Verplichte DNA-afname

Wie veroordeeld wordt voor een ernstig misdrijf, moet verplicht zijn DNA afstaan. Dat maakt het makkelijker om recidivisten op te sporen en te veroordelen.

DNA is uniek

DNA is een stof in het lichaam die alle erfelijke informatie bevat. In het DNA ligt bijvoorbeeld vast wat voor kleur ogen iemand heeft. Ieder DNA is uniek, alleen eeneiige tweelingen hebben hetzelfde DNA. Mensen laten overal DNA-sporen achter. Bij DNA-onderzoek wordt erfelijk materiaal geïsoleerd uit lichaamscellen van bijvoorbeeld haren, huidschilfers of slijm. Op basis daarvan wordt een DNA-profiel gemaakt.

Bij misdrijven verzamelen rechercheurs DNA-sporen die ze ter plekke vinden. Die sporen kunnen dan vergeleken worden met het DNA van verdachten en eerder veroordeelden.

Niet altijd DNA afgeven

Wie door de rechter veroordeeld is tot:

  • een (voorwaardelijke) gevangenisstraf of een maatregel zoals terbeschikkingstelling;
  • een (voorwaardelijke) taakstraf;
  • (voorwaardelijke) plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD);
  • (voorwaardelijke) plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (PPZ);
  • (voorwaardelijke) plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ)

is verplicht DNA af te geven. De officier van justitie kan ook een taakstraf opleggen: ook dan moet DNA worden afgestaan.

In het verleden moest alleen wie veroordeeld was voor een zeden- of geweldsmisdrijf verplicht DNA afstaan. Nu geldt dat voor alle misdrijven die in externe link: Artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering beschreven staan. Wie alleen een geldstraf opgelegd heeft gekregen, hoeft geen DNA af te staan.

DNA-afname en opslag

De officier van justitie stuurt een veroordeelde het bevel dat hij DNA moet afgeven. Is de veroordeelde op dat moment op vrije voeten, dan is de afname op het politiebureau. Het DNA wordt afgenomen door met een wattenstaafje langs het wangslijmvlies te gaan. Uit dat wangslijm haalt het Nederlands Forensisch Instituut (externe link: NFI) een DNA-profiel. Vervolgens slaat het NFI het DNA-profiel op in een databank. Bij de opslag van het materiaal kijkt het NFI ook of het profiel overeenkomt met de profielen die al in de databank zijn opgeslagen. Het NFI bewaart het profiel en het materiaal dat de veroordeelde heeft afgestaan tot het externe link: Openbaar Ministerie het bevel geeft het te vernietigen of tot de wettelijke bewaartermijn is verstreken (in beginsel na 20, 30 of 80 jaar, afhankelijk van de ernst van het misdrijf, van recidive en de duur van de opgelegde gevangenisstraf of maatregel).

Bezwaar tegen DNA afname en opslag

Als de officier van justitie het bevel geeft tot DNA-afgifte, moet iemand altijd DNA afstaan. Wie een oproep tot DNA-afgifte negeert, kan worden aangehouden. Tegen de afname van DNA kan geen bezwaar worden gemaakt. Tegen het opmaken en opslaan van het DNA-profiel kan wel bezwaar worden gemaakt. Als de rechter het bezwaar toekent, geeft hij het NFI opdracht het DNA-materiaal en profiel te vernietigen. Wordt een veroordeelde in hoger beroep vrijgesproken, dan worden zijn DNA-materiaal en DNA-profiel ook vernietigd.

Daders opsporen met DNA-materiaal van familie

Daders van ernstige strafzaken kunnen vanaf april 2012 worden opgespoord met DNA-materiaal van familieleden. Dit gebeurt bij ernstige gewelds- en zedendelicten zoals moord en verkrachting. Het celmateriaal bevat niet alleen informatie over de persoon van wie het afkomstig is, maar ook over bloedverwanten. Een gedeeltelijke overeenkomst tussen het spoor dat een onbekende dader op de plaats van een misdrijf heeft achtergelaten en een DNA-profiel van een (bekende verdachte of veroordeelde) persoon uit de DNA-databank, kan uitwijzen dat een familielid de dader is. Deze vorm van onderzoek heet externe link: verwantschapsonderzoek en wordt uitgevoerd door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).  

Documenten en publicaties

De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden

Brochure | 30-07-2009 | VenJ