Verdeling budget hoger onderwijs
Het bedrag voor hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo) wordt via een verdeelsleutel aan de universiteiten en hogescholen toegekend.
Alle instellingen in het hoger onderwijs krijgen een lumpsumbedrag en beslissen zelf hoe zij het geld uitgeven aan personeel, materieel en huisvesting.
Bekostigingsmodel voor hbo en wo
Universiteiten en hogescholen krijgen geld om geaccrediteerde (erkende) opleidingen te verzorgen. Op 1 januari 2011 is een nieuw bekostigingsmodel in werking getreden. Er is nu 1 model voor hbo en wo en het bekostigingsmodel is eenvoudiger geworden.
De financiering door de overheid is gebaseerd op:
- de nominale studieduur (studietijd zonder vertraging) van de opleiding en
- het volgen en succesvol afronden van 1 bachelor- en 1 masteropleiding.
Financiering onderzoek op universiteit en hogeschool
Universiteiten en hogescholen ontvangen naast geld voor onderwijs ook geld voor onderzoek.
De financiering van het universitaire onderzoek loopt via 3 geldstromen. De eerste geldstroom is de rijksbijdrage. Deze wordt berekend op basis van een vaste verdeelsleutel en het aantal afgestudeerden en promoties. Daarnaast financiert de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) onderzoek via subsidies en onderzoeksprogramma's (tweede geldstroom).
Naast de rijksbijdrage krijgen universiteiten en hogescholen collegegeld van de studenten en inkomsten van derden, bijvoorbeeld om speciale cursussen te geven. De instellingen kunnen verder subsidies verwerven en onderzoek in opdracht verrichten. Deze derde geldstroom bestaat voor een belangrijk deel uit geld van (inter)nationale overheden en non-profitinstellingen. Het bedrijfsleven heeft een aandeel van zo'n 10% in de derde geldstroom.
Financiering academische ziekenhuizen
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) bekostigt via de universiteiten ook het onderwijs en onderzoek bij de 8 academische ziekenhuizen. Hier kunnen studenten geneeskunde-onderwijs volgen en praktijkervaring opdoen.
Studiefinanciering hbo en universiteit
De overheid vraagt van de studenten een investering in hun eigen toekomst, in ruil voor beter onderwijs (Studeren is investeren). Op 1 augustus 2012 wordt voor de masterfase een sociaal leenstelsel ingevoerd. Dit stelsel van goedkope leningen komt in de plaats van de basisbeurs in de masterfase. De opbrengsten hiervan komen geleidelijk vrij en zullen dus ook geleidelijk in de kwaliteit van het onderwijs worden geïnvesteerd. Meer informatie hierover is te vinden in het onderwerp Hoger onderwijs.