Emissiehandel in broeikasgassen

Het Europese systeem voor emissiehandel (ETS) is volgens het kabinet de beste manier om CO2-uitstoot te verminderen. Vanaf 2013 vinden enkele belangrijke veranderingen in het systeem van emissiehandel plaats. Zo worden delen van de transportsector (onder meer het vliegverkeer) ondergebracht in het ETS. Ook wordt het emissieplafond elk jaar lager. Het kabinet wil in Europees verband afspraken maken over CO2-reductie na 2020.

Doel emissiehandel CO2

Het doel van emissiehandel is het verminderen van luchtvervuiling tegen zo laag mogelijke kosten. Voor broeikasgassen heeft de EU bijvoorbeeld vastgesteld dat de maximum-uitstoot van alle deelnemers in 2020 21% lager moet zijn dan in 2005. Dit is een uitvloeisel van het protocol van Kyoto (1997) waarbij landen afspraken de C02-uitstoot terug te dringen. 

CO2-reductie na 2020

Voor de periode na 2020 is nog geen doel vastgelegd in wet- en regelgeving. Wel is het systeem zo ingericht dat het plafond ook na 2020 met 1,74% per jaar blijft dalen. Deze jaarlijkse daling leidt zonder aanpassing tot een CO2-reductie van circa 70% in 2050 voor de ETS-sector. Dat is lager dan de Europese ambitie van minimaal 80% CO2-reductie in 2050.

Het ontbreken van wet- en regelgeving voor de periode na 2020 leidt tot onzekerheid bij bedrijven over het ETS-systeem na 2020. Om deze partijen meer zekerheid te bieden, pleit het kabinet voor het vastleggen van heldere doelen voor CO2- reductie op de lange termijn. In de Nationale Routekaart Klimaat 2050, die in november 2011 naar de Tweede kamer wordt gestuurd, verkent het kabinet de routes waarmee Nederland in 2050 80% CO2-reductie zou kunnen realiseren.

Deelnemers CO2-emissiehandel

De Europese richtlijn vermeldt de bedrijfssectoren en activiteiten die verplicht zijn om aan CO2-emissiehandel deel te nemen. In Europa zijn dat meer dan 10.000 bedrijven, in Nederland ongeveer 400 bedrijven. Voorbeelden van bedrijfsactiviteiten waarvoor CO2-emissiehandel verplicht is:

  • Elektriciteits productie bedrijven
  • productie en verwerking van ferrometalen;
  • (papier)pulp maken uit hout en vezelhoudende materialen;
  • de glasbedrijven die meer glas smelten dan 20 ton per dag;
  • olieraffinaderijen;
  • cokesfabrieken.

Een compleet overzicht van de bedrijfsactiviteiten die verplicht onder het CO2-emissiehandelssysteem vallen staat in bijlage 1 van de externe link: Europese regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten.

Sinds 1 januari 2012 geldt het emissiehandelssysteem ook voor de luchtvaart. Luchtvaartmaatschappijen die op Europa vliegen of de Europese Unie uitvliegen moeten nu voor hun CO2-uitstoot emissierechten kopen. Vanaf 2013 wordt de lijst van bedrijfsactiviteiten verder uitgebreid. Uitbreiding van het systeem mag volgens het kabinet niet ten koste gaan van de concurrentiepositie van Europese bedrijven. Om deze reden, en omdat klimaatverandering een wereldwijd probleem is, maakt het kabinet zich sterk voor een mondiaal klimaatakkoord.

ETS beïnvloedt indirect ook het elektrisch vervoer, aangezien de elektriciteitsproductie onder ETS valt. Het niet elektrische personenvervoer valt voorlopig nog niet onder ETS. Wel wordt in Europees verband onderzocht of het emissiehandelssysteem te verbreden is, bijvoorbeeld via een systeem met een apart CO2-plafond voor het verkeer en vervoer over de weg.

