Aanleiding deelprogramma Rijnmond-Drechtsteden
Door klimaatverandering zijn op middellange en lange termijn forse veranderingen in de waterhuishouding te verwachten. De zeespiegel stijgt en het water in de rivieren zal vaker extreem hoog en extreem laag staan. In de regio Rijnmond-Drechtsteden, die precies op het grensvlak van zee en rivieren ligt, zullen de gevolgen duidelijk merkbaar zijn. Economische en ruimtelijke ontwikkeling van deze dichtbevolkte regio met enorme economische betekenis voor Nederland is alleen mogelijk als de bescherming tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening - ook op lange termijn - op orde zijn.
Probleemanalyse
In de regio Rijnmond-Drechtsteden wonen nu 1,5 miljoen mensen, grotendeels achter een dijk, maar circa 60.000 van hen wonen buitendijks. Door de klimaatverandering en bodemdaling neemt de kans op overstromingen toe. In het meest extreme klimaatscenario is in 2050 naar verwachting 30% en in 2100 50% van de dijken te laag.
Ook buitendijks neemt de kans op overstroming toe. De zoetwatervoorziening voor de land- en tuinbouw, industrie en de natuur komt onder druk te staan. Door droogte en de stijgende zeespiegel schuift het zoute water vanuit zee langs de bodem van de rivieren verder landinwaarts (verzilting). De verzilting leidt ertoe dat de inlaatpunten bij Gouda en Bernisse rond 2050 onvoldoende betrouwbaar zullen zijn en dat hiervoor een oplossing moet worden gevonden.
Beschrijving gebied
De regio Rijnmond-Drechtsteden bestaat uit het Rijnmondgebied, de 6 Drechtsteden (Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendracht, Sliedrecht en Zwijndrecht), het aansluitende Haringvliet, Hollands Diep en de wateren die daarmee in verbinding staan (Noordelijke Deltabekken).
Rijnmond-Drechtsteden vormt de overgangszone tussen Noordzee en de rivieren Rijn en Maas. Kenmerkend voor dit gebied is dat de waterstanden, stroming en de beweging van zout water en van zand en slib kunnen worden beïnvloed door zowel de zee als de rivieren. Zee- en rivierprocessen ontmoeten elkaar hier.
Het zijn voedselrijke gebieden waar grote aantallen planten en dieren voorkomen. Een deel daarvan is ook economisch van belang zoals schelpdieren. We noemen zo’n gebied een estuarium. Ondanks het vaak kunstmatige karakter is de natuurwaarde groot, omdat deze overgangszones in Nederland schaars zijn en onder druk staan.
Sterk verstedelijkt gebied
Door de gunstige ligging en de goede verbindingen is de haven van Rotterdam één van de grootste havens van Europa en een belangrijke economische motor voor Nederland. In dit sterk verstedelijkte gebied wonen 1,5 miljoen mensen, voor een groot deel buitendijks. De regio bevat veel hoofdverbindingen voor wegen, spoor en water. De ligging van de havens ten opzichte van het achterland, de goede bereikbaarheid vanuit zee, en de goede verbindingen met de rest van het land maken de haven en industrie de spil van een internationaal logistiek netwerk.
Bedreiging én voorwaarde
Water is hier niet alleen een bedreiging, maar is ook cruciaal voor de havens (vaarwegen) en de industrie en land- en tuinbouw (zoet water). Daarnaast vervult water een recreatieve en ecologische functie. Het draagt bij aan een aantrekkelijk woonklimaat. Tot slot vormt de waterbouwkundige kennis die het werken aan de delta met zich meebrengt een kans voor de export.
De komende decennia staan in het teken van verdere verstedelijking (wonen en werken), versterking van de natuur en verbetering van de bereikbaarheid. De regio zet erop in dat van de verstedelijkingsopgave 40% in binnenstedelijk gebied plaatsvindt, zodat de druk op groene en open gebieden vermindert. In Rijnmond-Drechtsteden zijn deze bouwlocaties vooral te vinden in verouderde haven- en industriegebieden. Door de ligging aan het water kunnen hier aantrekkelijke woon- en werkgebieden worden gecreëerd. Het overgrote deel ligt buitendijks. Daarom vraagt de stedelijke (her)ontwikkeling van het gebied ook om zekerheid over hoe we op de lange termijn willen omgaan met waterveiligheid.
Plan- en studiegebied
Het plangebied van het deelprogramma is de regio Rijnmond-Drechtsteden rond Rotterdam en Dordrecht. Omdat de effecten van knelpunten ook buiten dit gebied kunnen optreden en oplossingen ook daar kunnen worden gevonden, is het studiegebied groter. Het gaat vooral om delen van het Groene Hart, rivierengebied en IJsselmeergebied, West-Brabant en de Zuidwestelijke Delta (Hollandsch Diep en Haringvliet).
Samenhang met andere deelprogramma’s
Het deelprogramma Rijnmond-Drechtsteden werkt samen met andere deelprogramma’s. Met de regionale deltaprogramma’s Zuidwestelijke Delta en Rivieren wordt op dit moment intensief samengewerkt onder de noemer: Deltabeslissing Rijn-Maasdelta. Gestreefd wordt om in 2014 te komen met een gezamelijk advies van de drie deltaprogramma's voor de gehele Rijn-Maasdelta.