Internationale bestrijding van cybercrime

Internet kent geen landsgrenzen. Criminelen kunnen zonder problemen vanuit het buitenland persoonlijke gegevens stelen of inbreken in een computer. Dit maakt cybercrime een wereldwijde bedreiging. Bij veel landen staat deze vorm van criminaliteit dan ook hoog op de politieke agenda. 

Rol van Nederland

Cybercrime kan alleen worden aangepakt met passende grensoverschrijdende maatregelen. Wereldwijd is er al veel gebeurd. Dat geldt voor de internationale politiek én voor het bedrijfsleven (veilig internetbankieren bij banken). De Nederlandse overheid probeert de gezamenlijke internationale aanpak verder te verbeteren. Bijvoorbeeld door:

  • de mogelijkheden om een computersysteem ook in het buitenland te doorzoeken te verruimen;
  • de wederzijdse rechtshulpverlening verder uit te bouwen;
  • het blokkeren en filteren van ongewenste informatie gezamenlijk te verbeteren.

Internationale initiatieven

Landen ondersteunen elkaar 24 uur per dag om internetcriminelen op te sporen. Voor Nederland gebeurt dat door het team High Tech Crime van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) en door externe link: GOVCERT. Dit is het Computer Emergency Response Team van de Nederlandse overheid. GOVCERT verzamelt informatie over ICT-veiligheid en geeft beveiligingsadviezen aan organisaties.

Raad van Europa

De Raad van Europa is een belangrijke initiatiefnemer om juridische voorwaarden op te stellen voor een goede aanpak van cybercrime. De Raad ontwikkelt strafvorderlijke bepalingen die van belang zijn voor de opsporing, de bewijsvergaring en de rechtshulpverlening. Het cybercrimeverdrag van 2001 heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat er meer eenheid is gekomen in strafbepalingen die noodzakelijk is om beter internationaal samen te kunnen werken.

G8, OESO en VN

Cybercrime staat ook hoog op de agenda van internationale organisaties, zoals de G8 en de externe link: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De Verenigde Naties kennen sinds 11 november 2004 de Working Group on Internet Governance (WGIG). Deze werkgroep wil aanbevelingen formuleren die zorgen voor een evenwichtig optreden van private partijen en overheden. De OESO heeft opgeroepen om tot een cultuur van veiligheid in informatiesystemen te komen.

Europese Unie

In 2007 heeft de Europese Commissie de mededeling: externe link: "Naar een algemene strategie inzake de bestrijding van cybercriminaliteit" ,  gepresenteerd. Dit document is de basis voor een Europese aanpak van cybercrime, zoals het zich in de komende jaren nog verder zal ontwikkelen. Ook voor het Nederlandse beleid is het document belangrijk.

Volgens de Commissie moeten landen meer nadruk leggen op de opleiding van politieagenten en justitiële functionarissen. Er moeten niet alleen meer mensen worden opgeleid. Landen en betrokken organisaties moeten relevantie opleidingsprogramma’s met elkaar verbinden, om ervoor te zorgen dat de opleidingen beter worden.

Stand van Zaken

Binnen Europa zijn inmiddels een aantal verdragen opgesteld om cybercrime wereldwijd aan te pakken. Ook werken de Europese Unie en de lidstaten aan het opzetten van samenwerkingsverbanden en het verbeteren van de wetgeving:

  • Het externe link: Verdrag ter bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik
    Dit verdrag stelt grooming, het op afstand kijken naar kinderpornografie en het opzettelijk laten kijken door kinderen naar seksueel misbruik of seksuele handelingen strafbaar. Het verdrag van de Raad van Europa is in 2007 ondertekend in Lanzarote. Nederland heeft het verdrag op 1 januari 2010 geratificeerd, het wetboek van strafrecht is met ingang van deze datum aangepast en uitvoeringswetgeving is ontwikkeld.
  • externe link: Raadsconclusies van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van de EU (de JBZ-raad)
    Deze Raadsconclusies gaan bijvoorbeeld over het oprichten van meldpunten voor cybercrime in ieder Europees land en het uitwisselen van deze informatie tussen deze landen. Of een samenwerking met Internet Service Providers bij het ontoegankelijk maken van kinderporno door het filteren en blokkeren daarvan. De Raadsconclusies vloeien voort uit de mededeling van de Europese Commissie (EC) van 22 mei 2007: externe link: Towards a general policy on the fight against cyber crime . De EC wil daarnaast samenwerken met financiële instellingen om cybercrime tegen te gaan.
  • Herzieningsprocedure van het externe link: Kaderbesluit kinderpornografie
    Sinds het voorjaar van 2009 loopt een herzieningsprocedure van het Kaderbesluit kinderpornografie. In 2010 wordt het kaderbesluit over integriteit van informatiesystemen aangepast.

Internationaal onderzoek

Nederland pleit daarnaast voor een internationaal onderzoek naar de aard en omvang van cybercriminaliteit, de daders en hun manier van werken. Een van de mogelijkheden daarvoor is afspraken maken over een internationale onderzoeksagenda. Binnen EU-verband wordt momenteel bekeken welke landen daar aan mee willen doen.

Ook werkt Nederland mee aan de verbetering van internationale contacten. De Nederlandse politie en het Nederlandse Openbaar Ministerie (OM) werken nauwer samen met andere landen in EU. Dit gebeurt door diverse uitwisseling van experts en informatie over casussen en de manier van werken.