Grotere rol voor eerstelijnszorg
De eerste lijn (bijvoorbeeld huisarts, tandarts, fysiotherapeut of verloskundige) is in staat de meeste gezondheidsproblemen op te lossen én goedkoper dan ziekenhuiszorg. Daarom stimuleert de Rijksoverheid dat mensen zo veel mogelijk in de eerste lijn geholpen worden.
Zorg betaalbaar houden
Het kabinet vindt dat te veel medische handelingen in ziekenhuizen en andere instellingen worden verricht. Terwijl bijvoorbeeld de huisarts dat ook kan doen. Bijvoorbeeld een wrat weghalen. Ook gaan te veel mensen 's avonds en in het weekeinde naar de Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis, terwijl hun klacht niet dringend is. Dat kost de samenleving veel geld en is niet efficiënt. Daarom moet de eerstelijnszorg een grotere rol krijgen. Zodat zorg ook in de toekomst betaalbaar blijft.
Voorgenomen bezuiniging eerstelijnszorg in 2012
Het kabinet neemt maatregelen om de groei van de uitgaven in de zorg te remmen. De bezuinigingen vinden zoveel mogelijk plaats op de terreinen waar de kosten zijn overschreden. Maar elke sector moet bijdragen aan beheersing van de uitgaven.
Het gaat concreet om de volgende maatregelen:
- Er komt een jaarlijkse bezuiniging van € 74 miljoen op het budget voor de huisartsen. Hierover is afgesproken dat de huisartsen, in tegenstelling tot eerdere plannen, minder hoeven in te leveren op het bedrag dat zij jaarlijks per patiënt krijgen. De bezuiniging wordt gedeeltelijk over andere posten verdeeld. Dit verzacht de financiële gevolgen voor huisartsen.
- De budgetten voor verloskunde en logopedie worden met respectievelijk € 2 miljoen en € 5 miljoen gekort.
Deze maatregelen hebben geen gevolgen voor de patiënt. Huisartsen, verloskundigen en logopedisten ontvangen alleen van de zorgverzekeraar een lagere vergoeding per patiënt.
De voorgenomen bezuinigingen zijn al langs de Eerste en Tweede Kamer. Ze worden naar verwachting eind 2011 gepubliceerd in de Staatscourant.
Beter bereikbare eerstelijnszorg
Eerstelijnszorg moet voor iedereen makkelijk bereikbaar zijn. Vooral voor ouderen en voor mensen op het platteland is dat nu nog niet altijd zo. Praktijken zijn soms te ver weg. Ook is de eerstelijnszorg niet altijd makkelijk te bereiken buiten kantooruren. Daarom wil het kabinet dat de zorg meer gebruik gaat maken van e-health (consult en begeleiding via internet) en dat zorgverleners vaker bij mensen thuis langsgaan.
Samenwerking in ketenzorg en gezondheidscentra
Daarnaast wil het kabinet dat eerstelijnszorgverleners meer gaan samenwerken. Zo moeten er meer gezondheidscentra komen en andere samenwerkingsverbanden waar meerdere zorgverleners samenwerken (bijvoorbeeld huisartsen, apothekers, kraamzorgers en fysiotherapeuten). Zij kunnen patiënten naar elkaar doorverwijzen of elkaars advies vragen. Zo wordt de patiënt sneller en completer geholpen. Zorgverleners en verzekeraars zijn met elkaar aan het praten hoe deze samenwerkingsverbanden vorm kunnen krijgen.
Ook als patiënten door meerdere zorgverleners tegelijk worden geholpen, moeten deze beter gaan samenwerken en elkaar vaker informeren (denk aan een chronisch zieke die regelmatig bij de huisarts komt, wekelijks wordt bezocht door een verpleegkundige én gebruikmaakt van thuiszorg). Dit heet ook wel ‘ketenzorg’.
Praktijkondersteuning voor zorgverleners
De overheid wil dat zorgverleners in de eerste lijn zich beter kunnen concentreren op hun kerntaken. Een huisarts is bijvoorbeeld vaak te veel tijd kwijt aan de zorg voor chronisch zieke patiënten. Dat gaat ten koste van de tijd voor andere patiënten. Daarom komen er (meer) praktijkondersteuners die simpele taken (bijvoorbeeld controles van diabetespatiënten) van de huisarts kunnen overnemen. Ook wijkverpleegkundigen of verpleegkundig specialisten kunnen taken van de huisarts overnemen. Zodat deze meer tijd overhoudt voor patiënten met complexe problemen, of voor huisbezoeken.
Om praktijkondersteuners een permanent deel van de eerstelijnszorg te maken
wil de overheid de
Wet op de beroepen in de
individuele gezondheidszorg (Big) aanpassen. Deze wet regelt welke
vaardigheden zorgwerkers moeten hebben en welke handelingen ze mogen uitvoeren.
Ook wordt de capaciteit van verpleegkundige opleidingen uitgebreid, zodat er
voldoende praktijkondersteuners zijn.
Geen doorverwijzing huisarts meer nodig voor paramedici
Het kabinet wil dat patiënten direct naar de diëtist, ergotherapeut, logopedist, orthoptist en podotherapeut mogen. Het is dus niet meer nodig om eerst een verwijzing bij de huisarts te halen. Met deze voorgenomen maatregel wordt de huisarts ontlast en krijgt hij meer tijd voor andere zaken. Voor de fysiotherapeut, de oefentherapeut, de mondhygiënist en de huidtherapeut is al geen doorverwijzing van de huisarts meer nodig. De Tweede Kamer moet nog stemmen over dit voorstel.