Voldoende elektriciteit

De vraag naar elektriciteit neemt de komende jaren toe. Om zeker te zijn van een betrouwbare en betaalbare elektriciteitsvoorziening moet de productie van elektriciteit en de capaciteit van het netwerk omhoog. Om dit te realiseren heeft de overheid ruimte gereserveerd voor energiecentrales en hoogspanningsverbindingen.

Elektriciteitsverbruik

In 2010 werd 117.511 miljoen kWh (kilowattuur) elektriciteit gebruikt. Ongeveer 85% van deze elektriciteit werd vervoerd via het openbare net. Circa 12% via de bedrijfsnetten. Dat blijkt uit externe link: cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Groot- en kleinverbruikers
De energiemarkt bestaat groot- en kleinverbruikers. 

  • Grootverbruikers hebben een aansluiting van meer dan 3x880 ampère per jaar.
    Dit zijn bijvoorbeeld industriële bedrijven en energieleveranciers. Grootverbruikers kopen hun elektriciteit in op de groothandelsmarkt. Zij kunnen vrij onderhandelen over bijvoorbeeld de prijs of de voorwaarde van de levering. Daarnaast kunnen zij zelf (een deel van) hun elektriciteit opwekken met decentrale opwekkers, zoals warmtekrachtkoppeling-installaties (wkk-installaties).
  • Kleinverbruikers hebben een aansluiting tot en met 3 x 80 ampère per jaar.
    Dit zijn bijvoorbeeld eenmanszaken en huishoudens. Zij kopen elektriciteit van energieleveranciers. Kleinverbruikers kunnen op ieder moment overstappen naar een andere energieleverancier.

Voorzieningszekerheid en leveringszekerheid

Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat er voldoende brandstoffen beschikbaar is om elektriciteit op te wekken (voorzieningszekerheid). Als de elektriciteit is opgewekt, moet deze vervoerd kunnen worden over het elektriciteitsnet (leveringszekerheid).

Om ervoor te zorgen dat er voldoende elektriciteit wordt opgewekt, maakt het kabinet het mogelijk om nieuwe energiecentrales aan te leggen waar tenminste 500 Megawatt (MW) elektriciteit kan worden opgewekt. De overheid reserveert fysieke ruimte om nieuwe energiecentrales te bouwen. Dit gebeurt via het Derde Structuurschema elektriciteitsvoorziening.

Het kabinet reserveert in het  Derde Structuurschema elektriciteitsvoorziening ook ruimte voor de aanleg van hoogspanningsverbindingen. Daarnaast neemt het kabinet een aantal maatregelen om de leveringszekerheid van elektriciteit te garanderen. Voorbeelden zijn:

  • De Wet onafhankelijk Netbeheer.
    Deze wet bepaalt dat het beheer en onderhoud van de netten wordt losgekoppeld van de productie, levering en handel in elektriciteit.
  • Regeling dat netbeheerders alle (lokale) elektriciteitsproducenten op het elektriciteitsnet moeten aansluiten.
    Er worden continu nieuwe energieproductie-installaties gebouwd. Om al deze installaties op het elektriciteitsnet aan te sluiten, moeten de netbeheerders het net verzwaren of uitbreiden. De realisatietermijn van een verzwaring of uitbreiding van het elektriciteitsnet is over het algemeen langer dan de bouwtermijn van elektriciteitscentrales. Hierdoor kan het voorkomen dat er tijdelijk in een gebied te weinig transportcapaciteit is om alle elektriciteit te vervoeren. In dat geval moet een aantal productie-installaties worden uitgezet of minder produceren. Dit is geregeld door  congestiemanagement. 
  • De Rijkscoördinatieregeling voor grootschalige energieprojecten.
    De ministers van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en Infrastructuur en Milieu (IenM) bepalen waar de installaties en verbindingen komen en ontwerpen hiervoor een rijksinpassingsplan. De minister van EL&I coördineert hierbij de benodigde vergunningen

Stroomvoorziening in de Randstad

Het hoogspanningsnet in de Randstad wordt steeds meer belast. Daardoor kunnen er vaker storingen ontstaan en is de energiezekerheid kwetsbaar. Om ook in de toekomst te zorgen voor een goede stroomvoorziening in de Randstad, is de aanleg van nieuwe hoogspanningsleidingen volgens het kabinet onvermijdelijk. Als deze leidingen door de bewoonde gebieden lopen, moeten de inwoners daar zo min mogelijk overlast door ondervinden.