Internationale samenwerking crisisbeheersing
Een grieppandemie of uitval van stroom of internet kan meerdere landen treffen. Om goed voorbereid te zijn, is internationale samenwerking belangrijk. Nederland doet dat bijvoorbeeld door in Europa afspraken te maken over de bescherming van vitale infrastructuur en het voorkomen en aanpakken van incidenten met gevaarlijke stoffen.
Aanpak crises Europese Unie
Een ramp, aanslag of een andere crisis kan meerdere landen treffen. Om goed
voorbereid te zijn, is internationale samenwerking belangrijk. Nederland doet
dat bijvoorbeeld door in Europese Unie afspraken te maken over bescherming van
vitale infrastructuur en beoordeling van risico’s. De EU heeft onder meer
daarvoor in 2010 het 4-jarige
Stockholmprogramma
opgesteld.
Bescherming vitale infrastructuur in Europa
De afspraken van de Europese landen om de vitale infrastructuur in Europa te beschermen staan in de richtlijn tot bescherming van Europese vitale infrastructuur (EPCIP-richtlijn) en gaan over:
Energie
- elektriciteit: centrales, kabels;
- olie: productie, opslag, pijpleidingen;
- gas: productie, opslag, pijpleidingen.
Vervoer
- wegtransport;
- spoorvervoer;
- luchtvaart;
- binnenvaart;
- zeevaart.
Chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten
Sinds eind 2009 heeft de Europese Unie een
CBRN-actieplan
om aanslagen en ongelukken met chemische, biologische, radiologische en
nucleaire middelen (CBRN-incidenten) beter te kunnen voorkomen of bestrijden.
Meer informatie over het voorkomen van misbruik van CBRN-middelen door
kwaadwillenden is te vinden in het dossier Terrorisme.
Crisisbeheersing buiten Europa
Nederland werkt nauw samen met verschillende andere landen om risico’s op rampen en aanslagen te verkleinen. Naast afspraken met afzonderlijke landen en in EU-verband gebeurt dit ook bij de:
- Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)
- Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO)
- Verenigde Naties (VN)
De Nederlandse strategie nationale veiligheid en de
Nationale Risicobeoordeling worden door de OESO als
internationaal
voorbeeld gezien voor het beoordelen van risico’s en het nemen van
maatregelen om de nationale veiligheid te versterken.
Ook werkt de overheid samen met niet-gouvernementele organisaties zoals het Internationale Rode Kruis. Bijvoorbeeld door te onderzoeken hoe landen ervoor kunnen zorgen dat formaliteiten geen belemmering vormen voor het snel verlenen van internationale hulp.