Meer fietsenstallingen bij stations

Als veel mensen het openbaar vervoer nemen naar hun werk in plaats van de auto, raken de wegen in stad en dorp minder snel verstopt. Er moet dan wel genoeg plek zijn in de fietsenstallingen bij de stations, zodat mensen gemakkelijk op de fiets naar het station kunnen.

Meer stallingen voor de fiets

40% van de dagelijkse treinreizigers gaat op de fiets naar het station. Bijna 15% neemt bij aankomst de fiets om op zijn bestemming te komen. De Rijksoverheid wil deze gezonde keuze stimuleren en wil dat mensen gemakkelijk gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. Daarom moeten er op het station voldoende stallingplekken voor de fiets zijn.

Spoorwegbeheerder ProRail en de Nederlandse Spoorwegen (NS) breiden fietsenstallingen uit op stations waar dit nodig is. Er wordt zoveel mogelijk ruimte gecreëerd door zowel nieuwe stallingen te bouwen als bestaande stallingen uit te breiden. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) trekt tot 2020 geld uit om de oplossing van stallingtekorten mede te financieren. Na 2020 wil het ministerie de regie over het fietsparkeren weer neerleggen bij de decentrale overheden.

Samenwerking overheid en spoorwegen in Ruimte voor de fiets

In het programma Ruimte voor de fiets werken ProRail, NS gemeenten, provincies en het ministerie van IenM samen aan externe link: uitbreiding van stallingplekken bij stations. Voorwaarde voor cofinanciering door het Rijk is dat er een aantoonbaar capaciteitstekort is. Tussen 1999 en 2012 heeft het ministerie € 260 miljoen beschikbaar gesteld voor meer en betere fietsenstallingen. Tussen 1999 en 2010 zijn er 250.000 stallingplekken bijgebouwd of gemoderniseerd.

In 2011 zijn er ongeveer 25.000 oude stallingplekken vervangen en zijn er 25.000 nieuwe plekken bijgekomen. Het ministerie van IenM verwacht dat er in 2012 20.000 plekken bijkomen.

Meer fietsenstallingen op drukke trajecten

Vanuit het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS of ‘reizen zonder spoorboekje’) draagt het ministerie van IenM ook bij aan verruiming van stallingplekken. Op de drukke trajecten van het PHS worden fietsenstallingen versneld uitgebreid. Voor de bouw van de extra fietsenstallingen heeft het ministerie tot 2020 € 96 miljoen gereserveerd.

Daarnaast heeft de minister van IenM € 11 miljoen gereserveerd voor de stallingen op het OV SAAL-traject. Op dit traject tussen Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad wordt het treinvervoer de komende jaren verbeterd.

Voor de fietsenstallingen bij stations die niet in PHS of OV-SAAL zijn opgenomen heeft de minister een bedrag van € 79 miljoen gereserveerd. De plannen voor de uitbreiding van fietsenstallingen tot 2020 zijn opgenomen in het Actieplan fietsparkeren bij stations.

Minder achtergelaten fietsen, meer stallingruimte

Op stations kan ook meer stallingruimte worden gecreëerd door bestaande stallingen beter te benutten. In veel onbewaakte stallingen staan weesfietsen. Dat zijn fietsen die de eigenaar heeft achtergelaten en niet meer ophaalt. Soms bestaat wel 20% van het totaal aantal fietsen in een stalling uit weesfietsen. Het opruimen van weesfietsen zorgt dus voor veel extra stallingruimte.

In het Handboek Weesfietsen staan tips voor gemeenten voor het weghalen van weesfietsen. Ook heeft het Rijk samen met de NS een weesfietsteam opgericht dat gemeenten helpt om een goede aanpak voor het structureel opruimen van weesfietsen op te zetten. Dit team zal nog tot najaar 2012 actief zijn. De ervaringen van het weesfietsteam zullen worden verwerkt in een nieuw, praktijkgerichter handboek.

Voor meer informatie over de fietsenstallingen bij een bepaald station kunt u contact opnemen met spoorwegbeheerder externe link: ProRail.