Genetisch gemodificeerd voedsel en landbouw
Planten die beter tegen droogte kunnen. Tomaten die gezonder zijn (‘paarse tomaat’). Maïs die beter bestand is tegen plagen. Dit zijn voorbeelden van voedselverbeteringen die met genetische modificatie bereikt kunnen worden. De overheid beslist of een genetisch gemodificeerd organisme (ggo) veilig is om op de markt te komen.
Genetisch gemodificeerde gewassen
Genetisch gemodificeerde planten zoals maïs of soja kunnen worden gebruikt in voedsel. Op het etiket staat welke ingrediënten genetisch gemodificeerd zijn.
In de landbouw wordt biotechnologie vaak ingezet tegen schadelijke insecten. Gewassen kunnen genetisch gemodificeerd worden zodat insecten de planten vermijden. Dankzij de genetische verandering zijn minder bestrijdingsmiddelen nodig.
Regels voor gebruik genetisch gemodificeerde gewassen
Voordat een genetisch gemodificeerd gewas in Europa mag worden gebruikt in de landbouw of als diervoeder of voedsel, moet het ggo op EU niveau wordt toegelaten. De fabrikant moet dan wetenschappelijk aantonen dat het gewas onschadelijk is voor mens, dier en milieu. Als een ggo is toegelaten voor een bepaald gebruik, geldt het voor alle lidstaten van de Europese Unie (EU).
De risico-inschatting van een vergunningaanvraag wordt door de
Europese voedselveiligheid
autoriteit (EFSA) beoordeeld. In Nederland kijkt het ministerie van
Infrastructuur en Milieu (IenM) of de risico’s voor mens en milieu juist
ingeschat zijn. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kijkt
mee met de beoordeling van de voedselveiligheid en Economische Zaken, Landbouw
en Innovatie (EL&I) met de diervoederveiligheid.
De
Commissie Genetische
Modificatie (COGEM) adviseert de overheid over milieurisico’s bij Europese
vergunningaanvragen voor ggo's. Het
RIKILT instituut voor
Voedselveiligheid maakt een quickscan van de risico's.
Etikettering van levensmiddelen en producten met ggo’s
Fabrikanten zijn sinds 2004 verplicht op het etiket te vermelden als een product meer dan 0,9% genetisch aangepaste bestandsdelen bevat. Er staat dan 'genetisch gemodificeerd' of 'geproduceerd met genetisch gemodificeerde' achter het ingrediënt. Er zijn in Nederland weinig genetisch gemodificeerde producten te koop.
Bij melk, vlees en eieren van dieren die genetisch gemodificeerd veevoer hebben gegeten hoeft dat niet op het etiket vermeld te worden. Als katoen van genetisch gemodificeerde katoenplanten geen levensvatbaar zaad meer bevat, hoeft dat ook niet op het etiket.
Op de site van het Voedingscentrum staat meer
informatie over genetische
modificatie van eten. Op de site van de Nederlandse Voedsel- en
Warenautoriteit staat meer
informatie over
de regels voor genetische modificatie.
Genen die resistent maken tegen antibiotica
Sommige planten bevatten na genetische aanpassing genen die de plant
resistent maken
tegen bepaalde antibiotica. Onderzoekers voegen deze resistentiegenen vaak toe
bij genetische modificatie om de genetisch gemodificeerde planten en cellen te
kunnen onderscheiden van de ongemodificeerde.
Zulke genen zouden theoretisch bij het eten van de ggo-plant overgedragen kunnen worden op bacteriën in het maag-darmkanaal van dieren of mensen. Dan zouden die bacteriën resistent kunnen worden tegen dat specifieke antibioticum. Vervolgens zou dat antibioticum niet meer helpen als mensen ziek worden van die resistente bacteriën. De kans dat deze overdracht plaatsvindt is heel klein. Desondanks wordt er rekening mee gehouden bij de beoordeling van aanvragen voor bijvoorbeeld veldproeven of markttoelatingen.
Die beoordeling wordt per geval gedaan. Als de risico’s verwaarloosbaar klein zijn, kan een aanvraag worden goedgekeurd. Voor de risicobeoordeling kan advies ingewonnen worden van de COGEM of andere expertcommissies. Ook zijn relevante documenten van internationale organisaties, bijvoorbeeld de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) van belang.
Toelating ggo en maatschappelijk nut
In Europa bestaat onvrede over de toelatingsprocedure van genetisch gemodificeerde gewassen. Alleen de veiligheid voor mensen en dieren telt mee in de vergunningverlening. In Europa is er discussie of niet ook met andere aspecten rekening moet worden gehouden, zoals duurzaamheid of maatschappelijk nut. Dat worden ook wel sociaal-economische aspecten genoemd.
Nederland heeft geprobeerd te verduidelijken om welke sociaal-economsiche
aspecten het dan zou kunnen gaan. Het
rapport
sociaal-economische aspecten van GGO's geeft een overzicht van mogelijke
sociaal-economische gevolgen van ggo’s. Nederland hoopt dat er in Europa
afspraken kunnen worden gemaakt over hoe de overheid op een goede manier met de
sociaal-economische aspecten van ggo’s rekening kan houden.
Gevolgen ggo’s voor de biodiversiteit
Door genetische modificatie kunnen veranderde dieren, planten en micro-organismen ontstaan. Als die in de natuur komen, kan dit een gevaar opleveren voor de biodiversiteit. Er kunnen natuurlijke soorten verdwijnen als de nieuwe soorten overheersend zijn. Dit risico weegt mee bij de vergunningverlening.
Voor de beoordeling van risico’s voor de biodiversiteit is kennis nodig. Die
kennis moet actueel blijven, wil het Rijk ook de risico’s van toekomstige
genetisch gemodificeerde organismen op de biodiversiteit kunnen inschatten. Een
groot ecologisch onderzoeksprogramma is gericht op het opdoen van ecologische
kennis: het
ERGO-onderzoek. Het gaat daarbij
bijvoorbeeld om de effecten van nieuwe genetisch gemodificeerde organismen op
hun leefomgeving. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
(NWO) coördineert het onderzoek.
Argumenten voor en tegen ggo
Er is veel discussie over genetisch gemodificeerde gewassen. Voorstanders wijzen er bijvoorbeeld op dat genetische modificatie voedsel gezonder en duurzamer kan maken. Tegenstanders brengen daar onder andere tegen in dat de veiligheid van de consumptie van ggg’s op de lange termijn nog niet is vastgesteld.
De meest gehoorde argumenten die Nederlandse consumenten gebruiken in de discussie over genetisch gemodificeerde gewassen zijn overzichtelijk bij elkaar gezet op de argumentenkaart. Op de argumentenkaart staan meningen, en niet per definitie feiten of het standpunt van de regering.