Aanpak Deltaprogramma

Nationaal programma

Hoe kunnen we de veiligheidsopgave goed koppelen aan doelstellingen voor economie, natuur, landschap, wonen en recreatie? De plannen en besluiten die hiervoor nodig zijn, worden uitgewerkt in het Deltaprogramma.
Veel mensen en verschillende generaties Nederlanders krijgen ermee te maken. Om die reden is het een nationaal programma, waaraan Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten samenwerken. Maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten worden er actief bij betrokken. Het Deltaprogramma staat onder regie van de deltacommissaris, de regeringscommissaris die hiervoor speciaal door het kabinet is aangesteld. Met Hollandse nuchterheid werken we gezamenlijk vanuit het heden en met de blik gericht op de toekomst aan een Deltaplan nieuwe stijl, voor het behoud van een veilig en aantrekkelijk Nederland.

Maatregelen voor korte en lange termijn

Om ons goed op de toekomst voor te bereiden, moeten we op de korte termijn maatregelen nemen die passen bij de lange termijn. Het gaat om maatregelen, waarmee we ons aanpassingsvermogen vergroten en beter bestand zijn tegen extreme situaties. Bijvoorbeeld door rivieren meer ruimte te geven. Of door de kust te versterken met zand, waardoor we de stijgende zeespiegel op kunnen vangen.

Adaptief deltamanagement

De noodzaak om ingrijpende maatregelen te nemen, kan zo worden uitgesteld. In de tijd die we hiermee winnen, kunnen we meer te weten komen over het veranderende klimaat en vernieuwende oplossingen ontwikkelen. Dit noemen we adaptief deltamanagement. Scenario’s kunnen ons helpen om de omslagpunten in het beleid, wanneer ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn, in kaart te brengen.
Met de strategie om nu al maatregelen te nemen om bepaalde omslagpunten uit te stellen, bijvoorbeeld door bij het bouwen in een gebied rekening te houden met toekomstige wateropgaven, zorgen we ervoor dat het beschikbare geld zo efficiënt mogelijk wordt besteed. Deze strategie van ‘adaptief deltamanagement’ gaan we de komende tijd verder uitwerken.

Voorbeeld omslagpunt: peil IJsselmeer

Een ander voorbeeld van een omslagpunt ligt bij het peilbeheer van het IJsselmeer. Hier kan nu overtollig water bij eb worden geloosd op de Waddenzee, ‘onder vrij verval’, dat wil zeggen dat het water dan vrijuit naar buiten stroomt. Naarmate de zeespiegel stijgt, wordt dit lastiger. Om toch bij het huidige IJsselmeerpeil voldoende water te kunnen spuien, wordt gewerkt aan extra spuicapaciteit. Maar als de zeespiegel nog eens 25 cm stijgt, wordt spuien onder vrij verval vrijwel onmogelijk. Het peil van de Waddenzee en dat van het IJsselmeer zijn dan nagenoeg gelijk. Het omslagpunt voor de strategie is dan bereikt.