Nederland en de Europese Unie
Als lidstaat van de Europese Unie beslist Nederland mee over wetgeving van de Europese Unie. Nederland kiest voor een constructief-kritische houding in de EU. Het kabinet vindt dat de EU zich moet beperken tot de kerntaken.
Een EU gericht op kerntaken
De kerntaken zijn gericht op welvaart, vrijheid en veiligheid. Daarbij geldt: wat de lidstaten beter zelf kunnen regelen, moet niet door de EU worden besloten. Zaken als pensioenen, belastingen, cultuur, onderwijs en zorg behoren volgens Nederland hoofdzakelijk tot het nationale domein.
De Europese Unie moet daarnaast het aantal regels en ingewikkelde procedures verminderen.
Europese interne markt
Nederland heeft veel belang bij een goed functionerende interne markt in Europa. Een optimale interne markt stimuleert concurrentie en biedt consumenten meer keuze, betere kwaliteit en lagere prijzen van producten en diensten. De interne markt is volgens het kabinet nog niet af; er bestaan nog te veel belemmeringen voor burgers en bedrijven. Zo profiteren ondernemers nog steeds niet in alle Europese landen van de voordelen van de interne dienstensector.
Ook de digitale snelweg kent nu nog te veel drempels die in de weg staan van digitale diensten zoals het legaal downloaden van muziek en het elektronisch factureren en betalen van rekeningen. Daarnaast moet het vrije verkeer van kennis, onderzoekers en technologie worden gestimuleerd.
Europese begroting
De lidstaten dragen jaarlijks een bedrag af aan de EU. De hoogte van dit bedrag is onder andere afhankelijk van de inkomsten van een land. Rijkere lidstaten dragen dus meer bij aan de Europese begroting dan armere lidstaten.
Nederland streeft naar hervorming van de Europese begroting. De afdrachten van de Europese lidstaten moeten evenwichtiger worden verdeeld. Het kabinet zet zich daarbij in om de afdrachten van Nederland te verminderen.
Nieuwe lidstaten EU
De EU is de afgelopen jaren uitgebreid. In 2004 en 2007 zijn in totaal 12 lidstaten toegetreden.
Voor 2004 bestond de EU uit:
- België;
- Frankrijk;
- Italië;
- Luxemburg;
- Nederland;
- Duitsland;
- Denemarken;
- Ierland;
- Verenigd Koninkrijk;
- Griekenland;
- Portugal;
- Spanje;
- Finland;
- Oostenrijk;
- Zweden.
In 2004 zijn toegetreden:
- Cyprus;
- Estland;
- Hongarije;
- Letland;
- Litouwen;
- Malta;
- Polen;
- Slovenië;
- Slowakije;
- Tsjechië.
In 2007 zijn toegetreden:
- Bulgarije;
- Roemenië.
Nederland is van mening dat de EU niet onbeperkt kan uitbreiden. Nieuwe lidstaten moeten aan strikte criteria voldoen. Belangrijk hierbij zijn de criteria van Kopenhagen.
Volgens de criteria van Kopenhagen moet een toekomstig lid:
- een stabiele democratie hebben die de rechtstaat, de eerbiediging van de mensenrechten en de bescherming van minderheden waarborgt;
- over een functionerende markteconomie beschikken en opgewassen zijn tegen de concurrentie uit de EU;
- de gemeenschappelijke wetten en regels van de EU overnemen en invoeren.
Als een land aan deze criteria van Kopenhagen voldoet, volgt het
uitbreidingstraject op basis van de
EU-uitbreidingsstrategie
2006-2007. Hierin zijn de toetredingseisen voor de EU verder uitgewerkt.
In juni 2011 zijn de toetredingsonderhandelingen met Kroatië afgerond. Andere (potentieel) kandidaat-lidstaten zijn:
- IJsland;
- Turkije;
- Montenegro;
- Macedonië;
- Servië;
- Albanië;
- Bosnië-Herzegovina;
- Kosovo.
Eurocrisis en economische hervormingen
De Europese economische agenda staat voor een belangrijk deel in het teken van de financieel-economische crisis. Nederland zet zich in voor financiële stabiliteit in de eurozone. Nederland vindt dat de actuele en fundamentele problemen van de schuldencrisis in de Eurozone gelijktijdig een structurele aanpak nodig hebben. Het is van groot belang dat lidstaten hun overheidsfinanciën op orde brengen en dat het groeivermogen van de interne markt wordt versterkt.
De Nederlandse inzet richt zich vooral op versterking van begrotingsdiscipline en het strikt handhaven van regels onder onafhankelijk toezicht. Zo krijgt de EU meer mogelijkheden om landen die hun overheidsfinanciën niet op orde hebben, te dwingen om hun beleid aan te passen.
Europese vlag
Alle ministeries hangen op 9 mei (Dag van Europa) de Europese vlag uit. Gemeenten en provincies bepalen zelf of zij dit ook doen, het is niet verplicht.