Buitensporige tekorten
EU-lidstaten mogen maximaal een begrotingstekort van 3% van het bruto binnenlands product (BBP) en een maximale overheidsschuld van 60% hebben. Als het tekort boven de 3% uitkomt dan komt de lidstaat in de procedure bij buitensporige tekorten terecht.
Uitzondering op 3% begrotingstekort
Als EU-lidstaten een begrotingstekort hebben van meer dan 3% van het BBP dan wordt dit niet als buitensporig aangemerkt als het tekort:
- nauwelijks is overschreden én;
- van tijdelijke aard is én;
- ontstaan is door exceptionele omstandigheden zoals een economische recessie.
Procedure buitensporige tekorten
De Europese Commissie adviseert de
Ecofin Raad om aan een
lidstaat met een buitensporig tekort een aanbeveling te doen. Normaal gesproken
moeten lidstaten het buitensporig tekort binnen 1 jaar na de aanbeveling
wegwerken. Vanwege de zware economische omstandigheden is besloten om veel
lidstaten een langere deadline te geven, tot 2013.
Het Verenigd Koninkrijk, Griekenland en Ierland hebben vanwege hun
zeer uitzonderlijke positie tot 2014 de tijd gekregen om het
buitensporig tekort weg te werken. Dit is mogelijk door de uitzonderingsclausule
van het
Stabiliteits- en
Groeipact.
Begrotingstekort terugdringen
Het begrotingstekort van een EU-lidstaat is terug te dringen via:
- Automatische mechanismen
In een sterkere economie verbeteren de overheidsfinanciën automatisch. Doordat het aantal werklozen daalt, hoeft de overheid minder uit te geven aan werkloosheidsuitkeringen. Daarnaast ontvangt de overheid in een sterkere economie meer belastinginkomsten.
- Structurele maatregelen
Lidstaten zijn verplicht om hun tekort op duurzame wijze terug te dringen onafhankelijk van de economische opleving. Bijvoorbeeld via uitgavenbeperkingen en lastenverhogingen (zoals hogere eigen bijdragen voor zorg en bezuinigingen op de kinderopvang).
Beoordeling terugdringen begrotingstekort en mogelijke sancties
De Europese Commissie en de Ecofin beoordelen tijdens de procedure of lidstaten voldoende doen om hun tekorten effectief terug te dringen. Als het EMU-saldo van een euroland onvoldoende verbetert, dan zijn er sancties mogelijk. Zoals boetes of tijdelijk deposito’s waar de EU geen rente over betaalt.
Zodra het buitensporig tekort van een EU-lidstaat gecorrigeerd is, stopt de procedure bij buitensporige tekorten.