DNA-onderzoek bij veroordeelden

Veel ex-gedetineerden gaan opnieuw de fout in. Om de recidivekans te verkleinen en de opsporing, berechting en vervolging van strafbare feiten te verbeteren, heeft de overheid het DNA-onderzoek bij veroordeelden ingevoerd. Medio 2010 zijn veroordeelden van misdrijven waarvoor rechters voorlopige hechtenis kunnen opleggen verplicht om DNA-celmateriaal af te staan. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) slaat dit op in de DNA-database voor strafzaken. Zo kan de politie veroordeelden die opnieuw een strafbaar feit plegen en daarbij celmateriaal achterlaten snel opsporen.

Misdrijven waarop DNA-onderzoek van toepassing is

Sinds 2005 is de wet DNA-onderzoek bij veroordeelden gefaseerd ingevoerd. Nu geldt deze wet voor veroordeelden van gewelds- en zedenmisdrijven, zeer actieve veelplegers en veroordeelden die in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) zijn geplaatst. Medio 2010 wordt dit uitgebreid naar veroordeelden voor alle delicten waarvoor de rechter voorlopige hechtenis kan opleggen. In externe link: Artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering staat welke misdrijven dit zijn.  

Procedure DNA-afname

De officier van justitie geeft het bevel voor DNA-afname. Veroordeelden ontvangen daarna een bevelschrift. Hierin staan de datum, tijd en locatie voor de DNA-afname. Voor veroordeelden die vastzitten, is de locatie de justitiële inrichting waar zij zich bevinden. Veroordeelden op vrije voeten zijn verplicht zich op het aangeven tijdstip te melden op het politiebureau. Dit geldt ook voor veroordeelden die in hoger beroep zijn gegaan.

Aanhoudingsbevel

Veroordeelden die zich niet melden, kunnen tijdens controles (zoals verkeerscontroles en paspoortcontroles op Schiphol) worden aangehouden en overgebracht naar een politiebureau om alsnog het DNA-celmateriaal af te staan. Hiervoor vaardigt de officier van justitie een aanhoudingsbevel uit.

DNA-onderzoek en DNA-profiel

Voor het DNA-onderzoek, neemt een daarvoor opgeleide politieambtenaar of inrichtingsmedewerker een beetje wangslijmvlies af. Met een wattenstaafje of borsteltje schraapt de medewerker een paar keer langs de binnenkant van de wang. Het wattenstaafje of borsteltje wordt opgestuurd naar het externe link: NFI dat het wangslijmvlies onderzoekt. Dit onderzoek levert een DNA-profiel van de veroordeelde op. Het NFI slaat het profiel op in de DNA-database voor strafzaken en screent meteen of het profiel overeenkomt met DNA-sporen die zijn gevonden bij andere misdrijven.  

Bezwaar maken tegen DNA-afname en DNA-profiel

Het is niet mogelijk om bezwaar te maken tegen DNA-afname. Veroordeelden zijn dus verplicht hieraan mee te werken. Het is wel mogelijk om binnen 2 weken na de DNA-afname bezwaar te maken tegen het opstellen van een DNA-profiel. Als de rechter het eens is met het bezwaar, dan vernietigt het NFI het DNA-materiaal.
Meer informatie over bezwaar aantekenen staat in de brochure ‘Bezwaar en beroep tegen een beslissing van de overheid’.

Duur opslag DNA-profiel

Hoe lang het NFI het DNA-profiel in de database bewaart, is afhankelijk van het gepleegde misdrijf. Als er een gevangenisstraf van minimaal 6 jaar op het gepleegde misdrijf staat, blijft het DNA-profiel 30 jaar bewaard. Anders 20 jaar. Als de veroordeelde in een hoger beroep wordt vrijgesproken, vernietigt het NFI het DNA-profiel.  

Documenten en publicaties

brochure de wet dna-onderzoek bij veroordeelden1

Brochure | 01-04-2010 | Justitie