind moet op 1 januari 2013 jonger zijn dan 18 jaar.

De hoogte van de alleenstaande-ouderkorting bedraagt € 947 (€ 947). Dit bedrag wordt vermeerderd met 4,3% van het arbeidsinkomen, maar maximaal met € 1.319 (€ 1.319) indien het kind bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 16 jaar niet heeft bereikt. Het arbeidsinkomen is het gezamenlijke bedrag van hetgeen door de belastingplichtige met tegenwoordige arbeid is genoten als winst uit een of meer ondernemingen, loon en resultaat uit een of meer werkzaamheden.

Jonggehandicaptenkorting

De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 708 (€ 708) en geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (een zogenoemde Wajonguitkering), tenzij voor hem de ouderenkorting geldt. Belastingplichtigen komen ook voor de jonggehandicaptenkorting in aanmerking, indien weliswaar recht bestaat op een Wajonguitkering, maar niet daadwerkelijk een Wajonguitkering wordt ontvangen vanwege het hebben van een andere uitkering of ander inkomen uit arbeid.

Ouderenkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de ouderenkorting als hij op 31 december 2013 de AOW-leeftijd heeft bereikt en een verzamelinkomen heeft van niet meer dan € 35.450 (€ 35.450). De ouderenkorting bedraagt € 1.032 (€ 762). De ouderenkorting bedraagt € 150 bij een inkomen boven € 35.450.

Alleenstaande ouderenkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande ouderenkorting als hij recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 429
(€ 429).

Levensloopverlofkorting

De levensloopregeling is afgeschaft per 1 januari 2012. De levensloopverlofkorting vervalt daardoor ook. De in het verleden opgebouwde levensloopverlofkorting blijft in tact voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Deelnemers aan de levensloopregeling die op 31 december 2011 een saldo van minimaal € 3.000 hebben staan, kunnen met de levensloopregeling doorgaan. Bij een nieuwe inleg wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd.

De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levenslooptegoed, maar ten hoogste € 205 (€ 205) per jaar waarin is gestort in de levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten worden in mindering gebracht.

Ouderschapsverlofkorting

De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die in 2013 gebruik maakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof. De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof in het kalenderjaar te vermenigvuldigen met een bedrag van 50% van het bruto minimumuurloon per opgenomen verlofuur en bedraagt voor 2013 € 4,24 (€ 4,18) per verlofuur. De korting bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbare loon in 2013 ten opzichte van 2012.

Korting voor groene beleggingen

Per 1 januari 2013 is er uitsluitend een heffingskorting voor de belastingplichtige met groene beleggingen. De korting bedraagt in 2013 0,7% van het bedrag dat daarvoor is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3.

Korting voor directe beleggingen in durfkapitaal, culturele beleggingen en sociaal-ethische beleggingen

Deze kortingen zijn vervallen per 1 januari 2013.

Tijdelijke heffingskorting voor VUT en prepensioen

De tijdelijk heffingskorting voor VUT en prepensioen geldt voor de belastingplichtige die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt en die een uitkering geniet ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding waarop de inkomensafhankelijke bijdrage voor de ZVW wordt ingehouden. De heffingskorting bedraagt 1% van deze uitkeringen met een maximum van € 182.