Bibob-onderzoek

Bureau Bibob onderzoekt in hoeverre er sprake is van gevaar dat de vergunning of subsidie mede wordt gebruikt om: 

  • op geld waardeerbare voordelen te benutten die verkregen zijn uit gepleegde strafbare feiten
    Zoals witwasconstructies, versluieringconstructies of dekmantelbedrijven. Hierbij speelt onder andere de grootte van het voordeel een rol.
  • strafbare feiten te plegen
    Hierbij moet er een relatie zijn tussen de strafbare feiten die zijn gepleegd en de activiteiten waarvoor een vergunning of subsidie wordt aangevraagd. Bijvoorbeeld mensenhandel in relatie tot een escortvergunning. Of drugshandel in verband met een DHW-vergunning.

Bureau Bibob screent zowel het bedrijf, als de betrokkenen en de zakelijke partners.

Valsheid in geschrifte
Tijdens het onderzoek kan Bureau Bibob stuiten op valsheid in geschrifte. Bijvoorbeeld door tegenstrijdige verklaringen. In dat geval concludeert Bureau Bibob dat er feiten en omstandigheden zijn die erop wijzen of doen vermoeden dat er een strafbaar feit is gepleegd om de vergunning of subsidie te krijgen. Bestuursorganen kunnen op basis hiervan de beschikking weigeren of intrekken.

Als de betrokkene weigert extra vragen (volledig) te beantwoorden, dan kan het Bureau Bibob concluderen dat er een ernstige mate van gevaar bestaat dat de beschikking zal worden misbruikt.

Onderzoeksbronnen Bureau Bibob

Bureau Bibob heeft toegang tot diverse bronnen. Bijvoorbeeld politieregisters, de Belastingdienst, het Kadaster, Justitiële Documentatie, Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Arbeidsinspectie, Financial Intelligence Unit (FIU), uitkeringsinstantie UWV, Fiscale Inlichtingen- en opsporingsdienst / Economische Controledienst (FIOD/ECD), sociale uitkeringsinstanties en het Rijksdienst voor wegverkeer (RDW).

Met de informatie uit deze bronnen en de informatie van het bestuurorgaan en de aanvrager brengt Bureau Bibob relatienetwerken in kaart en screent betrokkenen.

Extra vragen Bibob-onderzoek

Bureau Bibob heeft de mogelijkheid om betrokkenen aanvullende vragen te stellen tijdens het lopende onderzoek. Dit zijn vragen over de financiering en zeggenschap van de onderneming. De betrokkene krijgt 2 weken de tijd om deze vragen te beantwoorden. Het niet of niet volledig beantwoorden van de aanvullende vragen kan consequenties hebben voor het uiteindelijke advies dat Bureau Bibob uitbrengt aan het bestuursorgaan.

Als de betrokkene weigert aanvullende informatie te leveren, kan Bureau Bibob dit als een ernstige mate van gevaar aanmerken. Het bestuursorgaan kan op basis hiervan de gewenste beschikking weigeren.

Privacy betrokkenen

In de externe link: Wet Bibob is een aantal artikelen opgenomen om de privacy van betrokkenen te waarborgen. Bureau Bibob beschermt de privacy door: 

  • geen gegevens aan derden te verstrekken, behalve in die gevallen opgesomd in externe link: artikel 20, lid 3 Wet Bibob.
  • uitsluitend gegevens te verzamelen om een advies uit te brengen.
  • persoonsgegevens die zijn opgenomen in een advies niet langer dan 2 jaar te bewaren.

Verder geldt er voor iedereen die gegevens in het kader van de Wet Bibob tot zijn beschikking krijgt een geheimhoudingsplicht.

Inlichten officier van justitie
Bureau Bibob is wel bevoegd om de officier van justitie in te lichten over adviezen waarbij het bureau heeft geconcludeerd dat er sprake is van ernstig gevaar op misbruik van de faciliteiten.

Mogelijke wijzigingen inzage Bibob-onderzoeksgegevens

In het wetsvoorstel waarin de Wet Bibob wordt gewijzigd staat dat de toepassing van de Wet Bibob verbeterd zal worden door:

  • justitiële en strafvorderlijke gegevens te verstrekken
  • een landelijk register van Bibob-onderzoeken op te zetten
  • externe bezwarencommissies inzagerecht te geven in Bibob-adviezen
  • aan direct belanghebbenden een afschrift te verstrekken van het Bibob-advies

Het Bibob-onderzoek resulteert in een Bibob-advies.

Uithangborden van een wisselkantoor.

Zie ook