Het Nederlandse drugsbeleid
De overheid richt zich op het voorkomen van drugsgebruik en het beperken van de risico’s voor gebruikers en hun omgeving. Gedogen vormt daarin de rode draad.
Een uitgebreid overzicht van de regeringsmaatregelen tegen drugs staat in de Kamerbrief ontwikkelingen drugsbeleid van mei 2011.
Harm reduction
Het voorkomen van drugsgebruik en het beperken van de risico’s, voor
gebruikers zelf en hun omgeving wordt door deskundigen 'harm reduction' genoemd.
De overheid wil vooral het drugsgebruik bij jongeren voorkomen en verminderen,
omdat zij de risico’s van drugs vaak niet goed inschatten. Dit gebeurt via
voorlichting. Bijvoorbeeld via het project
'
De gezonde school en
genotmiddelen', waaraan ongeveer de helft van de scholen meedoet.
Drugsgebruikers krijgen een goede behandeling om van hun verslaving af te komen. Is afkicken geen optie, dan is het doel de gezondheid van de verslaafde te verbeteren en de risico’s te verminderen. Voorbeelden:
- Drugsgebruikers kunnen hun gebruikte spuiten gratis omwisselen voor nieuwe steriele spuiten. Hierdoor is de besmetting met HIV of hepatitis B en C kleiner.
- Behandeling met methadon en heroïne en het aanbieden van gebruikersruimten hiervoor.
Gedoogbeleid
Wiet, marihuana en hasj zijn minder slecht voor de gezondheid dan harddrugs (XTC, cocaïne), maar ze zijn even illegaal. Dit betekent dat handel, verkoop, productie en bezit van deze drug strafbaar is.
In Nederland geldt een gedoogbeleid. Dit houdt in dat bezit en verkoop van softdrugs wel als overtreding wordt gezien, maar niet wordt vervolgd.
Door verkoop van softdrugs binnen duidelijke grenzen te gedogen en streng op te treden tegen de verkoop van harddrugs, worden deze 2 markten uit elkaar getrokken. Verkoop van cannabis in coffeeshops is hiervan een voorbeeld. De gedachte hierachter is dat een cannabisgebruiker zijn softdrugs dan niet bij een illegaal opererende dealer koopt die hem makkelijk in aanraking brengt met harddrugs.
Opiumwet
In Nederland zijn de regels omtrent drugs beschreven in de
Opiumwet. Deze wet maakt
onderscheid tussen harddrugs en
softdrugs. Als bijlage bij de Opiumwet zijn 2 lijsten
opgenomen met illegale middelen. Het gezondheidsrisico voor de drugsgebruiker is
het uitgangspunt van deze lijsten.
- Op lijst I van de Opiumwet staan middelen die volgens de overheid een onaanvaardbaar groot risico met zich meebrengen, de zogenoemde harddrugs. Dat zijn bijvoorbeeld heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD en XTC.
- Op lijst II staan de zogenoemde softdrugs: hennepproducten (hasj en wiet), en slaap- en kalmeringsmiddelen, zoals Valium en Seresta. Ook dit zijn geen onschuldige middelen, maar de risico’s zijn volgens de overheid minder groot dan bij de middelen op lijst I.
Maatregelen tegen overlast en criminaliteit
Coffeeshops worden besloten clubs. De ministerraad heeft in mei 2011 besloten tot de invoering van een clubpas voor coffeeshops. De besloten coffeeshops zijn alleen toegankelijk voor meerderjarige inwoners van Nederland op vertoon van een clubpas.
Verder heeft het kabinet in het regeerakkoord afgesproken dat overlast en criminaliteit die verband houden met handel in verdovende middelen worden teruggedrongen. Het kabinet verscherpt het landelijk beleid en ziet erop toe dat gemeenten dit in hun vergunningen handhaven. Ook heeft het Openbaar Ministerie (OM) met een wijziging van de Opiumwet de strafeisen voor de grootschalige handel in en teelt van softdrugs verhoogd.