Windenergie op land
Het kabinet sluit aan bij de Europese doelstelling en zet in op 14% duurzame energie in 2020. Om de energievoorziening betaalbaar te houden, stimuleert het kabinet de goedkoopste vormen van duurzame energie. Wind op land blijft de komende jaren een van de goedkoopste manieren om hernieuwbare energie te produceren.
Toekomst windenergie op land
Het Rijk wil in 2020 6000 megawatt (MW) aan opgesteld windvermogen op land hebben gerealiseerd. Dit is inclusief de bestaande windturbines. Dit staat in het Energierapport 2011.
Op dit moment staan er ongeveer 2000 windturbines op land, die voorzien in een kleine 4% van de totale Nederlandse elektriciteitsbehoefte. De SDE+-regeling is in het leven geroepen om het voor bedrijven aantrekkelijker te maken te investeren in (onder meer) windenergie.
Rijksstructuurvisie Windenergie op Land
Nieuwe grootschalige windparken zijn nodig om de doorgroei naar 6000 megawatt op land mogelijk te maken. Moderne windmolens zijn hoger en moeten verder uit elkaar staan dan bestaande molens. Zo kunnen ze optimaal gebruik maken van de wind. Omdat er veel ruimte nodig is, wordt het steeds belangrijker om in het dichtbevolkte Nederland vroegtijdig geschikte gebieden te kiezen voor het plaatsen van windmolens.
Vanwege de invloed van grootschalige windparken op de leefomgeving en het landschap en het belang van een goede afstemming met ander ruimtegebruik(ers), is het Rijk bezig met de Structuurvisie Windenergie op Land. Het Rijk wil grootschalige windparken concentreren in een beperkt aantal windrijke gebieden en in landschappen waar windmolens goed passen. De voorkeur gaat uit naar grote haven- en industriegebieden, grootschalige open agrarische productielandschappen, in en langs grote wateren (zoals het IJsselmeer) en langs wegen en spoorlijnen. De Structuurvisie Windenergie op Land legt de keuze voor deze gebieden vast.
Met de Structuurvisie Windenergie op Land ontstaat voor marktpartijen en
burgers duidelijkheid over de gebieden die het Rijk geschikt vindt voor
grootschalige windparken, welke afwegingen aan deze keuze ten grondslag liggen
en onder welke (ruimtelijke) voorwaarden grootschalige windenergie in beginsel
mogelijk is. De structuurvisie is hiermee ook een ruimtelijk toetsingskader voor
initiatieven voor
grootschalige
windparken waarvoor het Rijk verantwoordelijk is. De structuurvisie regelt
niet de precieze locaties en opstelling van grootschalige windparken. Die komen
pas aan de orde als er sprake is van een concreet initiatief vanuit de markt.
Met de structuurvisie maakt het Rijk nu ruimtelijke keuzes. Dat zorgt ervoor dat er straks voldoende ruimte is voor windenergieprojecten en de beschikbare ruimte snel kan worden benut wanneer daar initiatieven voor zijn. Zo draagt de structuurvisie bij aan de kabinetsambitie om in 2020 minstens 6000 megawatt windenergie op land te hebben gerealiseerd.
Naast ruimte bieden aan grote windparken zullen ook kleinere initiatieven voor windenergie belangrijk blijven om de nationale doelstelling te halen. Provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing daarvan.
De structuurvisie komt tot stand in samenspraak met andere overheden. In de structuurvisie wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij het ruimtelijk beleid van provincies voor windenergie en bij reeds lopende initiatieven en projecten voor grootschalige windenergie. In hun brief over windenergie op land aan de provincies van mei 2011 beschrijven de ministers Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) en Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) welke uitgangspunten zij hanteren bij de verdere invulling van de realisatie van windenergie op land.
