Hoogte van de bijstandsuitkering

De hoogte van uw bijstandsuitkering is afhankelijk van de geldende bijstandsnormen en uw inkomen uit andere bronnen (bijvoorbeeld inkomsten van uw partner of volwassen kinderen). De gemeente kan van de normbedragen afwijken.

Normbedragen bijstand

De normbedragen verschillen per groep:

Groepen Hoogte bijstandsuitkering

Gezin met gezinsleden tussen 21 en 65 jaar oud

100% van het minimumloon
(samen)

Alleenstaande ouder tussen 21 en 65 jaar

70% van het minimumloon

Alleenstaande tussen 21 en 65 jaar

50% van het minimumloon

65 jaar of ouder

aparte norm

Gezinnen, alleenstaande ouders en alleenstaanden van 18 tot 21 jaar hebben recht op lagere uitkeringen.


De overheid stelt op 1 januari en 1 juli de bijstandsbedragen opnieuw vast.

Afwijken van de bijstandsnorm

Gemeenten kunnen in sommige gevallen afwijken van de normbedragen voor de bijstandsuitkering.

  • Toeslag alleenstaanden
    Gemeenten mogen alleenstaanden en alleenstaande ouders een toeslag geven van maximaal 20% van het netto minimumloon. Deze toeslag ontvangen zij bovenop het normbedrag.
  • Verlaging van de norm voor de bijstandsuitkering
    Gemeenten kunnen besluiten uw bijstandsuitkering te verlagen als u uw lasten kunt delen met een ander. Dit geldt alleen als u getrouwd bent. Als u een alleenstaande (ouder) bent en de lasten niet met een ander kunt delen, kan de norm worden verhoogd met een toeslag.
  • Langdurigheidstoeslag
    Wanneer u tussen 21 en 65 jaar oud bent en al lange tijd een laag inkomen heeft van ten hoogste 110% van de voor u geldende bijstandsnorm, kunt u een toeslag krijgen. Hiervoor gelden aanvullende eisen:
    • U heeft de afgelopen 12 maanden niet eerder een toeslag ontvangen.
    • U en uw eventuele gezinsleden hebben geen zicht op inkomensverbetering.

Een bijstandsuitkering en andere inkomsten

De gemeente trekt uw eventuele andere inkomsten af van uw bijstandsuitkering. Deze inkomsten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:

  • inkomsten van anderen in uw gezin. Het loon van kinderen van 16 tot 18 jaar telt tot een bedrag van € 827,- netto per maand per kind niet mee. En inkomsten van thuiswonende kinderen van 18 jaar en ouder, die studiefinanciering of een tegemoetkoming voor schoolkosten (WTOS) krijgen of kunnen krijgen, tellen niet mee als het totaal (ook uit een baantje) niet hoger is dan € 1.059,49 netto per maand. Heeft uw studerende kind meer inkomsten? Dan tellen de inkomsten boven dit bedrag mee voor de bijstandsuitkering;
  • geld verdiend met werken;
  • een socialezekerheidsuitkering (WIA, WW). De Wajong-uitkering wordt niet van de bijstandsuitkering afgetrokken
  • (kinder)alimentatie;
  • heffingskortingen van de Belastingdienst. De jonggehandicaptenkorting wordt niet meegeteld voor iedereen van 27 jaar of ouder.

Werk en bijstand

Veel gemeenten tellen een beperkt deel van het loon niet mee als inkomsten. De bijstandsontvanger kan 6 maanden een kwart van zijn salaris houden. Er geldt een maximum van € 192 per maand.
Alleenstaande ouders van 27 jaar of ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar kunnen daarna nog een periode van 30 aaneengesloten maanden recht hebben op een vrijlating van 12,5 % van hun inkomsten. Hiervoor geldt een maximum van € 120 per maand.
De vrijstellingen gelden niet voor jongeren tot 27 jaar.

Vrijwilligerswerk en bijstand

Als u vrijwilligerswerk doet, kunt u daarvoor een onkostenvergoeding krijgen. Soms vindt de gemeente onbetaald werk nodig om de kansen op betaald werk te vergroten. Als u 27 jaar of ouder bent mag u in dat geval maandelijks maximaal € 150 houden naast uw uitkering. Op jaarbasis geldt een maximum van € 1.500.

Soms is het wel toegestaan vrijwilligerswerk te doen, maar draagt dit niet direct bij aan het krijgen van een betaalde baan. In dat geval mag u maandelijks een onkostenvergoeding van maximaal € 95 houden. Op jaarbasis is dat € 764. Ook hier geldt dat u 27 jaar of ouder bent.