Vraag en antwoord
Waarom en hoe steunt Nederland eurolanden die problemen hebben?
Nederland is een exportland met een open economie en een grote (internationale) financiële sector. Onze welvaart, economische groei en werkgelegenheid hangen voor een groot deel af van de export. Als het in Europa economisch niet goed gaat, heeft dat gevolgen voor Nederlandse exporteurs, pensioenen, spaargelden en banen. Daarom werkt Nederland in Europees verband aan een structurele aanpak van de schuldencrisis. Tegelijkertijd wordt de acute crisis bestreden via 2 tijdelijke Europese noodfondsen. Met deze noodfondsen moet worden voorkomen dat de problemen in een land erger worden en gevolgen hebben voor andere landen.
Structurele aanpak schuldencrisis
Strengere begrotingsregels en meer begrotingsdiscipline zijn nodig om het vertrouwen in de eurozone te herstellen en ervoor te zorgen dat de situatie in de toekomst niet meer zo uit de hand kan lopen. Dit gebeurt door vroegtijdige controles op de overheidsfinanciën en de financieel-economische ontwikkelingen in EU-landen. Hierdoor is het mogelijk om al in te grijpen voordat financiële problemen te groot worden en daardoor de stabiliteit van de hele eurozone in gevaar komt.
Maatregelen om de acute crisis te bestrijden
Om de acute crisis te bestrijden, heeft Europa samen met het Internationaal
Monetair Fonds (IMF) 2 tijdelijke noodfondsen (EFSF en EFSM)
opgezet. EU-landen met financiële problemen kunnen onder
zeer strenge voorwaarden geld lenen. De noodfondsen moeten voorkomen dat
problemen in het ene land gevolgen hebben voor andere landen.
Vanaf juli 2012 komt er een permanent noodmechanisme
(ESM), die de financiële stabiliteit van de eurozone op lange termijn moet
waarborgen. Eurolanden krijgen alleen steun uit dit fonds als de financiële
stabiliteit van de eurozone hierbij gebaat is. Ook de steun via het ESM wordt
alleen onder zeer strenge voorwaarden verleend.