Wegverkeer over op biobrandstof
In 2020 moet minstens 10% van alle brandstof in het vervoer bestaan uit hernieuwbare alternatieven voor fossiele brandstof. Bijvoorbeeld biobrandstof en duurzaam opgewekte elektriciteit. Er worden al kleine hoeveelheden biobrandstof door de normale benzine en diesel gemengd. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu wil dit percentage in 2016 al naar 10% brengen.
Europa: 10% alternatieve energie in het wegverkeer in 2020
De landen van de Europese Unie hebben afgesproken dat in 2020 minimaal 10%
van de brandstof in het vervoer bestaat uit hernieuwbare alternatieven voor
fossiele brandstoffen. Dat staat in de
Europese
richtlijn hernieuwbare energie. De volgende brandstoffen tellen mee voor
deze doelstelling:
- biobrandstof (zoals biodiesel, bio-ethanol);
- biogas;
- duurzaam opgewekte elektriciteit, voor elektrisch rijden;
- waterstof.
Nederland: met kleine stappen meer biobrandstof
Nederlandse brandstofleveranciers moeten elk jaar iets meer alternatieve energie leveren.
Biobrandstof bijmengen voor de auto
In 2012 moet 5,25% van de brandstof voor auto’s in Nederland afkomstig zijn
uit hernieuwbare bronnen, in 2013 6,25%. Dit wordt geregeld in het
Besluit hernieuwbare energie
vervoer. Bedrijven die brandstof leveren aan tankstations mengen daarom
kleine percentages biobrandstof door benzine of diesel. Elke auto rijdt dus een
beetje op biobrandstof.
De Rijksoverheid stelt zo elk jaar in kleine stappen een iets groter aandeel biobrandstoffen voor de auto verplicht. Hierdoor krijgen ontwikkelaars genoeg tijd om nieuwe technologieën te ontwikkelen voor de duurzamere tweede en derde generaties biobrandstof. Tegelijkertijd stimuleert de overheid elektrisch rijden en biogas.
Andere inzet biobrandstof
Biobrandstof wordt ook al op andere manieren ingezet. Er is bijvoorbeeld
steeds meer E85 voor ‘flexifuel auto’s’ verkrijgbaar. E85 of
bio-ethanol is een mengsel van maximaal 85%
ethanol en minimaal 15% benzine, dat in aangepaste auto’s kan worden gebruikt.
De KLM voert al
vluchten uit op
biokerosine. En de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (IenM) is
in overleg met België over
inzet
van biobrandstoffen in de binnenvaart.
Versneld 10% biobrandstoffen bijmengen
Staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) heeft aangekondigd dat hij
brandstofleveranciers
al
in 2016 wil verplichten 10% biobrandstoffen door de gewone benzine en diesel
te mengen. Het bijmengpercentage wordt versneld verhoogd. In 2012 moet er
bijvoorbeeld 5,25% in plaats van de eerder aangekondigde 4,5% worden bijgemengd.
Het
Besluit hernieuwbare
energie vervoer wordt hiervoor rond juli 2012 gewijzigd. Het
bijmengpercentage van 5,25% zal voor heel 2012 gelden, dus met terugwerkende
kracht.
Om ervoor te zorgen zoveel mogelijk wordt bijgemengd met de duurzamere
tweede generatie biobrandstof, heeft de staatssecretaris
afspraken gemaakt met het
Rotterdam
Climate Initiative. Deze organisatie komt met een voorstel voor een snelle
overgang van eerste naar tweede generatie biobrandstoffen. Het Rotterdam Climate
Initiative is een samenwerkingsverband van bedrijven en overheid dat van
Rotterdam het knooppunt voor biomassa (bioport) van
Noordwest-Europa wil maken.
Duurzaamste biobrandstof telt dubbel
De duurzamere tweede generatie biobrandstoffen uit
bijvoorbeeld afval telt dubbel mee voor het behalen van de Nederlandse
doelstelling voor 2012 van 5,25% biobrandstof in het wegverkeer. Een voorbeeld:
bedrijven die brandstof leveren aan benzinepompen, hoeven maar 2,63% tweede
generatie biobrandstoffen te mengen met fossiele brandstof om te voldoen aan de
eis voor 2012. Dit is vastgelegd in de
Regeling hernieuwbare energie
vervoer. Dankzij de dubbeltelling werd in 2010 meer dan een derde van alle
biodiesel gemaakt van oud frituurvet en slachtafval.
Vanaf 2013 tellen biobrandstoffen uit hoogwaardige dierlijke vetten (categorie 3-vetten) niet meer dubbel. Deze vetten kunnen ook voor andere toepassingen worden gebruikt, zoals diervoer en zeep. Daarom beschouwt het kabinet categorie 3-vetten niet meer als afval.
Rapporteren over levering biobrandstof
Brandstofleveranciers moeten elk half jaar
bij de Nederlandse
Emissieautoriteit (NEa) rapporteren hoeveel biobrandstof en/of andere vormen
van hernieuwbare energie ze op de markt hebben gebracht. Dat staat in de
Regeling hernieuwbare energie
vervoer. Ze moeten de NEa ook laten weten hoeveel broeikasgas de
brandstoffen uitstoten.
Biotickets om biobrandstof te ruilen
Sommige bedrijven brengen meer biobrandstof op de markt dan ze verplicht
zijn, terwijl andere het streefcijfer niet halen. Die bedrijven kunnen alsnog
aan hun verplichting voldoen door het overschot van andere bedrijven in te
kopen. Hiervoor kunnen ze handelen met
biotickets. Dat staat in het
Besluit hernieuwbare energie
vervoer.
Documenten en publicaties
Energierapport 2011
Het Energierapport 2011 bevat de maatregelen om Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen en geleidelijk ...