Wisselkoersmechanismen (ERM en ERMII)
Om mee te kunnen doen met de euro moeten lidstaten hun inflatie, overheidsschuld (EMU-schuld) en begroting (EMU-saldo) op orde hebben.
ERM: huidige eurolanden
De huidige
eurolanden hebben in de jaren
80 en 90 van de 20ste eeuw deelgenomen aan een wisselkoersmechanisme
(Exchange Rate Mechanism: ERM) om wisselkoersschommelingen te minimaliseren. ERM
moest zorgen voor stabiele Europese wisselkoersen in voorbereiding op de
introductie van de euro.
ERMII: landen die de euro gaan invoeren
De EU-landen die de euro nog als nationale munt gaan invoeren, moeten
minimaal 2 jaar in
Exchange Rate
Mechanism (ERMII) zitten zonder dat hun valuta devalueren (minder waard
worden). In ERMII worden centrale wisselkoersen vastgesteld tussen de nationale
munt van de betreffende landen en de euro. Dit heet de spilkoers. De wisselkoers
mag aan beide kanten maximaal 15% van de spilkoers afwijken.
Op dit moment zitten Denemarken, Estland, Letland en Litouwen in ERMII. In
het Verdrag van Lissabon is een
protocol opgenomen voor een ‘opt
out’ voor Denemarken. Dat houdt in dat Denemarken wel meedoet aan de
Europese Monetaire Unie (EMU), maar de euro niet invoert.