Elektriciteit opwekken
Elektriciteit wordt opgewekt in elektriciteitscentrales en decentrale opwekkers. Voorbeelden van decentrale energieopwekkers zijn windturbines, zonnepanelen en warmtekrachtkoppeling installaties (Wkk-installaties).
Elektriciteitscentrales
In Nederland zijn tientallen grootschalige elektriciteitscentrales die elektriciteit opwekken uit gas, steenkool of kernenergie. In 2010 hebben de elektriciteitscentrales samen 75.824 miljoen kilowattuur (kWH) geproduceerd.
De energieprijs op de groothandelsmarkt verschilt per uur. Soms is Nederland duurder dan de omringende landen, soms is Nederland goedkoper. Daardoor wordt elektriciteit soms geïmporteerd en soms geëxporteerd. In 2010 werd per saldo 2.776 miljoen kWH energie ingevoerd uit het buitenland. Dit is ongeveer 2,5 % van de totale energievraag.
Door intensief met andere landen samen te werken en de elektriciteitsmarkten te koppelen, komen de elektriciteitsmarkten steeds dichter bij elkaar en prijsverschillen verdwijnen. Binnen het Pentalateraal Forum zijn afspraken gemaakt over marktkoppeling met omringende landen.
Nieuwe elektriciteitscentrales en aansluiting op het net
De vraag naar elektriciteit neemt toe. Dit betekent dat de productie van
elektriciteit en de capaciteit van het netwerk omhoog moet. Om ervoor te zorgen
dat er ook in de toekomst voldoende elektriciteit beschikbaar is, heeft de
overheid locaties aangewezen voor nieuwe elektriciteitscentrales vanaf 500
MegaWatt in het Derde Structuurschema
Elektriciteitsvoorziening.
Congestiemanagement
Er worden continu nieuwe energieproductie-installaties gebouwd. Om al deze
installaties op het elektriciteitsnet aan te sluiten, moeten de netbeheerders
het net verzwaren of uitbreiden. Meestal duurt het langer om het
elektriciteitsnet te verzwaren of uit te breiden, dan om een
elektriciteitscentrale te bouwen.
Hierdoor kan het voorkomen dat er tijdelijk te weinig transportcapaciteit is in
een gebied om alle elektriciteit te vervoeren. In dat geval moeten een aantal
productie-installaties worden uitgezet. Of de installaties moeten minder
produceren. Wanneer dit gebeurt is geregeld in het congestiemanagement.
Decentrale energieopwekkers
Decentrale opwekking is het verspreid opwekken van energie. Zo kunnen lokale
producenten, zoals industrie, huishoudens, tuinders en boeren (een deel van) hun
eigen elektriciteit opwekken.
Voorbeelden decentrale elektriciteitsopwekkers zijn:
- Zonneboilers en zonnepanelen (zonne-energie)
- Windturbines en windmolens (windenergie)
- Vergistingsinstallaties voor het omzetten van biomassa tot gas waar elektriciteit mee wordt opgewekt
- Warmtekrachtkoppeling-installaties (Wkk-installaties)
Teruglevering
Mensen en bedrijven die decentrale elektriciteit opwekken, kunnen deze elektriciteit zelf gebruiken. De elektriciteit die over blijft leveren zij terug aan het elektriciteitsnet. Kleinverbruikers die elektriciteit terugleveren aan het net, kunnen dit tot 5.000 kWh (kilowattuur) salderen met hun totaalgebruik.
Groene stroom
Groene stroom is elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen zoals stroom wind- en zonne-energie maar ook elektriciteit die wordt opgewekt met biomassa die in kolencentrales wordt bijgestookt. In 2010 bestond 4% van de nationale elektriciteitsproductie uit groene stroom. In 2020 moet dit aandeel 14% bedragen.
Het kabinet vindt dat groene stroom een onmisbaar onderdeel uitmaakt van de toekomst. Op lange termijn zijn de kosten van groene energie bovendien lager dan die van energie uit fossiele brandstoffen. Daarom wil het kabinet innovatie in de energiesector bevorderen. De belangrijkste bronnen van groene stroom in Nederland zijn bio-energie, windturbines op land en windturbines op zee.
Slimme elektriciteitsnetten
Het Rijk heeft 9 plaatsen in Nederland aangewezen waar slimme elektriciteitsnetten komen. Met deze slimme netten besparen consumenten energie en krijgt duurzame energie meer ruimte. In totaal stelt de overheid € 16 miljoen beschikbaar voor 9 demonstratieprojecten ('proeftuinen') met echte gebruikers. De 9 experimenten worden in de periode 2012-2014 gerealiseerd.