Technologie
Security
Security is een thema met een groeiende maatschappelijke relevantie door een toenemende aandacht voor terrorismebestrijding en crisisbeheersing. Er zijn op dit gebied in de afgelopen jaren dan ook verschillende belangrijke initiatieven ontstaan, zoals het initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een nationaal onderzoeksprogramma voor technologie-ontwikkeling en de ontwikkeling van het thema Security in het Europees Zevende Kaderprogramma (onderzoek).
Drijvende kracht bij deze initiatieven is de potentie van technologie voor een betere en efficiëntere uitvoering van maatschappelijke taken. Ook is in het kader van de Defensie Industrie Strategie (DIS) onderzocht welke technologiën en toepassingsgebieden voor Nederland in internationaal perspectief de meeste potentie hebben en welke de belangrijkste bijdrage leveren aan de positie en behoeften van Defensie. Hierbij is tevens gekeken naar de kansen van civiele toepassingsmogelijkheden van defensiegerelateerde technologie.
Het Security-domein biedt Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen economische kansen bij de ontwikkeling en toepassing van kennisintensieve producten en diensten met een hoge toegevoegde waarde en vormt in potentie een kansrijk innovatiethema. In dit verband wordt onderzocht of de 'Security-industrie' aan de criteria voldoet die EL&I heeft vastgesteld voor het ontwikkelen van een nieuw innovatiethema.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Heleen de Brabander-Ypes (h.h.debrabander@mineleni.nl).
JSF-regeling
Na het faillissement van Fokker in 1996 heeft de Nederlandse overheid ingezet op behoud van kennis en kunde van het luchtvaartcluster. Onderdeel daarvan was een forse investering in een programma om de Nederlandse industrie te positioneren voor het JSF-project. In 2002 is dit uitgebouwd met een investering van $ 800 miljoen in de ontwikkelingsfase van de JSF. Deelname aan de ontwikkeling van de JSF is niet alleen gunstig voor Defensie. Deze grootste investering ooit in een militair ontwikkelingsprogramma, geeft Nederlandse bedrijven en instellingen een "ticket" voor deelname aan het programma. Als de Nederlandse luchtvaartindustrie concurrerend aanbiedt kan het grote, technologisch interessante opdrachten binnenhalen. Inmiddels is duidelijk dat deze strategie vruchten afwerpt. Nederlandse partijen hebben al voor vele honderden miljoenen aan contracten verworven. Met deze contracten blijft Nederland een serieuze en innovatieve speler in de internationale luchtvaartsector.
Dit 'ticket' is voor de industrie niet gratis. In 2002 werd een voorwaarde gesteld voor de overheidsinvestering van $ 800 miljoen. Het mocht de Nederlandse belastingbetaler niets kosten. De financiële voordelen en nadelen van deelname aan het JSF-programma zijn tegen elkaar afgezet in een 'business case'. Het verschil zal door de industrie moeten worden betaald. Over de door hen behaalde JSF-omzet zal een percentage aan de Staat moeten worden terugbetaald. Dit is allemaal vastgelegd in een overeenkomst tussen de overheid en de luchtvaartindustrie: de Medefinancieringsovereenkomst JSF. Inmiddels zijn 83 bedrijven en instellingen partij bij deze MFO. Na herberekening in 2008 en de arbitrage in 2009 hebben de Staat en de Luchtvaartindustrie begin 2010 overeenstemming bereikt over de afdracht. Over de gehele looptijd van het programma bedraagt deze gemiddeld 3%. In de eerste jaren is het afdrachtpercentage lager, namelijk 2%. Na 2020 zal het percentage hoger zijn.
2006 is een belangrijk jaar geweest voor de JSF (inmiddels Lightning II gedoopt). De eerste JSF is 'airborne' en de 9 JSF-partnerlanden hebben besloten de samenwerking voor de productie en het onderhoud van de JSF voort te zetten. Voor de Nederlandse industrie is deze beslissing een belangrijke mijlpaal. Het stelt hen in staat ook in de toekomstige fasen van het JSF-programma contracten te verwerven. Het toenmalige ministerie van Economische Zaken heeft zelfs aparte afspraken gemaakt met de hoofdaannemers van de JSF (Lockheed Martin, Pratt & Whitney en General Electric en Rolls Royce) over de potentiële productie-omzet voor Nederland. Dit houdt in dat de grote 'brokken' werk zijn vastgesteld waarop de Nederlandse industrie mag bieden. Uiteindelijk komt het bij het gunnen van daadwerkelijke opdrachten aan op de bedrijven zelf; zij moeten zorgen voor een 'Best Value' aanbieding.
Voor meer informatie over het JSF-programma of over de MFO kunt u contact opnemen met Timo Staal, t.s.staal@mineleni.nl. Voor specifieke vragen over industriële inschakeling kunt u terecht bij Patrick Haagmans van het JSF Industry Support Team, p.m.g.c.haagmans@mineleni.nl.
Defensiegerelateerde industrie
Op 26 augustus 2005 hebben de toenmalige bewindspersonen van Economische Zaken en Defensie de opdracht gegeven om een strategische visie te formuleren op de Nederlandse defensiegerelateerde industrie in internationaal verband t.b.v. een brief aan de Tweede Kamer. De opdracht wordt uitgevoerd door een interdepartementale stuurgroep van Defensie en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
In het rapport van de stuurgroep wordt tegen de achtergrond van internationale ontwikkelingen en het niveau van de Nederlandse krijgsmacht en de Nederlandse defensiegerelateerde industrie aangetoond dat Nederland goede redenen heeft om te investeren in een gezonde Europese defensietechnologische en industriële basis (DTIB) en dat de ambitie legitiem is om mee te willen delen in de economische effecten van deze investeringen. Belangrijk hierbij is dat een gezonde Europese DTIB mede het fundament vormt voor goede transatlantische samenwerking en dat de vruchten zowel op economisch als op militair vlak liggen. Het Nederlandse uitgangspunt is dat de Nederlandse defensiegerelateerde industrie op grond van zijn sterktes structureel deel kan uitmaken van internationale 'supply chains' (netwerken waarin ontwikkeling en productie van defensiesystemen plaatsvinden). De meeste bedrijven hiervan zullen zowel op de militaire als op de civiele markt actief zijn.
Uitdaging voor de Nederlandse defensiegerelateerde industrie is om zich voor te bereiden op het 'level playing field' op de defensiemarkt van de toekomst, en daarnaast op de onontkoombare consolidatie binnen de Europese industrie. De Nederlandse industrie moet ervoor zorgen dat een volwaardige positie in Europa wordt verworven. Dit is in de eerste plaats een eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven. De komende jaren wordt het bereiken van een positie in de internationale 'supply chains' echter nog sterk beïnvloed door de relatie tussen nationale overheden en industrieën. Defensie en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie moeten een balans vinden tussen enerzijds samen met andere landen steeds weer stappen zetten naar een open markt en internationale samenwerking en anderzijds de inzet van beleidsinstrumenten voor de positionering van de Nederlandse industrie, in de periode waarin deze volledige marktwerking nog niet is bereikt. Daarbij is de operationele behoefte van Defensie leidend.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Leen de Jong (l.dejong@mineleni.nl).