Studiegroep begrotingsruimte (SBR)
De Studiegroep Begrotingsruimte (SBR) brengt voorafgaand aan verkiezingen en formatie advies uit over het toekomstige begrotingsbeleid en de begrotingsdoelstelling.
Rol van de Studiegroep Begrotingsruimte
De SBR werd in 1971 ingesteld om het structurele begrotingsbeleid beter te onderbouwen. In de eerste 2 jaar van haar bestaan leverde de studiegroep 5 rapporten af. Daarna ging de SBR adviezen uitbrengen voorafgaand aan verkiezingen. De politieke partijen hebben dan nog de mogelijkheid om de aanbevelingen van de SBR te verwerken in de verkiezingsprogramma’s. Het advies van de SBR speelt doorgaans ook een belangrijke rol in de kabinetsformatie.
Eens in de 4 jaar advies
Veel aanbevelingen van de SBR zijn in de loop der jaren overgenomen, zoals het trendmatig begrotingsbeleid en de uitgavenkaders en het streven naar een overschot om het vergrijzingsprobleem het hoofd te bieden. De SBR komt in aanloop naar nieuwe verkiezingen eens in de 4 jaar met een advies.
Advies zonder standpuntbepaling
De SBR werkt ‘zonder last of ruggespraak’ van de politiek. Dit betekent dat het advies van de SBR tot stand komt zonder directe betrokkenheid van het zittende kabinet. Het is dan ook gebruikelijk om het advies zonder standpuntbepaling van het kabinet door te sturen naar de Tweede Kamer.
Samenstelling Studiegroep
Voorzitter van de SBR is de Thesaurier-Generaal. Met 1 of meerdere leden zijn in de studiegroep vertegenwoordigd: de ministeries van Algemene Zaken, Financiën, Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Daarnaast zijn het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank in de SBR vertegenwoordigd. Een medewerker van het directoraat-generaal Rijksbegroting en een van Generale Thesaurie vormen het secretariaat van de SBR.
Het SBR-traject bestaat in feite uit 3 fasen: de voorbereiding (adviesaanvraag) en de vergadercyclus met de feitelijke studiegroep die uitmondt in de publicatie van het rapport.
Adviesaanvraag
Het formele traject van de SBR begint met de formulering van de adviesaanvraag van het kabinet. Het secretariaat van de studiegroep stelt een conceptadviesaanvraag op en stemt dit af met de leden van de SBR en de minister van Financiën. De minister van Financiën dient de definitieve adviesaanvraag in bij de ministerraad. Na instemming door de ministerraad wordt de aanvraag naar de Tweede Kamer gestuurd. Het is zaak dit tijdig te doen, bij voorkeur rond Prinsjesdag, zodat de Kamer er nog over kan spreken. Het kan namelijk voorkomen dat de Tweede Kamer een AO aanvraagt over de adviesaanvraag. Na het vaststellen van de adviesaanvraag kan er interdepartementaal aan de slag gegaan worden met onderwerpen die het meest andere departementen raken.
Vergadertraject
Met de vaststelling van de adviesaanvraag begint het formele traject van de studiegroep. De kern van het formele traject zijn de bijeenkomsten van de voltallige studiegroep. Daarnaast wordt de tijd benut om nadere analyses uit te voeren. Dit gebeurt onder andere via interdepartementale werkgroepen. Ook wordt er een evaluatie gemaakt van het begrotingsbeleid. Een deel van het werk van (en voor) de studiegroep fungeert in de praktijk namelijk als beleidsdoorlichting van de begrotingssystematiek.
Afronding advies/publiciteit
De SBR brengt advies uit aan de minister van Financiën. De minister stuurt het advies zonder nadere standpuntbepaling van het kabinet door aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en zijn collega’s in de ministerraad. Sdu Uitgevers zorgt voor de opmaak en druk van het rapport. Na publicatie zal verdere aandacht worden besteed aan verspreiding van de hoofdboodschap van het studiegroeprapport. Dit kan gebeuren via een persconferentie waarin het rapport wordt gepresenteerd.