Wetgeving, wilsverklaring en richtlijnen bij euthanasie
In de euthanasiewet staat dat een arts mag meewerken aan levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding als hij de zorgvuldigheidseisen uit de wet naleeft. De wet beschrijft ook hoe de handelingen van de arts gemeld en beoordeeld moeten worden.
Zorgvuldigheidseisen euthanasiewet
Euthanasie is alleen legaal als is voldaan aan alle zorgvuldigheidseisen in de euthanasiewet:
- De arts is ervan overtuigd dat de vraag van de patiënt om euthanasie vrijwillig en weloverwogen was.
- Er is sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt.
- De arts heeft de patiënt geïnformeerd over zijn situatie en zijn vooruitzichten.
- De arts is met de patiënt tot de conclusie gekomen dat er voor de patiënt geen redelijke andere oplossing was.
- De arts heeft ten minste 1 andere, onafhankelijke arts geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien. Deze arts heeft schriftelijk zijn oordeel gegeven over de situatie, op basis van de zorgvuldigheidseisen.
- De arts heeft de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig uitgevoerd.
Alleen als aan alle 6 zorgvuldigheidseisen is voldaan, zijn euthanasie en hulp bij zelfdoding door een arts niet strafbaar. Overigens is levensbeëindiging op verzoek geen plicht van de arts en geen recht van de patiënt.
Strafmaat bij overtreden euthanasiewet
Als een arts zich niet houdt aan de wet, kan hij worden vervolgd. De straf die hij kan krijgen, verschilt:
- Euthanasie kan leiden tot een straf van maximaal 12 jaar.
- Hulp bij zelfdoding kan leiden tot een gevangenisstraf van maximaal 3 jaar.
Commissie toetst zorgvuldigheid van handelen arts
De euthanasiewet regelt ook de instelling van regionale toetsingscommissies. Zij beoordelen of de arts die de euthanasie uitvoerde, zich heeft gehouden aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen. In de commissies zitten in elk geval een arts, een ethicus en een jurist.
Jaarlijks brengen de commissies een verslag uit. Hierin geven de commissies een overzicht van het aantal gemelde gevallen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, de aard van de gevallen en een selectie van de oordelen en de daarbij gemaakte afwegingen.
De regionale toetsingscommissies publiceren hun
oordelen over gemelde
euthanasiegevallen op hun website. Daar staan ook:
de meldingprocedure bij
euthanasie;
standaardformulieren die in de
meldingsprocedure bij euthanasie gebruikt kunnen worden.
Wilsverklaring
Het komt ook voor dat mensen een euthanasiewens hebben, voor het geval ze
later in een situatie komen die zij nu beschouwen als ondraaglijk en
uitzichtloos. Zo’n situatie kunnen mensen het best bespreken met hun huisarts en
schriftelijk vastleggen in een wilsverklaring. In de verklaring geeft de drager
precies aan onder welke omstandigheden hij euthanasie zou willen. Het is een
verzoek aan de arts. De verklaring is zo opgesteld dat er geen twijfels zijn
over de wensen van de drager. De Nederlandse Vereniging voor Vrijwillig
Levenseinde (NVVE) stelt
wilsverklaringen beschikbaar.
Richtlijn voor euthanasie bij een verlaagd bewustzijn
Soms raakt een patiënt vlak voor de geplande uitvoering van euthanasie in een staat van verlaagd bewustzijn. Als er dan nog steeds tekenen van lijden zijn, zoals kreunen of gebrek aan lucht, mag de arts de euthanasie uitvoeren. Zijn die tekenen er niet, dan is euthanasie niet toegestaan. Zo zijn er bij een patiënt die in coma is, geen waarneembare tekenen van lijden. De arts mag dan geen euthanasie uitvoeren.
Dit staat in de
richtlijn euthanasie bij
verlaagd bewustzijn van artsenorganisatie KNMG. De richtlijn bevat geen
nieuwe regels en is ook geen andere uitleg van de bestaande regels.