Dit onderwerp bevat 5 rubrieken.
Omzetbelasting (btw)
Of nu het gaat om een losse plank of een stoel bij de woonboulevard. Een bedrijf is verplicht om omzetbelasting af te dragen over de goederen of diensten die het verkoopt.
Woonakkoord
Het btw-tarief op arbeidskosten bij renovatie en herstel van woningen ouder dan 2 jaar wordt verlaagd. Dit gaat van 21% naar 6%. Ook het aanleggen en onderhouden van tuinen valt onder de btw-verlaging. Dit komt voort uit het woonakkoord. Dit akkoord tussen het kabinet, D66, ChristenUnie, SGP en de coalitiepartijen is op 13 februari 2013 tot stand gekomen.
Het gaat hier om een tijdelijke maatregel, die ingaat per 1 maart 2013 en loopt tot 1 maart 2014. Dit is vastgelegd in het besluit over de tijdelijke verlaging van het btw-tarief. In de bijlage bij dit besluit van 28 februari 2013 staat een aantal veelgestelde vragen en antwoorden.
Btw berekenen
Omzetbelasting wordt ook wel belasting over de toegevoegde waarde (btw) genoemd. Dit is een vorm van algemene verbruiksbelasting. Btw wordt geheven op alle particuliere bestedingen en zit in de prijs die consumenten voor goederen en diensten betalen.
Als een ondernemer een fiets wil verkopen, berekent hij eerst de verkoopprijs zonder btw. Dit bedrag is de belastinggrondslag voor de omzetbelasting. De btw telt de verkoper bovenop zijn verkoopprijs. Na de verkoop draagt hij dit bedrag af aan de Belastingdienst.
Btw-tarieven
Het algemene tarief voor btw is 21%. Daarnaast bestaan 2 bijzondere tarieven:
- Het 6% tarief (voor bijvoorbeeld voedings- en geneesmiddelen, boeken, water en het circus);
- Het 0% tarief (voor bijvoorbeeld export naar landen buiten de Europese Unie.
De regels voor de btw zijn vastgelegd in de Europese btw-richtlijn. Hierin staat bijvoorbeeld wanneer iemand btw verschuldigd is. Consumenten betalen btw op het moment dat zij een product kopen in de winkel. Of op het moment dat bedrijven de goederen afleveren. Dit is onder andere het geval bij de levering van elektriciteit.
Verhoging btw-tarief naar 21%
Het algemene btw-tarief van 19% is in oktober 2012 met 2 procentpunt verhoogd. Dit leidt tot extra belastinginkomsten van € 1 miljard in 2012 en € 4,1 miljard in 2013. Deze verhoging wordt vanaf 2013 gecompenseerd door een lagere inkomstenbelasting, vooral voor werkenden met een lager inkomen. De opbrengst in 2012 wordt deels aangewend als dekking voor de structurele verlaging van de overdrachtsbelasting. Het lage btw-tarief van 6% (op onder andere levensmiddelen) blijft gehandhaafd.
Belastingplichtig voor de omzetbelasting
Iedereen die zelfstandig een bedrijf uitoefent is belastingplichtig voor de omzetbelasting. Dit kunnen bijvoorbeeld natuurlijke personen zijn (mensen met een eigen bedrijf). Ook rechtspersonen betalen btw. Denk aan een naamloze vennootschap (nv), besloten vennootschap (bv), stichting, gemeente of provincie.
Belastingplicht voor fiscale eenheid
Als meerdere bedrijven zich samenvoegen tot 1 financiële, organisatorische en economische organisatie, kan de Belastingdienst deze bedrijven beschouwen als een fiscale eenheid. In dat geval betalen de bedrijven geen btw als zij onderling goederen of diensten leveren. De fiscale eenheid krijgt zelf een nieuw omzetbelastingnummer om aangifte te doen.
Aangifte omzetbelasting
Ondernemers moeten zelf aangifte doen voor de omzetbelasting. Dit kan met het digitale
aangifteformulier Omzetbelasting. De ondernemer krijgt hier doorgaans automatisch bericht over van de Belastingdienst, nadat hij zich heeft aangemeld. Is dat niet het geval, dan moet de ondernemer zelf op tijd een aangifteformulier aanvragen.
Als er sprake is van goederenleveringen binnen de Europese Unie, dan vult de ondernemer ook een aangifteformulier Opgaaf Intracommunautaire Leveringen in.
Aangifte per maand, kwartaal of jaar
Aangifte van de omzetbelasting kan per maand, per kwartaal of per jaar. Het tijdvak is in principe afhankelijk van het bedrag dat een bedrijf gemiddeld aan btw betaalt. De meeste bedrijven dragen per kwartaal btw af. Een ondernemer kan ook om een aangifte per maand vragen.
De aangifte voor de omzetbelasting moet binnen een maand na afloop van het tijdvak bij de Belastingdienst binnen zijn. Ook moet de betaling dan op de rekening van de Belastingdienst zijn bijgeschreven. Als een ondernemer te laat aangifte doet of te laat betaalt, riskeert hij een boete en een naheffingsaanslag. Dit is een schatting van het btw-bedrag dat de ondernemer moet betalen.
Correctie op btw-aangifte
Als de btw-aangifte is verstuurd, kan de ondernemer die niet meer wijzigen. Wel kan hij aanvullingen of correcties doorgeven met het formulier
‘Suppletie omzetbelasting’.
De Belastingdienst controleert aan de hand van de bedrijfsadministratie of de juiste bedragen zijn aangegeven en betaald. Bedrijven die te weinig btw hebben afgedragen, riskeren een belastingrente en een boete.
Btw-compensatiefonds voor overheden
Gemeenten en provincies betalen omzetbelasting, als zij extern goederen of diensten inkopen. Maar overheidsinstanties kunnen geen btw terugvorderen bij Belastingdienst.
Om extra btw-kosten te voorkomen zullen overheden minder snel opdracht geven aan externe partijen. Daarom is het btw-compensatiefonds ingesteld. Via dit fonds kunnen onder andere de gemeenten en provincies toch de btw terugvragen.
Documenten en publicaties
Btw en Accijns: blijf op de hoogte