Deelprogramma Nieuwbouw en herstructurering
Het deelprogramma Nieuwbouw en herstructurering (DPNH) verkent hoe ruimtelijke maatregelen kunnen bijdragen aan het beperken van de gevolgen van een overstroming, een hevige regenbui, langdurige droogte en extreme hitte. Dit mondt in 2014 uit in een Deltabeslissing ruimtelijke adaptatie.
Stad en water komen elkaar steeds vaker tegen. Waterveiligheid is niet alleen meer een kwestie van dijken bouwen en onderhouden, maar ook van ruimtelijke inrichting. Daarnaast wordt die ruimtelijke inrichting van steeds groter belang bij het aanpakken van de problemen die heftige regens, droogte en hitte met zich meebrengen. Om nu, en in de toekomst, goed te kunnen wonen en werken in Nederland, moeten we de manier veranderen waarop we ons stedelijk gebied inrichten, bijvoorbeeld door slim aangepast te bouwen. Het deelprogramma Nieuwbouw en herstructurering (DPNH) helpt daarbij.
Samenwerken
Het is niet de bedoeling alle steden en dorpen van Nederland gelijk op de schop te nemen. Dat kan niet en dat hoeft ook niet. Het stedelijk gebied in Nederland is van zichzelf al continu in beweging. Er worden nieuwe huizen gebouwd en oude wijken opgeknapt, bestrating en riolering worden regelmatig vervangen en de openbare ruimte wordt voortdurend aantrekkelijker, functioneler en leefbaarder gemaakt. Ook dijken en watergangen worden onderhouden en aangepast. De kunst is bij deze activiteiten aan te sluiten en daarbij op verstandige wijze vooruit te kijken. Door de kansen te benutten, bereiden we ons nú voor op de toekomst.
Er zijn verschillende goede voorbeelden waar verder wordt gekeken dan de korte termijn en het eigen werkveld. Daar blijkt dat rekening houden met water en klimaat niet of nauwelijks extra geld hoeft te kosten en juist bij kan dragen aan een leefbaarder en (economisch) waardevoller gebied.
Het vraagt wel iets van de betrokkenen: namelijk een vooruitziende blik, rekening houden met toekomstige ontwikkelingen als het gaat om regen en hitte. En het vraagt om een plan waaraan wordt vastgehouden vanaf de eerste regionale visies tot en met de uitvoering. Dat vergt een betere samenwerking tussen partijen, met name binnen gemeenten en tussen gemeenten en waterschappen, en het liefst zo vroeg mogelijk in het ontwikkelingsproces. Op die manier komen niet alleen de problemen sneller op tafel, maar blijken ook de oplossingen meer binnen handbereik, tegen soms lagere kosten.