Windparken in ontwikkeling
Op dit moment is een aantal grote windparken in ontwikkeling. Deze parken
vallen vanwege hun omvang (groter dan 100 megawatt) onder de
rijkscoördinatieregeling (RCR). Een
actueel
overzicht van deze parken en de stand van zaken bij deze RCR-projecten vindt
u op de website van Agentschap NL.
Geluidshinder voor omwonenden
Om geluidshinder te voorkomen mag een windturbine niet te dicht bij huizen
staan. Alle windturbines moeten zo worden ontworpen dat ze op de gevel van
nabijgelegen woningen niet meer dan
47 decibel aan geluidsbelasting
veroorzaken. Dit staat in de regeling
besluit wijziging milieuregels
windturbines.
(Bewegende) slagschaduw op woningen
Naast een windturbine kan een (bewegende) schaduw ontstaan. Deze ‘slagschaduw’ kan hinder veroorzaken als de turbine te dicht bij een woonhuis staat. Denk aan een knipperende lichtinval door het raam van een huis of een kantoor. Vooral bij een laagstaande zon is dit een probleem omdat de schaduw dan langer wordt en ook huizen bereikt die verder weg staan.
De overheid heeft regels opgesteld om overlast te voorkomen. Wanneer de slagschaduw gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar, meer dan 20 minuten op de woning valt, is het verplicht om de windmolen automatisch stil te zetten. Dit staat in het Activiteitenbesluit.
Veiligheid
Windturbines moeten aan bepaalde veiligheidseisen voldoen. Via een NEN-norm worden eisen gesteld aan de betrouwbaarheid van de constructie van de gondel en de wieken. Op basis van deze norm kan een producent een nieuw type windturbine laten certificeren.
De veiligheid van de mast en de fundering wordt door de gemeente beoordeeld op basis van de aanvraag van de bouwvergunning. Hiervoor geldt maatwerk, omdat elke fundering afhankelijk is van de bodemeigenschappen ter plaatse.
Tot slot mag de windturbine niet gevaarlijk zijn voor de omgeving, bijvoorbeeld wanneer een wiek afbreekt of een mast breekt. In het Besluit wijziging milieuregels windturbines staat hoe groot het risico mag zijn dat een persoon komt te overlijden door een ongeval met een windmolen. Dit heet plaatsgebonden risico (PR). Voor een kwetsbaar object, zoals een woonwijk, een school of een kantoorgebouw, mag het risico niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. In andere situaties is dit eens in de 100.000 jaar.
Windturbines bij radarinstallaties
Windturbines kunnen radarsystemen storen. Dit kan een probleem vormen voor de veiligheid van bijvoorbeeld het vliegverkeer. De overheid zoekt nog naar oplossingen voor dit probleem. Zo wordt de methode om de radarverstoring te toetsen, herzien. Ook wordt uitgezocht hoeveel radars moeten worden bijgeplaatst om de storing vanwege windparken acceptabel te maken.
Windturbines bij dijken, duinen en dammen
Pal naast een dijk, duin of dam zijn windturbines verboden. Plaatsing buiten deze zogeheten ‘kernzone’ mag alleen als de windmolen de werking van de waterkeringen niet hindert. Op en rondom waterkeringen zijn de omstandigheden vaak ideaal voor de plaatsing van windturbines. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu bekijkt daarom of en hoe het anders kan. Hiervoor wordt een aantal onderzoeken uitgezet.
Documenten en publicaties
Onderzoek gevolgen windparken provincie Groningen
Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie laat onderzoeken of de gebieden in de provincie Groningen waar ...
Onderzoek naar windpark zeewering Maasvlakte 2
Het Havenbedrijf Rotterdam en het Rijk onderzoeken de mogelijkheden voor de aanleg van een windpark op de zeewering van de ...
Ruimtelijke reserveringen voor windenergieparken op land
Brief van de ministers Schultz van Haegen en Verhagen aan het Interprovinciaal Overleg (IPO). Zij reageren op een brief van het ...