Biotechnologie voor milieu en gezondheidszorg
Biotechnologie kan de industrie milieuvriendelijker maken. Zo zijn er allerlei experimenten met biobrandstoffen die de CO2-uitstoot verminderen. En dna-technologie kan grote vooruitgang in de geneeskunde betekenen. De overheid wil de kansen van biotechnologie benutten en houdt daarbij de risico’s goed in de gaten.
De overheid streeft naar een duurzame samenleving. De snelle ontwikkelingen van biotechnologie brengen kansen met zich mee voor verbetering van de gezondheidszorg, landbouw, voeding en milieu.
De toepassingen van biotechnologie in de procesindustrie en de milieusector zijn inmiddels niet meer weg te denken. In de gezondheidszorg wordt biotechnologie toegepast om medicijnen te produceren en bij gentherapie. In 2000 is het gehele overheidsbeleid voor alle vormen van biotechnologie in één document beschreven: de Integrale nota biotechnologie.
Bij nieuwe ontwikkelingen in de biotechnologie wordt gekeken of het
overheidsbeleid aangepast moet worden. De Commissie Genetische Modificatie
(COGEM) adviseert de betrokken ministeries hier regelmatig over in haar
Trendanalyse Biotechnologie.
Biotechnologie, milieu en industrie
Met biotechnologie kunnen organismen met nieuwe eigenschappen worden
ontwikkeld die productieprocessen van de industrie schoner kunnen maken. Zo zijn
er
proeven met
olifantenpoep. Daarin zit een aangepaste schimmel waarmee landbouwafval
sneller kan worden omgezet in ethanol. Zo kan biobrandstof worden geproduceerd
en wordt CO2 uitstoot verminderd. Ook maakt de industrie bioplastic uit
bijvoorbeeld zetmeel of maïs. Dit plastic is biologisch afbreekbaar.
De genen van gewassen kunnen zo gemodificeerd worden dat er minder
bestrijdingsmiddelen nodig zijn in de landbouw. Of dat een plant minder water,
mest en bestrijdingsmiddelen nodig heeft. Ook zijn er proeven met
een filter
van nanozilverdeeltjes waardoor algen 3 keer zo snel groeien. Van algen kan
een schone biodiesel gemaakt worden. Bijvoorbeeld voor de luchtvaart.
Biotechnologie en gezondheidszorg
Dankzij biotechnologie zijn er in de gezondheidszorg nieuwe methoden voor
diagnostiek, preventie en behandeling van ziekten.
De rol
van biotechnologie in de gezondheidszorg zal alleen maar groeien. Zo gaat de
diagnostiek veranderen omdat artsen straks op basis van DNA kunnen inschatten of
iemand drager is van een erfelijke aandoening.
Dankzij de kennis van DNA kunnen medicijnen in de toekomst beter op elke patiënt afgestemd worden. Daardoor worden behandelingen efficiënter en zijn er minder bijwerkingen. Als een ziekte wordt veroorzaakt door een afwijking in een bepaald gen, is er wellicht gentherapie mogelijk. Gentherapie kan een oplossingen bieden voor een tumor of een defect in het DNA, bijvoorbeeld een aangeboren afwijking.