Duurzame import uit ontwikkelingslanden
Elk land is verantwoordelijk voor het behoud van soorten, ecosystemen en genetische variatie op zijn grondgebied. Maar niet in elk land gaat de biodiversiteit even hard achteruit. Het verlies van soorten is het grootst in ontwikkelingslanden. Zij hebben de minste middelen om de ecosystemen te beschermen. Nederland helpt ontwikkelingslanden om de diversiteit te behouden.
Ontwikkelingshulp
Armoede dwingt mensen in ontwikkelingslanden soms om natuurlijke hulpbronnen zoals voedsel, hout en land uit te putten. Maar een tekort aan voedsel en hout (bijvoorbeeld uit mangrovebossen) leidt tot nog meer armoede. Bovendien verdwijnt de biodiversiteit en de natuurlijke afweer tegen natuurrampen. Zo beschermen mangrovebossen en koraalriffen tegen overstromingen.
De Rijksoverheid ondersteunt ontwikkelingslanden met ontwikkelingshulp om duurzamer om te gaan met de natuurlijke hulpbronnen.
Duurzame handel
Nederlandse bedrijven importeren veel natuurlijke hulpbronnen, zoals soja,
palmolie en vismeel, uit ontwikkelingslanden omdat ze daar goedkoper zijn. Dat
belast het milieu en de biodiversiteit in het land van herkomst.
De Rijksoverheid wil dat Nederlandse bedrijven rekening houden met het milieu in
ontwikkelingslanden. Op lange termijn moeten alle grondstoffen uit natuurlijke
hulpbronnen die we in Nederland gebruiken, duurzaam zijn geproduceerd. Ook de
grondstoffen die we uit het buitenland halen. De Rijksoverheid koopt sinds begin
2010 alleen duurzaam geproduceerd hout in.
Investeren in biodiversiteit door ontwikkelingslanden
Nederland pleit in internationaal verband voor een instrument waarmee bedrijven kunnen investeren in biodiversiteit. Het is de bedoeling dat importerende bedrijven in Nederland betalen voor de inspanningen die ontwikkelingslanden doen om de biodiversiteit te beschermen. Nederlandse bedrijven kunnen de milieuschade in het ontwikkelingsland bijvoorbeeld compenseren door bijvoorbeeld voor elk gekapt bos een nieuw bos te planten.