Preventie en bestrijding dierziekten
De eigenaar of houder van dieren is verantwoordelijk voor de zorg en de gezondheid van zijn dieren. De overheid heeft een aantal regels gesteld om de gezondheid van de gehouden dieren te bewaken. Deze regels richten zich vooral op preventie, bewaking en bestrijding van dierziekten.
Daarnaast heeft de overheid voor een aantal dierziekten specifieke regels gesteld, bijvoorbeeld omdat deze dierziekten grote sociale en economische gevolgen hebben of omdat ze een risico vormen voor de volksgezondheid.
Bewaking van diergezondheid
De overheid houdt de diergezondheid in Nederland permanent in de gaten. Hierdoor is het mogelijk om het diergezondheidsbeleid snel aan te passen en om direct te kunnen ingrijpen als een besmettelijke ziekte uitbreekt.
Het Rijk heeft samen met de sector 3 doelen vastgesteld:
- uitbraken opsporen van bekende aandoeningen en ziekteverwekkers die niet endemisch zijn (van nature voorkomen) in Nederland;
- nog onbekende aandoeningen opsporen;
- zicht houden op trends en ontwikkelingen.
Preventie van dierziekten
Om insleep en verspreiding van dierziekten zoveel mogelijk te voorkomen moeten de eigenaren van dieren onder andere:
- hun best doen om dierziekten buiten hun bedrijf te houden;
- zorgen voor voldoende hygiëne;
- alert zijn op ziektesymptomen;
- voorschriften in acht nemen bij het importeren van dieren uit het buitenland;
- een verdenking van een dierziekte direct melden bij een dierenarts.
Bij een verhoogd risico dat besmettelijk dierziekten het land binnenkomen, wordt de controle op diertransporten strenger. Deze maatregelen kunnen plaatsvinden op bedrijfsniveau of op landelijk niveau (importverbod vanuit besmette landen).
Reizigers
Op diverse vakantiebestemmingen heersen besmettelijke dierziektes zoals mond- en klauwzeer of vogelgriep. Het Rijk adviseert daarom voorzichtig te zijn met direct contact met dieren in het buitenland. Ziektekiemen van deze dieren kunnen met mensen en in bagage mee terugliften naar Nederland.
Ook gelden er voor reizigers regels voor de
invoer van dieren en
dierlijke producten, zoals wol,
verwerkt vlees of zuivel of jachttrofeeën. Het is verboden om levende dieren of
dierproducten mee terug te nemen.
Aangifteplichtige dierziekten
Voor sommige dierziekten gelden er strengere regels voor het melden, opsporen
en bestrijden. Deze ziekten worden
aangifteplichtige dierziekten
genoemd. Als zo’n ziekte gemeld wordt kan het ministerie van Economische Zaken,
Landbouw en Innovatie (EL&I) extra maatregelen afkondigen om de ziekte te
bestrijden.
De redenen om een dierziekte aangifteplichtig te maken zijn:
- de ziekte kan snel uitbreiden;
- de ziekte kan ernstige schade berokkenen aan de betrokken diersoort;
- de ziekte kan niet worden voorkomen of bestreden met de normale bedrijfsmiddelen;
- de ziekte vormt een ernstig gevaar voor de volksgezondheid.
Daarnaast kan een verdrag met een volkenrechtelijke organisatie bepalen dat een dierziekte aangifteplichtig is.
Melden dierziekte
Als een dier verschijnselen van een aangifteplichtige dierziekte vertoont, moet de eigenaar, dierenarts of het laboratorium dat melden bij het landelijk telefoonnummer voor dierziekten: (045) 546 31 88. Dit nummer is van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en is 24 uur per dag bereikbaar.
Tijdig melden van (verschijnselen van) een besmettelijke dierziekte is cruciaal. Door niet tijdig te melden kan een ziekte zich snel verspreiden en kunnen de gevolgen voor mens en dier groot zijn.
Bestrijdingsplichtige dierziekten
Voor een deel van de aangifteplichtige ziekten geldt voor de overheid ook een bestrijdingsplicht. Dat betekent dat de overheid de verspreiding van die ziekten altijd moet tegengaan. De minister van EL&I is verantwoordelijk voor de bestrijding, de NVWA is verantwoordelijk voor de uitvoering. Deze dierziekten worden bestreden volgens Europese bestrijdingsrichtlijnen, uitgewerkt in nationale beleidsdraaiboeken van het ministerie van EL&I. De aanpak is geregeld in diverse draaiboeken.
Aanvulde maatregelen
Naast de maatregelen uit de beleidsdraaiboeken, kan de staatsecretaris van EL&I aanvullende maatregelen nemen. Daarbij wordt hij geadviseerd door de Chief Veterinary Officer en de Groepen van Deskundigen.
Deskundigen
Op dit moment zijn er 4 Groepen van Deskundigen:
- voor herkauwers;
- voor pluimvee;
- voor varkens;
- voor paarden.
De deskundigen zijn onafhankelijk en worden door de minister benoemd. De groepen bestaan uit epidemiologen, virologen, dierenartsen en bijvoorbeeld deskundigen op het gebied van wilde dieren en natuur.
Vaccinatie
Er zijn 2 soorten vaccinaties:
Vaccinatie als vorm van preventie
Vrijwel alle gehouden dieren worden gevaccineerd tegen ziekten. Pluimvee, rundvee, varkens, schapen en geiten worden jaarlijks (standaard) gevaccineerd. Bijvoorbeeld tegen ziektekiemen zoals Newcastle disease bij pluimvee en Q-koorts bij geiten. Dit helpt de dieren gezond te houden en heeft geen schadelijke gevolgen voor hun producten, zoals vlees en melk.
Vaccinatie als vorm van bestrijding
Bij sommige bestrijdingsplichtige dierziekten, zoals Klassieke varkenspest en Mond en klauwzeer (MKZ), kan noodvaccinatie worden toegepast als bestrijdingsmaatregel. Hierdoor wordt de verspreiding van de ziekte tegengegaan en wordt een dier na besmetting niet ziek. Of en wanneer vaccinatie wordt ingezet wordt besloten door het ministerie van EL&I in overleg met de EU. Hoe dit gebeurt staat in de beleidsdraaiboeken van het ministerie van EL&I.
Het kabinet-Rutte zet binnen de EU in op noodvaccinatie als bestrijdingsmaatregel tijdens een uitbraak van een bestrijdingsplichtige dierziekten.
Lijst met dierziekten
Het Centraal Veterinair Instituut heeft een
overzicht van de meest belangrijke
besmettelijke dierziekten in Nederland, zoals Q-koorts,
vogelgriep,
MKZ,
blauwtong,
varkenspest en
BSE.