Opleidingsdomeinen en leerwegen mbo

Het mbo kent verschillende domeinen: Bouw en infrastructuur, Horeca en bakkerij, Mobiliteit en voertuigen, Handel en mode, Orde en veiligheid, en Zorg en gezondheidszorg. Binnen elk domein kunnen studenten kiezen uit een aantal opleidingen.

Mogelijke wijziging opleidingsdomeinen mbo

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wil het mogelijk maken dat studenten niet meteen een opleiding binnen een domein hoeven te kiezen, maar het 1e en 2e jaar een breder onderwijsprogramma volgen. In het programma zitten dan onderdelen van meerdere domeinen, bijvoorbeeld techniek, zorg en handel. Hierdoor krijgen zij een beter beeld van het beroepenveld en de daarop gerichte opleidingen. Het wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt, ligt bij de Raad van State en is pas openbaar wanneer het bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

Leerwegen mbo

Alle mbo-studenten hebben de keuze uit een praktische of theoretische opleiding. Mbo-studenten die liever met hun handen werken of meteen de sfeer op de werkvloer willen proeven, kiezen voor de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Voor mbo-studenten die het leuk vinden om met hun neus in de boeken te zitten, is er de beroepsopleidende leerweg (bol).

Verhouding praktijk/theorie van leerwegen mbo

Welke leerweg de studenten ook kiezen, zij krijgen altijd een combinatie van theorie en praktijk. De verhouding hangt af van de leerweg.

  • Beroepsbegeleidende leerweg (bbl): minimaal 60% praktijkonderwijs 

Het ministerie van OCW overweegt om ook een maximumnorm voor praktijkonderwijs in te stellen omdat sommige opleidingen nu teveel in de praktijk plaatsvinden. Hierover is nog geen besluit genomen.

  • Beroepsopleidende leerweg (bol): een praktijkdeel van 20 tot 60% van de tijd

Praktijkonderwijs mbo met beroepspraktijkvorming (BPV)

Het praktijkonderwijs vindt plaats op de werkvloer. Mbo-studenten die bbl doen, doorlopen tijdens hun hele opleiding een traject van werken en leren. Mbo-studenten die bol doen, werken 1 dag per week in de praktijk of juist een korte periode heel intensief. Dit is afhankelijk van het BPV-beleid (BPV staat voor beroepspraktijkvorming) van de mbo-school.

Beroepspraktijkvorming

Tijdens de beroepspraktijkvorming (BPV) worden de mbo-studenten volledig in het bedrijf ingewerkt. Hierdoor ervaren zij in de praktijk het beroep waarvoor ze leren. De 17 branchegespecialiseerde kenniscentra, vertegenwoordiging van het bedrijfsleven, zijn verantwoordelijk voor het werven van voldoende BPV-plekken. De mbo-scholen begeleiden studenten naar een BPV-plek en ondersteunen hen tijdens het traject. Op externe link: www.stagemarkt.nl staat een overzicht van de leerwerktrajecten.

Studenten hoeven niet per se voor een BPV-plek van de kenniscentra te kiezen. Ze kunnen ook zelf een leerbedrijf zoeken voor hun praktijkonderwijs. Op externe link: www.stagemarkt.nl staat een overzicht van alle bedrijven die erkend zijn als leerbedrijf. Als studenten het praktijkonderwijs willen volgen bij een niet-erkend bedrijf dan moet dit bedrijf alsnog erkend worden als leerbedrijf. Hieraan zijn enkele criteria verbonden, zoals het voldoen aan de begeleiding- en beoordelingscompetenties. De kenniscentra ondersteunen de leerbedrijven bij hun opleidingsfunctie en beoordelen de kwaliteit van de leerbedrijven.

Mbo-opleiding voor 30-plussers

Voor studenten van 30 jaar en ouder komt er een verkorte mbo-opleiding. De verkorte opleiding is alleen bedoeld voor studenten die de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) volgen. Oudere studenten hebben namelijk reeds (werk)ervaring opgedaan en kunnen daardoor sneller door de lesstof. De studenten ontvangen uiteindelijk wel een volwaardige mbo-diploma.

Tegemoetkoming kosten leerbedrijf

Door de economische crisis bieden minder bedrijven een leerwerktraject aan. Terwijl er steeds meer mbo-studenten bijkomen. Hierdoor ontstaat er een tekort aan externe link: leerbedrijven. In verband met de crisis heeft de overheid in het voorjaar van 2009 extra geld beschikbaar gesteld voor de ondersteuning van het mbo, de aanpak van jeugdwerkloosheid en het tegengaan van schooluitval van ‘overbelaste’ jongeren. Met dit extra geld komt het kabinet onder meer tegemoet in de kosten van BPV-plekken en het erkennen van leerbedrijven. Meer informatie over de genomen crisismaatregelen staat in het onderwerp Jongeren en werk.