Beleid energiebesparing
Het kabinet wil de energie-efficiëntie verbeteren. Dit gebeurt onder meer via belastingen, accijnzen en het emissiehandelssysteem die energieconsumptie ontmoedigen. Ook stimuleert het kabinet investeringen in energie-efficiënte bedrijfsmiddelen. Hiervoor trekt het kabinet 151 miljoen euro per jaar uit.
Energiebesparing in de industrie
De industrie is de grootste energieverbruiker. Het kabinet voert een tweesporenbeleid om het energieverbruik in de energiesector terug te dringen. Dit gebeurt onder meer via meerjarenafspraken met de industriesector over energie-efficiëntie.
Meerjarenafspraken energie-efficiëntie
In convenanten met zo’n 1200 bedrijven (MJA-3), is afgesproken dat de industrie zijn energie-efficiëntie verbetert waar dit economisch rendabel is. Het gaat hierbij om investeringen waarbij de terugverdientijd maximaal 5 jaar is.
De industriesector onderzoekt met steun van de overheid hoe de industrie in 2030 concurrerend en 50% energie-efficiënter kan zijn. De resultaten van deze studies legt de sector vast in zogenaamde routekaarten. Deze routekaarten geven inzicht in de kansen voor de energiesector en de belemmeringen in bijvoorbeeld wet- en regelgeving om deze kansen te benutten. Via het afsluiten van een Green Deal kan de overheid helpen deze knelpunten weg te nemen.
Eind 2011 moeten de routekaarten klaar zijn van de niet ETS-sectoren. Ondernemingen die onder het ETS-systeem vallen, ronden hun routekaarten in de loop van 2012 af.
Energiebesparing in de transportsector
De transportsector is afhankelijk van olie en is verantwoordelijk voor een groot deel van de CO2-uitstoot in Nederland. Daarom wil het kabinet het energieverbruik in de transportsector terugdringen. Cruciaal is de Europese normstelling voor auto’s. Voor personenauto’s en bestelauto’s zijn normen voor 2020 vastgelegd. Voor vrachtwagens en bussen is Europees CO2-beleid in ontwikkeling. Daarnaast is gebruik van elektrische auto’s een efficiënt middel het energiegebruik in de transportsector terug te dringen en duurzamer te maken.
Energiebesparing in de gebouwde omgeving
De gebouwde omgeving bestaat uit woningen, winkels, kantoren en andere gebouwen. Samen zijn deze gebouwen goed voor 30% van het energiegebruik in Nederland. De overheid wil energiebesparing in nieuwe en bestaande gebouwen stimuleren. Zo heeft het kabinet € 12 miljoen uitgetrokken voor 15 projecten om energie te besparen in minstens 33.500 bestaande gebouwen. Ook marktpartijen nemen deel aan deze projecten. De projecten zijn grootschalig van opzet. Elke woning apart aanpakken kost naar verhouding meer dan wanneer een heel huizenblok in één keer wordt aangepakt. Dit wordt de Blok-voor-Blok-aanpak genoemd.
Amersfoort: Energiebesparing in de wijk
Een voorbeeld van een project is
Energiebesparing in de
wijk. Bij dit Amersfoortse project werken gemeente, huiseigenaren en
bedrijven samen aan energiebesparing. Elke wijk kan meedenken over een eigen
aanpak.
De plannen van het kabinet voor energiebesparing in gebouwen staan in het plan van aanpak energiebesparing gebouwde omgeving dat begin 2011 aan de Tweede Kamer is gestuurd. Met dit plan van aanpak wil het kabinet energiebesparing stimuleren door maatregelen in gebouwen en door mensen aan te zetten tot zuiniger gedrag. Dat laatste kan bijvoorbeeld door toepassing van de slimme meter.
Europese richtlijn Energieprestatie van gebouwen
Verder wordt de herziene Europese richtlijn Energieprestatie van gebouwen (EPBD) ingevoerd. Naar verwachting zal deze uiterlijk 1 januari 2013 zijn omgezet in nationale wet- en regelgeving.
Met de implementatie van deze richtlijn:
- wordt een energielabel bij oplevering van een gebouw verplicht;
- wordt de verplichte overhandiging van een energielabel bij verkoop en nieuwe verhuur gestimuleerd door maatregelen;
- moet de energielabelklasse worden vermeld in advertenties voor verkoop of verhuur als een gebouw een label heeft;
- komt er extra informatie over de kosten van de geadviseerde maatregelen;
- moet het energielabel opgehangen worden in veel publieke gebouwen;
- gelden er rendementseisen voor installatiesystemen zoals voor de verwarming en airconditioning;
- worden bij renovatie eisen gesteld aan de buitenisolatie van gebouwen.
Energiebesparing in de agrarische sector
Om de concurrentiepositie van de agrarische sector te handhaven en uit te breiden, is het noodzakelijk dat er energie wordt bespaard.
Innovatieprogramma De kas als energiebron
Met het innovatieprogramma ‘De kas als energiebron’ wil het kabinet samen met het bedrijfsleven en kennisinstellingen, bereiken dat nieuwe kassen in 2020 vrijwel onafhankelijk zijn van fossiele energie. Door onder andere gebruik te maken van efficiëntere teelmethoden, zijn besparingen mogelijk tussen de 20 en 30%.
De doelstellingen voor de glastuinbouw zijn 2% energie-efficiëntieverbetering per jaar en 20% hernieuwbare energie in 2020. Ook met andere landbouwsectoren, zoals de veehouderij, open teelten, bloembollen en bos- en houtsector zijn meerjarenafspraken gemaakt om gemiddeld 2% energie-efficiëntieverbetering per jaar te realiseren.
Green Deals voor energiebesparing
Burgers, bedrijven, organisaties of andere overheden met een initiatief om energiebesparing te bevorderen, kunnen bij de realisatie ondersteuning krijgen van het Rijk. Dat gebeurt in de vorm van een zogeheten Green Deal.
In december 2011 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) 7 Green deals afgesloten voor grootschalige projecten om energie te besparen in gebouwen.
Via Green Deals wil de Rijksoverheid partijen helpen bij het realiseren van lokale duurzame projecten. Niet alleen voor energiebesparing, maar ook voor bijvoorbeeld duurzame energie, duurzame mobiliteit en duurzaam gebruik van grondstoffen en water. Initiatieven komen lokaal namelijk niet altijd van de grond. Met het afsluiten van Green Deals wil het kabinet eventuele knelpunten wegnemen.