Handel in CO2-emissierechten

De CO2-emissievergunning verplicht elk bedrijf om de totale uitstoot van een jaar te bepalen, te rapporteren en minstens die hoeveelheid emissierechten ook in te leveren.
Als een bedrijf in een jaar minder uitstoot dan de hoeveelheid rechten die het bezit kan het die rechten verkopen of opsparen. Als een bedrijf méér CO2 dreigt uit te stoten dan de hoeveelheid rechten die het al heeft, dan kan het bedrijf de volgende keuzes maken:

  • Minder gassen uitstoten door het productieproces schoner te maken.
  • Emissierechten bijkopen. Bedrijven kunnen de extra emissierechten kopen op de markt, bij andere bedrijven, op een veiling of via een project buiten de EU.

Bedrijven zullen extra emissierechten bijkopen als het (nu nog) te duur is om schoner te produceren. Als de prijzen van CO2-emissierechten (dreigen te) stijgen, kan een bedrijf besluiten om de productie CO2-armer te maken.

Minder gratis CO2-rechten

Elk jaar krijgt een bedrijf gratis emissierechten gestort op zijn ‘emissierechtenrekening’. De manier waarop gratis CO2-rechten worden toegekend, verschilt per periode.
In de periode 2008-2012 werkte het als volgt:

  • De EU bepaalde het Europese plafond.
  • Elk EU-land kreeg daarvan een eigen nationaal plafond.
  • Elk land verdeelde de maximale CO2-uitstoot onder de bedrijven. Dit is vastgelegd in een  externe link: toewijzingsplan, dat geldt voor de hele periode.

Vanaf 2013 gelden er  externe link: andere regels om gratis CO2-rechten toe te kennen. Voor de productie van elektriciteit krijgen bedrijven geen gratis rechten meer. Voor andere activiteiten krijgen bedrijven nog wel gratis rechten, maar beperkt. Als het bedrijf beter scoort, kan het rechten verkopen, maar voor de meeste bedrijven zal gelden dat ze rechten moeten bijkopen. De EU gaat de gratis emissierechten toewijzen.

Veiling van emissierechten

Vanaf 2013 worden de emissierechten voor de energiesector door de overheden geveild. De overige rechten, voor de industrie, worden op basis van Europese benchmarks toegewezen. Toewijzing op basis van een benchmark leidt ertoe dat het meest CO2-efficiënte bedrijf relatief de meeste rechten ontvangt.

In de veiling verordening  zijn de regels voor de veiling vanaf 2013 vastgelegd. Nederland gaat zijn rechten veilen via het centrale Europese platform.

Emissierechten CO2 kopen in het buitenland

Bedrijven kunnen ook een beperkte hoeveelheid emissierechten buiten de EU kopen. Bijvoorbeeld bij een windmolenproject in China, projecten met spaarlampen in Midden-Amerika of verbetering van stadsverwarming in Roemenië. Daarmee helpen bedrijven om de uitstoot van CO2 in andere landen te verlagen. Ze kunnen daarmee EU-emissierechten verdienen. Dit heet externe link: Clean Development Mechanism bij projecten in ontwikkelingslanden en externe link: Joint Implementation in landen in Oost- en Midden-Europa. Voor bedrijven is dit vooral interessant als deze emissierechten goedkoper zijn dan de emissierechten op de Europese markt. De procedures voor Clean Development Mechanism en Joint Implementation zijn geregeld in het Kyoto-protocol.

Vrijwillige emissiehandel CO2

Bedrijven, organisaties en personen kunnen ook vrijwillig deelnemen aan emissiehandel.
Dat kan met een hele sector tegelijk. Zo’n zogenoemde externe link: opt-in geldt bijvoorbeeld voor Nederlandse salpeterzuurfabrikanten, die lachgas uitstoten.
Ook bedrijven die niet onder het systeem vallen en zelfs externe link: personen kunnen vrijwillig emissierechten aankopen. Zij doen dit soms om hun CO2-uitstoot te compenseren, bijvoorbeeld in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze kopen de rechten dan op de markt en leveren ze in bij de Emissieautoriteit.

Regelgeving emissiehandel CO2