Inschakeling

Inschakeling van de Nederlandse industrie kan op de volgende manieren worden bewerkstelligd.

Het ministerie van Defensie koopt materieel in Nederland

Het ministerie van Defensie kan materieel in Nederland kopen. In dat geval dient CMP vroegtijdig te onderkennen hoe het Nederlandse bedrijfsleven zo goed mogelijk kan worden ingeschakeld. Door de beperkte omvang van de Nederlandse industrie kan het ministerie van Defensie echter niet alle behoeften in Nederland kopen.

Het ministerie van Defensie neemt samen met andere landen deel aan een internationaal samenwerkingsprogramma

Het ministerie van Defensie kan besluiten samen met andere landen deel te nemen aan een internationaal samenwerkingsprogramma. Hierbij geldt de regel dat het kostenaandeel gelijk moet zijn aan het te ontvangen werkaandeel. Het ministerie van Defensie is inzake internationale samenwerkingsprogramma's verantwoordelijk voor de industriƫle inschakeling. Het CMP treedt daarbij op als adviseur. Het is evident dat de materieelbehoeften in andere landen bepalend zijn voor de mogelijkheden voor een internationaal samenwerkingsprogramma. Voorbeelden van dergelijke programma's zijn het AWACS-programma van de externe link: NAVO (radarvliegtuigen), de NH-90-helikopter en de JSF.

Het ministerie van Defensie plaatst een order in het buitenland

Het ministerie van Defensie kan een order plaatsen in het buitenland. Dit kan leiden tot compensatie. Momenteel wordt, mede in het licht van de nieuwe Richtlijn Militaire Aanbestedingen (2009/81/EG), het Nederlandse compensatiebeleid herzien.

De verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen het ministerie van Defensie en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie bij de aanschaf van defensiegoederen is vastgelegd in het 'Protocol regelende de samenwerking met betrekking tot defensiematerieel tussen het ministerie van Defensie en het toenmalige ministerie van Economische Zaken' van mei 1996.

Voor specifieke vragen over het Protocol kunt u mailen naar cmp@mineleni.nl.